|

Wij,
Wie zijn wij? Wie ben ik? Wie ben jij?
Wij, Wilhelmina, koningin der Nederlanden. Een huiver van ontzag kwam over me heen als ik het in mijn jeugd hoorde tijdens de een of andere bijzondere proclamatie op de radio. Door die toonzetting werd zij meteen lichtjaren van mij verwijderd. Een ijsvorstin in mijn beleving.
Ik ben blai hoorde en zag ik, een scheve bekkentrekkende Andrι van Duin, haar schoonzoon op de TV karikaturen. Door die tongkunst, of is het tongval, voelde ik me nauw verbonden met de Bourgondische Benno. Uitersten of gewoon een stukje ®evolutie van onze cultuur?
Wanneer gebruik ik - wij -, als ik - ik - bedoel? "Herhaalde woorden verwijderen" dicteert mijn grammatica regelaar nu meteen. Verhip, dat ik daar nooit aan gedacht heb, die heeft Wilhelmina in haar tijd natuurlijk ook gehad. Een achtergrond gebeuren (heel moeilijk goed in te stellen) dat haar souffleerde en meteen verafstandelijkte. Ik laat (voor de beeldvorming) nu mijn argwaan nog even de vrije loop.
. En die speelden onder een hoedje met haar kleedsters. Waarom trokken ze toch "ons aller oma" steeds weer dikke zwarte jassen aan en plantten haar hoeden op van het type kraaiennest? De (grootheids)waan van die tijd?
"Megalomanie" stelt mijn grammatische regelneef nu weer ongevraagd voor. Die schele peperclip, ergens boven op mijn scherm geparkeerd, moet voorzichtig gaan worden. Nu doet hij onschuldig zijn oogjes dicht maar intussen houdt die betweter wel stiekem mijn diepste zielenroerselen in de gaten, nietwaar? Welwaar! Juist, waar waren wij?
Effe slikku en terug naar het begin. Waarom - wij - als ik ook genoeg is, daar ging het toch over, niet? Wel! Juist. Merkwaardig denk ik. Als ik over me zelf moet praten, dus over de eerste persoon, ga ik automatisch praten over de tweede persoon, jij. Neen, niet U. Dat is erg verwarrend! Ik heb het over mezelf en zeg jij tegen mij. Typisch geval van een dubbele persoonlijkheid. Daar moet ik effe over nadenku.
. Het wordt nog erger, soms zeg ik zelfs ook wij en bedoel heel andere mensen. Waar ik niets mee te maken heb, die ik helemaal niet ken. Wij hebben zaterdag gewonnen. Ik bedoel de spelers van Fortuna SC. Dit is te begrijpen, het was de eerste keer dit seizoen, daar moet je niet over zaniken Frans. Zie je, doe ik het weer zeg ik je tegen me zelf. Om dol van te worden. Ik ben ik, niet jij en niet wij en als die paperclip nou het lef heeft om
Ik ben blij dat ik geen taalmeester ben geworden. Ik zou inderdaad de taal nooit meester zijn geworden. Want het bewijs is er, de taal meestert mij over. Help, ik word overgemeesterd. Wie ben wij, wie zijn ik? Dat zou dan waarschijnlijk boven dit hersenspinsel staan, want wij is ik en ik zijn wij, nietwaar? Welwaar! Juist. Effe dimmu.
Taalmeesters hebben heel wat uit te leggen, moeten eigenlijk het onmogelijke doen. Iets onderwijzen dat heel anders in de beleving is. Een tragisch veel voorkomend voorbeeld.
Goede, wijze moeders leren hun kindje boeren. Boeren is dan iets dat liefde oproept. Hoe harder en vaker het kindje boert hoe meer de moeder het prijst en liefkoost. Het kindje wordt geconditioneerd. Leert dat boeren een prijzenswaardig gedrag is waarvoor het beloond wordt en liefde ontvangt. Intussen merkt het kindje ook dat zijn vader niet zo enthousiast op zijn boeren reageert. Tussen boeren en zijn vader legt het een bepaalde ervaring.
In een later stadium vertelt de moeder de kleuter dat zijn vader een boer is. De kleuter begrijpt aan de toonzetting dat het niet zo best gesteld is met zijn vader. Heeft intussen ook begrepen dat zijn boeren niet meer is wat het eerder was. Boeren is nu opeens vies en moet onderdrukt worden.
