Vaatdoek

Ik voel mij zwaar genomen, misleid. Ja, laat ik het grote woord maar gebruiken, genaaid. Ik overweeg nu serieus mijn abonnement op de krant op te zeggen. Beter geen nieuws dan achterbaks nieuws. Zelfs met mijn beperkte emotionele intelligentie heb ik het altijd al vermoed. Afdrogen is ongezond, kolossaal ongezond zelfs. Ik had nooit goede argumenten om dat aan de vrouw te brengen. Nu hebben twee Britse professoren dat gedaan. Zij adviseren aan huishoudelijke handlangers, zoals ik, met klem te stoppen met het hanteren van vaatdoeken. De bacteriën krijgen anders vrij, gemeen spel. De afwas kan voorlopig, tot nader bericht, weer gewoon op het afdruiprekje. Dus eigenlijk buitenspel staan op het aanrechtblad.
Ik ben ontgoocheld. Hoewel een soort vutter kan ik nog redelijk tellen. 36 jaren huwelijkse staat. Iedere dag hiervan gemiddeld een kwartiertje de vaatdoek gehanteerd, de volgende berekening levert dan mijn vaatdoekdagen op (36x365x0,25):24 = 136,875 volledige etmalen. Afgerond, pak hem beet 125. Zeer linke en risicovolle etmalen besef ik nu. Niemand heeft mij hierop attent gemaakt en ik kon dus geen beslissing nemen om dit te ontlopen. Ik vergelijk verder.
3 Jaren van mijn kostbaar leven verbracht ik onder abominabele omstandigheden ondergronds. Mijn zogenaamde vuile jaren. Ook wel mijn zwart verleden. Dat waren - er was toen nog geen vrije zaterdag en we hadden maar 14 snipperdagen per jaar - [(8X3)X(365-52-14)]:24 = ± 300 etmalen reëel risico. Daar ben ik dus wel om o.a. principiële veiligheidsredenen vertrokken.
Vervolgens was ik bijna twee jaren marinier, waarvan ik een jaar met een vlammenwerper op mijn rug of een zak explosieven aan mijn lijf aan de andere kant van de wereld op safari geweest ben. Gek, dat heb ik nooit als link ervaren. Dat was heerlijke vakantie. Met mijn makkers samen hebben we daar ook nog flink bijgedragen aan de ontwikkeling van de lokale economie door een forse omzetstijging van het product van Freddy Heineken te realiseren. Mijn hoog geprezen en onvergetelijk warm, nat verleden als een soort ontwikkelingshulp. Ook wel mijn indianentijd.
In de kleuterfase van mijn kleindochtertje heb ik nooit hoeven voor te lezen. Ik vertelde haar altijd een gekuiste versie van een dagje Curaçao. Na drie van mijn stories hoefde niemand haar meer voor te lezen. Opa moest, liefst iedere dag, komen vertellen over zijn avonturen als indiaan in den vreemde. Zij was er zo vol van dat ze op school vertelde dat haar opa vroeger zelf een indiaan geweest was. De juffrouw informeerde bezorgd bij mijn dochter over die rare opa. Het slot was geen happy end. Op een gezamenlijke vakantie in Frankrijk viel opa tijdens een rijtochtje, na 100 meter, van zijn knol. Combinatie van zonnesteek en drank, daar hield opa het op. De kleine had echter gezien dat opa geen indiaan was geweest. Indianen kunnen immers goed paardrijden. De mythe was voorbij, Tinnewou was ontmaskerd. Jemig, wat ben ik nu een end weg gegaloppeerd zeg, 3xsorry!
Terug naar de vaatdoek. Het huidige vaatdoek tijdperk is eigenlijk een langdurige kwestie, die is er al heel lang en voorlopig nog niet ten einde. Ongeacht lekker ruikend chemisch spul of kostbare vaatwasmachines, onze huismoedertjes zullen altijd ergens, misschien wel stiekem, zo'n bacteriëncultuur blijven koesteren. Zit zogezegd in hun genen, nietwaar? Welwaar! Juist, wat kan ik daaraan doen? De vaatdoekjes iedere dag verbranden? Is niet afdoende moet iedere keer gebeuren als het gebruikt is. Onmogelijk, binnen een week eindig ik als een moderne fakkelfrans op een persoonlijk door Lulu aangestoken brandstapel. Dat is geen perspectief voor een ex zeesoldaat, tegenwoordig soapoperator.
Hoe los ik dat op? Simpel! Als je een probleem niet kunt overwinnen, maak je het probleem tot bondgenoot. Afgekeken uit onze vaderlandse politiek. Dus… het probleem van de andere kant benaderen! Zijn bacteriën wel zo schadelijk? En waarom dan? Omdat twee professoren dat zeggen! Onzin, over 5 jaar zeggen ze toch weer wat anders. Dit heet voortschrijdend inzicht en is een bekend verschijnsel in de techniek. Het probleem is dus al gehalveerd. Nu de wetenschap erbij halen.
Als chemisch technoloog heb ik wel eens door een microscoop gekoekeloerd. Ik heb wel eens een kijkje genomen naar een bacteriëncultuurtje dat ik uit mijn bed geplukt had. Gewoon van een willekeurig warm plekje in het midden. Wat ik toen allemaal zag, zeg. Daarmee vergeleken zijn de griezelmonsters, uit menige science fiction film, engeltjes. En toch overleef ik al 60 jaren meestal zonder noemenswaardige problemen de nacht. Wordt zelden bacterieel geïnfecteerd wakker en als dat zo is weet ik de oorzaak wel. Juist, zware tafelgang! Dus conclusie.
Geachte Britse profs, U kunt met Uw wetenschappelijk schrijven mijn licht suïcidale inslag niet beïnvloeden. Nadat collega's van jullie mij al het genoegen van een vette hap, groot drank gebruik en kettingroken hebben tegengemaakt laat ik me nu niet de stress opdringen van een strijd om het afschaffen van de vaatdoek. Mijn Lulu mag haar vaatdoekje behouden, sterker nog ik zal het iedere dag persoonlijk hanteren zelfs zonder handschoenen en monddoekje. Ik ken de desinfecterende werking van goede alcohol. Een glaasje wijn meer per dag. Cheerio!
Voor zo'n goed advies hoef je helemaal geen Engelse prof te zijn. Een half nuchtere Hollander weet zelfs beter!




(C)

FvdB

april 2001

email me mailbus van Frants van de Bareschjop terug naar het archief