Wij Limburgers 1.

Mijn geliefd zusje, inmiddels ook al 56 heeft één zoon - Frank - mijn petekind. Niet alleen in naam, ook in streken lijkt hij wel op mij. Ik ben dus met reden heel trots op hem.
Een tijdje geleden waren zij hier, bij ons. Frank met zijn vrouw. Die liep op het laatst, zoals wij zeggen, ze kon nou iedere dag haar baby krijgen. Het werd een jongen wisten ze en hij zou eerst Frenkie en later Frenk komen te heten.
Oom Frans met zijn Lulu waren voor het doopfeest uitgenodigd. Ik sprak vlug, onbeleefd, voor mijn beurt, onze dank voor de uitnodiging uit. In zulke zaken neem ik geen risico, daarin ga ik op safe. Beloofd is beloofd, nietwaar? Welwaar! Juist, doopfeesten zijn hier in Limburg altijd aparte culturele hoogtijdagen geweest.
Iedereen weet dat wij Limburgers overwegend levendige en opgewekte naturen bezitten. Onze natuurlijke aanleg voor muziek is in onze spraak duidelijk te herkennen. Aanleidingen voor het houden van een temperamentvol feest zijn hier snel gevonden. Het is dus niet verwonderlijk dat belangrijke feesten (en dat zijn ze bijna allemaal) niet vrij zijn van enige luidruchtigheid, vuurwerk, klokgebeier, harmonie of fanfare, zangkoren, schutterijen enz. Alles en iedereen is niet te beroerd om zijn beste culturele beentje voor te zetten. Neem me dus niet kwalijk dat ik feestjes van die nuchtere Hollanders nogal stijf vind. Het doopfeestje van Frenkie junior zou niets aparts worden, hooguit wat extra's meekrijgen.
Frank senior (30) is kapitein. Niet in het leger. Veel grootser, in de schutterij! Indien je voldoende goesting voelt koop je gewoon die rang. Kost je wel een paar groene briefjes per jaar. Hoe bekender en groter de schutterij hoe duurder de rangen. Worden geloof ik om de vier of vijf jaar bij opbod tijdens een groot schuttersfeest verkocht. Opvallend hoeveel grijze tijgers, van mijn leeftijd, gemeen infanterist (GI) zijn. Meestal zijn die slimme rakkers gewoon geweerdrager, dat kost niks en biedt vele voordelen. Veel gratis rondjes van het corps officieren bijvoorbeeld. Ik ben waarschijnlijk een ernstig afwijkende Limburger, ben nooit in een schutterij geweest. Heb daar nu veel spijt van.
Ruim voor aanvang van de tewaterlating waren wij, drie geslachten cum suis, bij Frank thuis aanwezig. Mijn zusje was er ook, met de haren, en we konden zo de zegeningen van onze nazaten van dichtbij bewonderen. Goede God, wie had dit 50 jaren geleden kunnen denken. Ontroerd nam ik een Elsje (Limburgse borrel). Ik word die schorre stem, het restant van een verwaterde kou maar niet kwijt.
Ik bewonderde die grote Frank in zijn gala uniform. Kolossaal hoe ze het gecouturierd krijgen. Sterren, strepen balken, krullen, symbolen uit de voormalige koloniën. Een uittreksel van het complete signaal arsenaal van land-, lucht-, zeemacht en koloniale strijdkrachten zat ergens gedelegeerd, gestikt, geprikt of genaaid op zijn kostuum. Een moment meende ik dat ik weer in "Het Handboek Soldaat" zat te staren.
"En heb je geen wapenvergunning voor die lange sleepsabel nodig?", wilde ik weten. "Kan me bijna niet voortstellen dat daar niets over in de Arbo wet staat."
Frank trok om te demonstreren, kletterend zijn degen. Ludwig de schijtlijster, sorry zus voor jouw papegaai, voelde zich in zijn voortbestaan bedreigd en krijste nog net op tijd: "Mama mia kusje", vanaf zijn meegebrachte zit- annex poepstok en dropte een natte drol. Vreselijk.
Buiten, uit de verte klonk gerommel. Geen opkomend onweer wist ik. De drumband van de schutterij trekt op. Ik houd niet van opkomend drumbandgedreun, is niet muzikaal in mijn beleving - erger doet me zelfs terug aan de oorlog denken - en nam nog vlug een Elsje. Dan wen ik sneller aan ongewone situaties, weet ik uit jarenlange ervaring. Er waren nu ook een paar flinke knallen te horen. Zogenaamde kamerschoten. Afgevuurd door de kanonniers van de schutterij. Ludwig vreesde nu echt voor zijn leven en schreeuwde weer hysterisch een paar malen: "Mama mia kusje" en poepte heel dun.
