Pastorale zorg.
In mei 1944 werd mijn zusje geboren. Kort daarna overleed mijn moeder. Ons huis in Schinveld lag aan een bosrand, een kilometer van de Duitse grens. De geallieerde bombardementen op Duitsland kwamen op een hoogtepunt. Iedere nacht dreunde de lucht van de Engelse bommenwerpers op weg naar het Roergebied, nog geen honderd kilometer achter ons. Overdag deden de Yankees dat nog eens dik over. De Wehrmacht had een batterij luchtafweer in het bos opgesteld, die schoot bijna continue dag en nacht.
Na een poosje begon ons huis, evenals de andere huizen bij ons in de straat, uit elkaar te vallen door de drukschokken. Mijn vader repareerde alles zo goed en kwaad als hij kon en voor zover hij over materiaal beschikte. Dat was niet zo makkelijk want hij was ondergedoken, hij weigerde om in Moffrika te gaan werken. Hij sliep meestal elders. We moesten ook leven, dus hij verbouwde onopvallend wat groenten en aardappelen op kleine stukjes grond in de tuinen van kennissen. We hadden een geit en kippen. Mijn oude heer was van het kaliber, die nooit opgaven of bogen. Als we in Zeeland gewoond hadden zou hij de dijken mee gedicht hebben, weet ik zeker.
De jongste zus (ongetrouwd) van mijn moeder was bij ons in huis gekomen en zorgde voor mijn zusje en mij. Ik kan me nog herinneren dat wij beneden sliepen, mijn zusje in de kinderwagen ik gekleed bij haar in bed. Zodra het luchtalarm ging werd ik boven op mijn zusje geparkeerd en gingen we in een draf naar de schuilkelder in de tuin. Soms kwam dan mijn vader ook even kijken en nam mijn zusje en mij kort bij zich. Hij zei dan altijd als het eventjes stil was: "Jong laat die vrouwen zien, dat je niet bang bent! Wij mannen zijn nooit bang!" Inderdaad ik was nooit bang, bij Pap! Ik was heel trots op hem, in die donkere overall. Wist ik veel.
20 September 1944 werden wij door de boys van "the Hell on Wheels" bevrijd. De Amerikanen stelden nu op hun beurt een batterij kanonnen op in het bos. Het front zou die hele lange koude winter door slechts een paar kilometer achter ons huis liggen. Het schieten ging onverpoosd door. Ons huis viel bijna helemaal uit elkaar. Zelfs het porselein en de glazen in de keukenkast waren in barrels gegaan. We huisden in de kelder. Pap had voor de winter het schuurtje afgebroken om met de planken ons huis bij elkaar en dicht te houden. De geit was geslacht en de kippen liepen in de gang. Een kloek had kuikentjes, dat was pas een sensatie. De hele dag was ik bezig met het organiseren van brood bij de Yankees om aan mijn kuikentjes te voeren.
De pastoor had lucht gekregen van het feit dat mijn tante bij ons in huis was. Hij kwam op huisbezoek om Pap op de daaraan verbonden gevaren te wijzen. Overdag mocht ze ons verzorgen, maar ‘s avonds moest ze weg. Je mocht het zwakke vlees niet verzoeken. Ik heb me laten vertellen dat mijn vader dat gezwam rustig heeft aangehoord en vervolgens de pastoor alleen heeft laten zitten. Hij had andere dingen aan zijn hoofd. Zo ’n dertig jaren later vertelde mijn tante me dit verhaal. Ze was nooit getrouwd, ze hield zelfs niet van mannen, alleen dat kon ze die pastoor toen niet vertellen.
De zielenherder deed een tweede poging, mijn vader had hem echter zien aankomen. Toen hij aanklopte riep mijn vader tegen mij: "Jong, hou de deur dicht, als je de pastoor binnenlaat trapt hij met zijn grote voeten waarschijnlijk jouw kuikentjes plat". De pastoor is dus niet binnengekomen, ik nam geen risico.
In het voorjaar bakte mijn tante ‘s avonds en ‘s morgens spiegeleieren met spek voor de G I 's die op patrouille moesten of terugkeerden. Het spek, beter gezegd het varken, had mijn vader, een kilometertje verderop - in Duitsland op patrouille - aangetroffen. Oorlogsbuit zogezegd. Het was het lekkerste vlees dat we ooit gegeten hebben. Oh ja, voor ik het vergeet, we hadden toen plots ook twee geitjes. Een ervan gaf zelfs Duitse melk. En we woonden met de kippen en de geiten in een nieuw schuurtje (made in Germany) achter ons huis, dat we verlaten hadden.
Pap, ik ben heel erg trots op je. Ik hoop dat ik in veel dingen op je lijk.
(C) |
 |
dec. 2000 |
|