Kompel 5.
In vergelijking met andere industrieën hebben de mijnen gelukkig niet zo lang bestaan. Ruim een halve eeuw gemiddeld denk ik. Toch hebben ze
in die korte tijd in deze contreien behoorlijk de toen heersende cultuur aangepast. Een van de mooiste gebruiken uit de mijntijd was (is) wel de Barbaraviering op 4
december, de feestdag van alle mijnwerkers.
Barbara was de patrones, de schutsvrouw, de beschermheilige van de mijnwerkers. Iedere mijnwerker, zelfs afgeharde atheïsten deden op een of
andere manier mee aan het Barbarafeest. Grote trekker van de feestelijkheden was meestal de R. K. Mijnwerkersbond. Voor de katholieken begon
dat dus altijd met een hoogmis om 9 uur.
Die was voor mij te vroeg, uitslapen was belangrijker en ik had het ook niet zo op met Gregoriaans gebrom of de zoveelste parabel over ene Sint
Berbke (Barbara), dat was slap geneuzel voor een opgroeiende nozem. Na die hoogmis was een Limburgse koffietafel. Daar was ik
natuurlijk wel goed uitgeslapen present. Er waren lekkere belegde broodjes en vlaai, de tafels waren zelfs gedekt met witte tafellakens, er was
muziek en zang van de plaatselijke kunstenmakers enz. De mijnwerkersbond had geld genoeg en ik vermoed dat ze zelfs de rekening van dit feest bij
de mijndirecties kwijt konden.
's Middags was voor de kleintjes de intocht van Sinterklaas en ieder kind kreeg een grote zak met snoep en fruit. Vooral sinaasappelen werden na de
oorlog gul uitgedeeld. Het vitamine C gebrek was berucht en de mijn probeerde er op deze manier iets aan te doen. Voor de wat grotere kinderen was
er film in het patronaat en voor ons was er 's avonds bal. Daar was ik uiteraard altijd van de partij.
En daar ontwaardde ik haar plotseling in de drukte, het was geen zien of bemerken. Neen, het was ontwaarden! Zulke dingen moet je meegemaakt
hebben om te weten hoe het voelt, dat kun je niet uitleggen. Ze gebeuren maar een paar keer in je leven en alleen als je jong bent, vermoed ik nu
weemoedig.
Ik probeerde zo onopvallend mogelijk bij haar in de buurt te komen, bang om haar te verjagen, om vervolgens de kat uit de boom te kijken. Was ze
alleen? Zo niet, wie was bij haar? Kon ik die eventueel in woord en daad aan? Veroordeel me nu alsjeblief niet op mijn driften anno 1960 !
Ze was alleen, ze was vriendelijk, blij, lachte graag, had parelwitte tanden en vuurrode lippen, geurde bedwelmend. Ik raakte mijn verstand kwijt,
werd kotsmisselijk van de zenuwen, schakelde over op een soort automatische piloot, dit kon niet lang goed gaan. Met knikkende knieën en
trillende stem vroeg ik of ze met mij wilde dansen. Ze zou weigeren en me uitlachen, ik wist het bijna zeker. Ik overwoog dan weg te gaan en dienst te
nemen in het Vreemdelingenlegioen.
Glimlachend legde ze een hand op mijn schouder, ze walste heel goed en heel graag.
We walsten de hele avond. Ik had in minder dan geen tijd het hele orkest omgekocht om na de pauze alleen nog maar walsen voor Barbara en mij te
spelen. Want ze heette Barbara. Waar ze woonde wilde ze niet zeggen, als ik er naar vroeg dan lachte ze geheimzinnig. Wel wilde ze kwijt dat ze in het
Barbara Ziekenhuis in Brunssum een baan had. Ik was tevreden met haar uitleg, ik kon haar immers altijd vinden. Die avond, hoe hemels ook van
intensiteit, stelde niks voor qua tijdbesef. Onze tijd was zo voorbij.
Ze moest met de laatste bus naar B. Ik mocht slechts mee tot aan de bus. Ik deed onze Lieve Heer vlug een aantal voorstellen als hij die bus liet
uitvallen. Ik zou voortaan ook 's zondags naar de hoogmis gaan en als hij wilde in het kerkkoor Gregoriaans gaan zingen. Mijn vals gebed werd niet
verhoord, de bus kwam en het onvermijdelijke begon, Barbara vertrok. Ik kreeg nog een laatste kusje van haar en in de bus draaide ze zich nog een
keer om en wuifde naar mij. Toen was ze weg. Voorgoed.
Die winter stroopte ik op mijn brommer heel Zuid Limburg af. In het ziekenhuis in B. kende niemand haar, er werkten zoveel Barbara's, zei de portier.