Met zijn snavel hakte hij naar Lulu, die hem wilde geruststellen. "Tante, heeft hij jou geraakt?" wilde Frank weten, "dan hak ik zijn kop eraf". Hij stond op het punt weer zijn degen te trekken. Hij lijkt op mij. Hij zou het beslist niet doen, wist ik zeker.
De schutterij met drumband en harmonie was nu voor het huis met veel kabaal en commando's tot stilstand gebracht. Een schutterskolonel, (in het dagelijks leven waarschijnlijk miljonair) kwam met veel kontgedraai en mantelgezwaai, zijn kolbak onder de arm geklemd, de gang in en nodigde Frank, met vrouw en dopeling uit - om door de schutterij beschermd - naar de kerk op te trekken. Mijn zusje barste gierend in snikken uit, Lulu depte haar ogen met een zakdoekje en verprutste daarmee haar zorgvuldig opgebrachte feestcamouflage en ik voelde weer de rauwe rest van die verwaarloosde kou in de keel. Snel nog een dubbel Elsje om die resistente bacteriën om zeep te helpen.
We werden op ereplaatsen, achter Frank met zijn vrouw en nazaat, opgesteld en met een aantal forse spreuken werd de schutterij door een aanjager in beweging gezet. Maar eerst had hij ons, blindgangers, uitgelegd hoe een en ander in zijn werk zou gaan. Hij legde ons uit dat als hij commandeerde "Schutterij sta" we niet moesten blijven staan maar "acht geven". Als hij daarna commandeerde: "Schutterij ga" we niet gewoon weg moesten lopen, maar met links moesten aanstappen. Knap moeilijk hoor, voor rechtsbenige mensen!
De drumband behoort bij een harmonie en samen speelden ze nu, "When the Saints go marching in" Persoonlijk geef ik in zulke omstandigheden mijn voorkeur aan "Sons of the Brave" echter de nu gespeelde titel was symbolisch passender. Inderdaad de ad hoc heiligen trokken, opgenomen in de "Verenigde Compagnie Schutters", op! Ik wenste dat ik die nog half volle fles Els bij me gestoken had, kon ik de jongens op me heen ook op een neutje trakteren. Gelukkig namen de marketentsters die zorg al meteen op zich. Als een soort menselijke Sint Bernhards voorzagen zij de likkebaardende mannen, om ons heen, van geestrijk vocht. Geen kunst om zo te marcheren, dat was in mijn gekostumeerde jaren (in Hare Majesteits wapenrok) heel anders.
Het afremmen en tot staan komen bij de kerk liep volgens mijn "oud infanteristen" kennis niet helemaal volgens het stopboekje. Een zeurschutterpiet die daarop echter let.
Voordat we de kerk in konden moest we wel nog door een erehaag van schutters met gepresenteerd geweer en onder een boog van getrokken sabels van de officieren doorlopen. Ik begreep nu hoe Claus zich vaker gevoeld moet hebben - op koffertjes dinsdag - en die had geen marketentsters met Els bij zich, als ik me goed herinner. Of toch wel?
De doop in de kerk vond ik heel aangrijpend. Al die vervaarlijk uitziende mannen om de doopvont heen opgesteld. In werkelijkheid bijna allemaal liefhebbende huisvaders. Het eeuwenoude vaandel van de schutterij, als beschermende paraplu, boven de kleine Frenkie gedrapeerd. Een zacht roffelende trom, om de boze invloeden op afstand te houden en de goede geesten te lokken, denk ik. Een vriendelijke jonge pastor, die hartelijk kon lachen en grapjes maken! Waar hebben ze hem vandaan gehaald? Kleine Frenkie kon zich geen beter entree in onze zonnige Limburgse wereld wensen. Als dit symbolisch is voor zijn verdere leven wordt hij een gelukkig man overpeinsde ik, ook heel happy.
Deze ervaring met zijn begeleidende emoties zal ik inlijsten. In goud, en vervolgens tot in lengte der dagen, opslaan in mijn grijze cellen. Als ik ooit down zit kan ik dan deze gebeurtenis nog eens afroepen om mij zelf geestelijke bijstand te verlenen. Wat ben ik blij een Limburger te zijn, ook al ben ik nooit een schutterij schutter geweest. Ik neem nog een Elsje op mijn dierbaar bronsgroen eikenhout. Sontjes!




(C)

FvdB

dec. 2000

email me mailbus van Frants van de Bareschjop terug naar het archief