Diezelfde moeder vertelt haar kleuter dan dat hij een boefje is. De toonzetting is van die aard dat de kleuter zich geprezen voelt. De kleuter gaat dus waarschijnlijk veel moeite doen om een boefje genoemd te blijven en slaagt daar redelijk in.
Een jaartje later gaat de kleuter naar school Die arme taalmeester praat zich het schuim op zijn bek. Moet dat kereltje gaan uitleggen dat de dagelijkse beleving van boeren en boeven heel anders is dan hij oorspronkelijk geleerd heeft. U ziet het al helemaal voor U? Oh, U heeft het zelf ook meegemaakt? Juist, de taalmeester moet in principe beginnen met het versproken woord te kuisen. Zowel mondeling als schriftelijk. Ik snap best dat je daarvan een flame out kunt krijgen. Alhoewel ik het woord back flash meer gepast zou vinden. Maar ik ben geen taalmeester. Ikke zijn wij en soms jij.
Er zit ook bijna geen logica in taal, de enige logica die er in zit zijn de uitzonderingen. Taal is echt iets voor individuen. Ieder individu zijn eigen taaltje dan? Het afgrijzen van mijn leraar Nederlands! Die wilde uniformiteit. Internationale uniformiteit nog wel! Ook in België moest de stam plus t geschreven worden als ik er niet bij stond of jij daarachter. Ik kwam in die tijd nooit in België, jij wel? Ook niet? En toch een stam + t? Veel Belgen zijn toen uit balorigheid de Hu gaan inslikken, begrijp ik.
Ik was een apart geval, ik had een Duitse moeder! En daar ben ik maar wat trots op, want toen zij mij leerde bidden (in het Duits) mocht ik lekker jij tegen onze lieve heer zeggen. "Vater Unser, der du bist in Himmel
." leerde zij mij. Hij was toen dichterbij in de hemel dan hare majesteit in Londen en mijn vader in Duitse krijgsgevangenschap.
Jouw zinsopbouw is anders dan die van ons, merkten mijn chemische collega's soms op. Ik antwoordde dan altijd waarheidgetrouw: "Omdat ik anders dan jullie heb leren bidden" Indien U nu de conclusie trekt dat ik een godsdienstig mens ben, zit U fout. Sinds die Vater Unser, mijn moeder en mijn vader zo jong van mij heeft weggehaald is hij niet meer onze vader en wil ik niks meer met hem te doen hebben. Sorry voor mijn onverwerkte boosheid.
Verder met ik, jij, wij en ons. De taal, ons verwarrend communicatiemiddel bij uitstek! Met 26 letters kun je ontelbare bibliotheken met ontelbare boeken vullen. Dat is fascinerend onvoorstelbaar. Door 26 letters en 10 cijfers in Afrika te onderwijzen kun je heel Afrika van haar armoede bevrijden. Daar beginnen we dus niet aan, ook eigenlijk onvoorstelbaar.
De andere kant van de mondkunst. Zodra sommige mensen de mogelijkheden van de taal ontdekt hadden, werd ze in naam van de duidelijkheid misbruikt. U hoort het dagelijks op de TV, laat een politicus eens iets uitleggen. Ik heb het getimed, na 30 seconden hem weggezapt. Of hij loog of hij gebruikte woorden die ik niet begreep, nog erger verkeerd interpreteerde. Dat is dus ook liegen, zo simpel is dat voor mij. Hij / zij is ook op de lagere school begonnen, weet dus hoe ik hem kan verstaan en of begrijpen. Of
zou hij misschien er ook niks van gesnapt hebben en is uit domheid politicus geworden? Zou Peper geslapen of gelogen hebben
. ? Is hij een domme intellectueel of een uitgeslapen leugenaar? Ik lees voorlopig geen kranten meer, is gezonder voor mij!
Wij kijken dus vanavond ook geen televisie. Ik ga een boek lezen, hoe je je
. (nu heb ik hem na herhaalde waarschuwingen gekild, die bemoeizieke paperclip) kunt verdiepen in de communicatie der acaciabomen. U ziet het resultaat als binnenkort weer mijn zinsopbouw verandert.
NB. Wie kan mij vertellen hoe ik mijn office assistent terugkrijg?
(C) |
 |
maart 2001 |
|