Harrie

Sinds ik niet meer werkzaam ben, leef ik anders, doe ik andere dingen, ontmoet ik andere mensen. Standaard zijn iedere dag twee speedmarsen van ongeveer een uur over mijn Pieterpad. In deze contreien is die route wonderschoon, golvende dalen en heuvels afgewisseld door open akkers en dichte bossen. Altijd loop ik met mijn boxer - soms loop ik met Harrie en zijn hondjes - als we elkaar ergens toevallig ontmoet hebben. Hij is een boom van een vent, ik schat hem wel twee meter lang bij 125 kg massa. Vroeger kende ik hem alleen van vluchtig zien, had nooit met hem gesproken. Nu, na tientallen marsen, ken ik hem des te beter en waardeer hem zeer. Maak me wel zorg over hem, hij heeft darmkanker en wordt binnenkort geopereerd. Nu merk je nog niks aan hem, hij is sterk als een beer en loopt zonder haperen met me mee.
In de afgelopen twee jaren heeft hij mijn kijk op onze natuur aanmerkelijk bijgesteld. Ik zie nu regelmatig planten en dieren, waarvan ik vroeger zelfs het bestaan niet wist. Harrie heeft me geleerd op een bepaalde manier het landschap te bekijken. Letten op details maar het grote geheel eveneens gadeslaan, is zijn devies.
"Kijk Frans, hier heeft een steenmarter gescheten, dan zijn er hier ook prooidieren van hem. Daar liggen uilenballen". Ik zag een klein muizenkerkhof.
"Har, zie je daar die buizerd door de bomen scheren?"
"Nee Frans, dat is geen buizerd, dat is een havik. Een buizerd vliegt niet door een bos".
Op onze route staan, op een aantal mooie plekjes, zitbanken. Soms gaan we zitten. Eventjes pauze voor de jongens, nietwaar? Juist, Harrie rolt dan een zwarte, zware van de weduwe. Om het af te leren, welwaar! Ik sla hem dan gaande. Geen moment verliest hij het landschap uit het oog. Het shagje wordt blind gerold en aangestoken. En juist op zulke momenten gebeurt het, twee hazen sprongen over een afrastering. Wie heeft dit ooit gezien? Wij dus.
Via hazen en konijnen kwam Har aan zijn grote passie, het stropen. Via het stropen kwam hij op de gevolgen daarvan in zijn leven. Een uit de hand gelopen meningsverschil met een boswachter. Die wilde hem zijn jachtgeweer afnemen. Dat vond mijn vriend niet goed. Toen kwam de politie het maar bij hem thuis halen. Dat vond mijn vriend in eerste instantie ook niet goed. Uiteindelijk moest hij de bak in, hij heeft een tijdje gezeten.
Het eten was niet wat hij gewend was, hij viel heel wat kilootjes af. Hij leerde een collega meezitter kennen, die was kleermaker en oefende dat vak daar uit. Harrie liet zich een mooi kostuum aanmeten, alles maatwerk, van zwart ribfluweel, zelfs een wit hemd met een dikke rozet onder de kin. Moet een fantastisch gezicht geweest zijn. De dag dat hij weer vrij kwam trok hij zijn nieuwe kostuum aan om zijn vrouw, die hem kwam afhalen, te verrassen.
"Frans", zei hij moet je dat voortstellen: "Sta ik daar trots als een hond met zeven staarten op mijn vrouw te wachten en loopt zij langs me door zonder me een blik waardig te keuren". Ik erachter aan: "Hei, Lot ik ben het, ken je me soms niet?" Neen, ze had me niet gekend. "Het ergste van alles was", vervolgde hij, "dat toen ik weer thuis was en weer fatsoenlijk eten kreeg na zes weken mijn mooie nieuwe pak me niet meer paste"
Ik zag de hele gebeurtenis zich voor mijn ogen afspelen. Har die zijn broek niet meer dicht kreeg en hulpeloos keek - hoe is dat nou mogelijk? - Ik zag dus niet de vos die achter een konijn aanzat.
"Je moet niet zoveel dromen en je ogen de kost geven," zei Har. "Je zit niet meer opgesloten bij DSM."
Hij meent het altijd goed met mij.



(C)

FvdB

juli 2000

email me mailbus van Frants van de Bareschjop terug naar het archief