Stilte !
In de stad is een stiltecentrum geopend. In het protestantse kerkje aan de Gruizenstraat. Een oecumenisch initiatief van de protestantse en de katholieke kerk. Dat moet ik eventjes verhapstukken en giet nog maar eens een bak koffie in. Dat mijmert makkelijker. Wat is er toch veel veranderd. Gelukkig.
Kom er wekelijks langs, maar ik ben er nooit in geweest, besef ik. Waarschijnlijk oude, katholieke drempelvrees. Protestanten waren vroeger andersdenkenden, min of meer gevaarlijke concurrenten volgens onze dorpspastoor. Het beste was er zo weinig mogelijk contact mee te hebben. Verkering of trouwen met een andersdenkende (wat in de mijnstreek vaak voorkwam) was al helemaal uit den boze. Daartegen trok hij wel maandelijks van leer. "Twee geloven op één kussen, daar zit de duivel tussen", was zijn strijdkreet die hij van het benodigde ondersteunend effect voorzag door met zijn missaal een knal op de lessenaar van de kansel te geven. Een aantal in slaap gesukkelde mijnwerkers, namen dan slaapdronken een zakdoek voor de neus. Zij waanden zich nog ondergronds en dachten dat er net geschoten was. Een zakdoek voor neus fungeerde als pover stofbestrijdingsmiddel.
In den vreemde, ik ben eens alleen als 18 jarige met de brommer in Duitsland op vakantie gegaan, was ik per ongeluk in een mooi sober kerkje terechtgekomen. Het ging er heel anders aan toe dan ik gewend was. Ik vond het zo romantisch dat ik dacht: "Als ik ooit trouw, dan zal dat hier zijn!" Toen ik dat, weer thuis, aan mijn voogd vertelde ontstak die zoals gewoonlijk - na mededelingen mijnerzijds - in grote woede. Of ik, grote sufferd, niet begreep dat ik bij de protestanten op kerkbezoek was geweest? Dat was een grote zonde. De katholieke god was wel dezelfde als de protestantse, maar de katholieke was toch beter. Het hoe en waarom heb ik nooit durven te vragen. Die brainwash zat er diep in.
Ik heb een beetje in geschiedenis over mijn huidige woonplaats gelezen. Het is pas 70 jaar geleden dat de koster van de grote (katholieke) kerk, in het dagelijks leven was hij de broer van een molenaar, op zondagmorgen regelmatig de sluis bij diens molen zo hoog liet afstellen dat het protestants kerkje onder water liep. Als je wilt praten over kosterlijke concurrentievervalsing!
Ik ben een groot liefhebber van stilte. Stilte kan ik beleven, ik kan minutenlang naar de stilte luisteren en genieten van haar dynamiek. Iedere dag kom ik in een bos, al jarenlang, soms wel twee maal per dag. De dynamiek van de stilte in een dennenbos is anders dan die in een berken- of eikenbos. In de zomer weer anders dan in de winter. Zonder sneeuw anders dan met sneeuw. Ik kan dat echter niet beschrijven, denk dat je daarvoor componist moet zijn. Ik kan, hoewel ik Limburger ben en soms veel noten op mijn zang heb, zelfs geen muziekschrift lezen. Amen. (Het zij zo)
Het is nu twee dagen verder. Gisteren ben ik in het kerkje geweest. Ik wilde de stilte daar beleven. Erg druk was het er niet. Ik denk dat nog altijd een aantal ex-katholieken bang zijn door andersdenkenden besprongen en met bijbels om de oren geslagen te worden. Ze zouden hun vrijheid wel weer eens kunnen verliezen. Dat is dus niet waar. Ik was ergens in het midden - zover mogelijk van storende invloeden van buiten - alleen gaan zitten en sloot me af. Probeerde de draad van de stilte te pakken te krijgen. Dat kan eventjes duren, je moet hierin niet overijld te werk gaan.
Een sissende fluittoon in mijn oren kondigde zich plots aan, aha mijn tinnitus. Die ontbrak nou net vanmorgen. Het is een storende fluittoon in mijn oren, zogenaamde gehoorbeschadiging, vergelijkbaar met een fluitketel die overuren maakt. Hij is er niet altijd, maar meestal wel als ik niet lekker in mijn vel zit. Ik probeerde dus te achterhalen wat er hier niet deugde, iets stoorde mijn daar zijn. Zou het iets met mijn verloren katholieke ziel te maken hebben? Per slot van rekening heeft men in mijn opvoeding bepaald dat ik hier niet thuishoor. Dit is nog geen homeland, populair gezegd.
Waarschijnlijk zijn de kwalijke resten van mijn voogd's lessen nog in mijn bios aanwezig en openbaren zich hier als Trojaanse paarden. Al mijn gedragspatronen en overlevingsprincipes werden aldus door mijn rationele gemoedscanner op hun integriteit beproefd. Niets te vinden. Toch het sissen en fluiten in mijn kop werd alleen maar erger. Dit stiltecentrum is niet gezegend met de genade van een goede dynamiek begon ik te beseffen. Waarschijnlijk is de akoestiek van het kerkje zodanig dat de stilte niet versterkt wordt. Dat zou jammer zijn.
Ik stapte maar weer eens op. Zou mijn misgelopen stilte in het sparrenbos gaan inhalen.
Kom buiten en grote god, kun jij nou nooit eens iets regelen? Staat me daar op de trap van het kerkje de een of andere panfluitgroep, uit Colombia of Peru. De heer mag weten hoe ze hier komen. En, erger, niemand weet hoe ze weg te krijgen. Schijnbaar verstaan ze geen woord Nederlands, Duits of Engels. Ze blijven lachen en fluiten, het afgrijselijk geluid van minstens de decibels van tien fluitketels.
Het ergste van alles is dat ze een aantal kindjes, als mummietjes ingepakt, bij zich hebben. Ze hebben die in een soort kribjes in de druilregen geparkeerd. Mijn boosheid ebt weg in droefheid. Hier ligt geen huismus in de lappenmand! Verdomme hier liggen mensenkinderen te verkommeren tussen de hondendrollen. Verdomme en nog eens verdomme … Is dit de kerst anno 2000?
(C) |
 |
dec. 2000 |
|