Alle dancings, bioscopen uitgangscentra ed werden regelmatig met een bezoek door mij vereerd. Noppes, nergens vond ik Barbara terug. Ik voelde dat
ze niet tegen mij gelogen had, maar waar moest ik haar nog zoeken ... ?
Ik huilde soms stiekem van ellende ... en het verdriet sleet met de tijd.
Zestien jaren later, eind november, ik kwam een dag eerder terug van een seminar in Duitsland. Ik wilde naar huis, had heimwee naar mijn vrouw en
dochtertje. Het was nacht, geen hond op de weg. Ik dacht dat ik hard kon rijden. Niet dus, slipte en ramde een boom, amper nog 20 km van huis.
Ik kwam terecht op de intensive care van het Barbara ziekenhuis in B. Toeval? Ik weet het niet.
Het was een paar dagen helemaal niet best met me. Daarna wat beter maar ik kwam niet uit mijn coma. Lulu, mijn vrouw, kende mijn Barbara verhaal.
Ik had het haar vaker (bijna ieder jaar) op 4 december verteld. En nu was het weer 4 december, Barbaradag. Toen ze in het kapelletje
van het ziekenhuis zat zag ze daar het Barbarabeeld. Was dat niet mijn Barbara geweest, die een baan had in het ziekenhuis? Ze vroeg aan een zuster
of ze mij in het bed naar de kapel mocht rijden. Dat kon, ze moest echter geen ijdele hoop gaan koesteren, mijn toestand zou niet verbeteren. Lulu
bracht me beter hopend naar de kapel.
"Die vrouw zei me dat ik jou moest halen", zeg ze nu nog steeds als we het er weer over hebben.
Daar was mijn Barbara weer, ze stond op de treeplank van de bus. Ik zag haar witte tanden, haar lachende mond, haar rode lippen, kortom ze straalde.
"Wil je nog altijd weten waar ik woon?" vroeg ze me.
"Ja natuurlijk, zeg het me alsjeblief ik zal het nooit vergeten !", juichte ik.
"In de hemel" zei ze eenvoudig en toen reed goddomme de bus weer weg.
De neuroloog haalde zijn schouders op toen ik hem mijn verhaal vertelde.
"Komt wel eens voor met dat soort beschadigingen", zei hij geruststellend en klapte mijn dossier dicht.
Het is vandaag weer 4 december. En weet je wat Lulu en ik straks gaan doen? Juist, bij ons Berbke een kaarsje opsteken en ... ik zal waarschijnlijk
weer huilen als een klein kind, weet ik bijna zeker en schaam me niks.
(C) |
 |
dec. 2000 |
De legende van Barbara. (bron www.heiligen.net)
Aan het einde van de derde eeuw werd Barbara geboren als dochter van de welgestelde heidense vader Dioscorus in het huidige Izmid in Turkije.
Zij stond bekend om haar uitzonderlijke schoonheid, haar geleerdheid en haar zuivere inzichten. Alle rijke jongelingen uit die streek dongen naar haar
hand,maar zij voelde dat zij haar leven iets anders moest geven, iets dat haar nog niet bekend was. Steeds wist zij de weg te vinden naar een kleine
groep christenen die in die tijd onder voortdurende angst moesten leven voor de keizerlijke vervolgingen. Zij wilde meer over dit bijzondere geloof
weten en steeds meer werd haar bewust dat dit haar verdere levensweg zou gaan bepalen.
Haar vader, die een fanatieke christenvervolger was, besloot Barbara van de christenen weg te houden door haar in een toren, nabij het huis, in te
sluiten. Hij gaf opdracht voor de bouw van deze toren waarin twee vensters moesten komen. Barbara gaf echter de opdracht om er drie in te plaatsen
om zo de heilige Drie-eenheid als symbool in de muur te kunnen zien. Bij afwezigheid van haar vader liet zij zich dopen.
Haar vader ontstak in woede en sleepte haar voor de stadhouder die het meisje liet geselen. Christus zelf zou haar in de nacht de wonden verzorgd
hebben. Steeds weer werd zij op bevel van de stadhouder vreselijk gefolterd maar een engel bedekte haar vreselijke wonden met een wit kleed.
Toen de stadhouder bemerkte dat het niets uithaalde liet hij het meisje door het zwaard ombrengen. Het was haar eigen vader die dit vonnis voltrok.
Gelijk daarop werd hijzelf door de bliksem getroffen. (Een van de vele verhalen rond de heilige Barbara). Haar sterfjaar zou in het jaar
306 zijn geweest.
|