Frants van de Bareschjop



groeten
Staatsmijn Hendrik omstreeks 1920

Koelpiet


Ooit was ik er ook een !
Mijn zwart bestaan begon op donderdag 2 januari 1958, rond zes uur 's morgens. Een mondelinge introductie met nog een zestal andere aspirant koelpieten, door een instructeur van de mijn, in een soort leslokaal op de mijn. Wat ons toen precies verteld is, ben ik vergeten, maar het ging in ieder geval wel over de zegeningen van de Staatsmijnen en het bestaan als mijnwerker, met de kernpunten van ”Hoog loon en vast werk ... !”
Dat dit werk lichamelijk slopend en erger nog, ook levensverkortend was, zou ik weldra ervaren.
Na een kop koffie, gebracht in een ketel door een heus koffiemeisje, werden we naar het magazijn gebracht, waar we onze mijnwerkerskleding, een paar schoenen met stalen neuzen en een harde pet in ontvangst namen. De kosten hiervan zouden met ons eerste loon verekend worden. In de praktijk betekende dit, dat je de eerste maand voor nop werkte. De zegeningen waren toch wel eenzijdig.
Daarna kregen we een haak in het badlokaal aangewezen, waarop we ons dagelijks plunje of onze mijnkleding konden hangen. Deze haak moest je door middel van een ketting omhoog, naar het plafond trekken en met een hangslot afsluiten.

Aan de zijkanten in het badlokaal bevonden zich de douches, een ruimte waarin een paar honderd man tegelijk konden wassen onder sproeiers die aan een buizenstelsel, onder het plafond gemonteerd waren. Hier zou je gepoekeld worden, zei onze instructeur. Dit betekende in de toekomstige praktijk, dat iemand anders jouw rug boende, terwijl jij dat ook op jouw beurt weer bij iemand anders deed. Eerlijk is eerlijk, het water was altijd lekker warm.
De mannen, die nog geen 18 jaar waren, werden naar het OVS-ers bad gebracht, Dat was een apart badlokaal voor jongens onder de 18 jaar. In dit badlokaal waren muurtjes die ervoor zorgden dat iedereen zich apart kon douchen. Met poekelen was dit wel erg lastig, want in het kader van de toendertijdse zeden mocht je niet met twee man samen in een hokje. Iedere tijd heeft schijnbaar zijn eigen eigenaardigheden.
De rest van de dienst moesten we doorbrengen met het poetsen van de doucheruimtes. Eigenlijk bezigheidsterapie want niemand bemoeide zich nog met ons, totdat omstreeks 14 uur onze instructeur weer opdook om te vertellen dat het voor die dag voldoende was. De volgende dag werden we weer om zes uur verwacht, om onze opwacht in de leermijn te maken.
Ik ben ruim drie jaren ondergronds geweest. Veel hoogtepunten heb ik er niet beleefd.
Wat ik er ervaren heb, kun je lezen op Koelpiet op oes Koel




Mijn korte, zwarte loopbaan ...
per 2-1-1958 - Helper II bij de opmetingen, f 11,85 /dag
per 22-9-1958 - Postsleper, f 12,90 /dag
per 1-2-1959 - Hulphouwer III, f 13,65 /dag
per 1-3-1960 - Hulphouwer II, f 13,95 /dag
Op 13-5 1960 - Boete van f 2,50 wegens tegenspreken
Eind april 1961 - Vrijheid van meningsuiting, einde koelpiet