Hoofdzak.




Heel lang geleden, vroeger op de lagere school was Nederlandse taal een hoofdvak. De hoofdmeester die het gaf vond ik een hoofdzak, gewoon omdat ik niet bij een -t- mocht staan en je of jij er niet achter. Dat riekte toen al naar discriminatie, alhoewel dat woord nog bedacht moest worden.
”Vaderlandsche Geschiedenis,” inderdaad zo heb ik het nog in den beginne van hem moeten schrijven, was een bijvak. Nederland was toen nog geen gidsland en wij, eenvoudige platte Nederlanders, wisten onze bescheiden plek in de wereld. Dat is nu wel effe anders.
Ik persoonlijk vond de Vad. Gesch. veel spannender dan de Nederlandse taal. Het verschil tussen kennen en kunnen vond ik niet bijster relevant. De Amerikanen, die ons bevrijd hadden, kenden geen woord Nederlands en die konden bijna alles, die hadden onbegrensde mogelijkheden. Ik besloot dus op vrij jonge leeftijd Engels te gaan leren, zeker nadat onze meester van de geschiedenisles verteld had dat ons Limburgse dialect veel Engelse woorden herbergde. Eigenmachtig besloot ik toen ook maar om de -t- in mijn voornaam op te nemen. Zeg maar eens: ”Dag Frans,” dat loopt niet! Frants, die moet je hebben.
Bij DSM-Research waar ik ooit 35 jaren werkte, is de engineeringstaal Engels. De core business daar is ken-nis en daar kun je dollars voor kesjen. Daar komt geen Nederlands dictee aan te pas. Dat levert niks op. Hooguit verwarring! Een terechte conclusie is dus dat de Nederlandse taal waarschijnlijk haar langste tijd heeft gehad. Hooguit nog geschikt om de Nederlandse Staatsbijbel in af te drukken of misschien in de toekomst ook de Koran. Als alternatief voor de Vad. Gesch., nietwaar? Welwaar!
Juist. Hier, in onze grensstreek spreekt natuurlijk iedereen ook Duits. Naar de Duitse TV wordt veel meer gekeken dan naar al die Nederlands vertaalde Angelsaksische reclamefluts. Het Duits is onze tweede taal. In sommige plaatsen, zoals Venlo bijvoorbeeld, zelfs de eerste - maar dat is een ander verhaal. Kenmerkend voor de Duitse taal is dat ieder zelfstandig naamwoord met een hoofdletter geschreven wordt. Ik vermoed dat daar een zekere vorm van respect historisch ingeslagen is. Dat zou betekenen dat wij Nederlanders een stuk minder respect kennen dan de Duitsers. Dat zou wel eens kunnen kloppen. Duitsers zeggen heel lang ” Sie ” - U -, tegen mekaar. Nederlanders jijen en jouwen al heel vlug en lijken daarmee op Engelstaligen.
Een poos geleden werden in Nederland een aantal hoofdletters afgeschaft, force lower case noemen ze dat. De namen van de dagen en de maanden moesten voortaan in plain text. Dat past beter bij ons platte landje en platte taaltje, zal toen wel de motivatie geweest zijn van een aantal kleingeestige taalmeesters.
Zodra taalmeesters ouder worden, gaat hun taalrek echter verloren. Het rode potlood wordt nog eens extra aangescherpt. Daarmee kunnen ze hun belangrijkheid onderstrepen. De watchdogs van het Dietse bloed. De ayatollahs uit het Nederlands dictee. Zelden schrijven ze zelf iets dat langer is dan drie regels. Ze lopen geen onnodig risico. Graag strepen ze dik rood in andermans werk. Mei geschreven met een hoofdletter! Wat dom, dat moet en zal met een kleine letter. Wat een hoofdzak, die corrector van het toekomstig bijvak van een plaatselijk dialect uit de globale wereld.
”Dutch crazy business in the history” zal dan een half A-viertje in het Europese Geschiedenis boek heten, dat de roodpotlood tirannie van ons taalonderwijs zal beschrijven.

© FvdB

mei 2000




mailbus van Frants van de Bareschjop

terug naar krabbels