Apen met veren.
Onlangs las ik in de krant dat een stelletje wetenschappers heeft uitgevogeld dat wij (mensen) veel meer overeenstemming hebben met gevogelte, met kippen in het bijzonder, dan tot nu toe werd aangenomen. Zoiets banaals probeer ik in principe niet op te nemen en doe of ik het niet gelezen heb. Het probleem is echter hoe meer moeite ik daartoe doe, hoe sterker het zich in mijn geheugen prent. Het is de omgekeerde wereld, belangrijke dingen kan ik moeiteloos en in een oogwenk vergeten. Onzin echter nestelt zich, gelijk een virus op de harde schijf, in mijn grijze massa. Het zou een schone zaak zijn als ik af en toe rebooten kon van een "Clear Memory"
Vanmorgen toen ik me stond te scheren zou dat bijvoorbeeld ook wenselijk geweest zijn. Tot mijn ontzetting realiseerde de spiegel mij dat, waar vroeger een stel stevige biceps pronkten, nu een stel slappe kipfiletjes zwabberden. (Mijn voyeuristische blik was meteen gestraft) Shit en nogmaals shit. (Vloeken is gepast en heel gezond in primitieve situaties.)
"Zie je wel, die kippenwatchers hebben gelijk" meldde mijn bios wraakzuchtig. Aan mijn hoela! Ik zal daar voorlopig niet mee akkoord gaan en door argumentatie en zelfovertuiging een propere evolutiefilosofie trachten te behouden tot die reboot optie uitgevogeld is. Ieder heeft zijn recht op domheid, nietwaar? Welwaar! Juist!
Die filosofie komt er op neer dat onze historische voormoederen- en vaderen een soort handige of voor mijn part onhandige apen geweest moeten zijn. Hoe langer ik daar nu over nadenk hoe zekerder ik van mijn zaak word. Als bewijs een stukje recente geschiedenis.
Als researcher moest ik altijd aan iemand rapporteren. In den beginne, als aanvangende gifmenger, aan een projectleider. Veel later, als kakelend en orakelend medium, aan een projectmanager. Het kenmerkende van deze twee apensoorten (er waren echt geen dames tussen) was dat ze huisden op een soort apenrots. Hoe hoger in de hiërarchieke rangorde hoe hoger de verdieping waarop ze zetelden.
Ik heb in de loop der jaren heel wat trappen bestegen. Zulke beklimmingen deed ik niet met de lift. Bij ieder trapgedeelte overwoog ik dan nogmaals een paragraaf, alhoewel mijn rapport dan altijd reeds schriftelijk was ingediend. Zo kon het gebeuren dat de mondelinge toelichting bij nader inzien niet spoorde met de vermeende, geschreven feiten. Hetzelfde heb ik gemeend te kunnen constateren op Discovery Channel. Ook daar zag ik onervaren aapjes helemaal van hun apropos raken zodra ze bij het stamhoofd hun opwachting moesten maken. Alhoewel, het is een bekend verschijnsel in de research, je moet kunnen leven met de onzekerheid van voortschrijdend inzicht. Dit argument was te pas en onpas mijn carrière redding.
Zo'n grijsrug, opperaap die ik nu bedoel, zat meestal in een grijs streepjespak met een donkere blik boven zijn leesbril - net toevallig - mijn opstel te bestuderen op het moment dat ik binnenkwam. Als jonge onderdanige aap wachtte ik dan beleefd en geduldig (met de staart tussen de benen) tot mij om tekst en uitleg gevraagd werd. In die prille jaren was dat ook vaak de gelegenheid om stiekem de secretaresse van de baas te researchen. Had ze lange benen? Was ze een dubbel D? Zouden die twee samen ….? Gegeven het feit dat ik ook goed kon dagdromen … !
Indien alles een beetje lekker liep en mijn opstel met aanvullende toelichting voldeed aan de verwachtingen mocht ik dan als blijk van waardering aanschouwen hoe groot zijn volmacht was. De juffrouw kon beginnen met haar kunstjes uit te voeren, koffie inschenken, het licht wat hoger draaien, de zonwering wat lager, de telefoon aannemen, in de agenda kijken en een afspraak ter wille van mijn uitlopende aanwezigheid verschuiven enz.
Hoe hoger de hoge aap in rangorde hoe minder zijn sociale en technische vaardigheden. Ik herinner me nu dat kleine hoge apen, eerst een telefoon en fax, later twee telefoons en een computer in hun kantoor hadden. Uiteraard werden die dingen door hun meisjes geoperated, daar hadden ze zelf geen verstand van, vertelden ze terloops en met onbeschaamde trots. Conclusie, ze waren dus, net als de opperaap op Discovery, in flagrante onbeschaamdheid geselecteerd op hun macho zitvaardigheid.
De echte hoge apen, hadden als primus inter pares, een kaal bureau, het toppunt van aanzien. Niets meer aanwezig op een kolossale tafel, hooguit een duur kunststukje en een onderzettertje om mee te spelen. Echter de inrichting van hun hok, ze bleven consequent aan hun afstemming getrouw, hun verblijfruimte zo noemen - was onfatsoenlijk duur. Iemand die er de eerste keer kwam kon het eerste kwartier meestal niet uit zijn woorden komen.
Het laatste lustrum van mijn werkzame jaren was ik very close met zo’n jongen. Hij kwam mij ook wel eens opzoeken beneden in mijn nederig atelier, een gewone, stinkende en lawaaierige pilot plant. Hij deed dan vaak buitengewoon collegiaal jaloers en zei dat hij best wel met me wilde ruilen. Voor mij geen probleem. Het is evenwel nooit gebeurd. Schijnbaar was zijn voortschrijdend inzicht toch niet van dien aard, dat het zijn verlangens kon inwilligen.
Bevriend en dus argwanend geworden vroeg ik hem ooit waar hij zijn kandidaats gedaan had. Afwezig antwoordde hij toen dat hij daarvan vrijstelling had genoten. Dit had ik dus vermoed. Ook vroeg ik hem ooit in een vertrouwelijk moment wat hij eigenlijk de hele dag uitspookte. Zijn antwoord was ontnuchterend.
"Na het lezen van de rapporten van jou en je collegae" zei hij, "moet ik keuzes maken. Ik wacht daartoe op bepaalde onderbuikgevoelens. Ik wacht zogenaamd op de goede boer en hoop dat ik dan daarmee de goede keus doe. If not, grijp ik later alsnog hard in". Dit wist ik uit ervaring.
En dat is precies wat de apenbaas ook doet. Geduldig afwachten en de buik wrijven zolang hij lekker verwend wordt en zodra de zaak uit de klauw loopt in een razzia (tegenwoordig noemt men dat een reorganisatie) zogenaamd orde op zaken stellen. In de praktijk betekent dit meestal:
a) het zoeken van schuldigen (reorganisatie aankondigen).
.b) het straffen van onschuldigen (werknemers ontslaan).
c) het belonen van diegenen die niks gepresteerd hebben (de aandeelhouders).
d) in de media opscheppen dat de winst flink zal gaan stijgen (borstklopperij en boergeluiden).
Ik denk hiermee aangetoond te hebben dat de boven vermelde kippentheorie opnieuw naar de broedmachine moet en mijn gemoed eindelijk opnieuw kan opstarten van een "Proper Gemoed"
(C) |
 |
nov. 2000 |
|