Boswachter 2.
Onlangs moest ik weer eens ons / mijn bos gaan bezitten, vond ik. Die besluitvorming is vrij impulsief, dat duurt slecht een paar dagen. Eerst begint mijn dagelijkse gerustheid zich ongerust te maken. Een bepaald onbehagen verdringt mijn welbehagen. Is alles nog wel eigenlijk zoals het was, of is alles al lang niet meer alles? Erger, is alles allengs niks? Vaak ligt de dagelijkse strijd om de macht onder dat alles is niks verborgen. Want, volgens de bijbel is de man het hoofd van het gezin. Het is jammer dat wij geen bijbel in huis hebben, ik zou er graag iedere dag uit citeren. Vers zoveel enz. Gij zult de heer, Uw man, enz. enz. Mijn Lulu is, vrees ik, als vrijdenkster opgevoed. In haar dagelijkse beleving ben ik slechts de onderoverste. Juist, U leest het goed zoals het geschreven staat. Dit kan alleen in de onderneming van ons taalgebied, het z.g. Dohmein. 't Is eigenlijk meer een onderonsje. Ik zeg, waar het bij haar op staat. Doet U aan paars denken, zegt U? Wim Bok zegt wat zijn antipode Kolkestein dacht? Mis, daar zit geen gevoel voor humor bij. Daar gaat het echt alleen om de macht. Bij ons gaat het om de kwaliteit van het leven = strijd(&)lust, nietwaar? Welwaar!
Juist. Als ik ga bezitten, ga ik terug naar mijn basic. Het is iets of niets, of iets anders, punt. Zover mogelijk terug naar af en dan kijken in hoever het afgelegde pad de goede richting had. Vaak een kolderiek gebeuren. Ik maak mijn survival kit gereed, een pukkeltje met de allernoodzakelijkste tools om een dagdeel alleen te zijn. Een veldfles met aqua miserabel, toiletpapier, wat fruit, hondenbrokken en de hond. Verder mijn onafscheidelijk zakmes, met ankerembleem en een hiep. (klein bijl) Sinds ik aan mijn rikketik geopereerd ben, moet ook het mobieltje mee. Lulu is zeer ongerust als ik dat ding niet bij me heb. Denkt dat ze mij bellen kan, dat het eten gereed is, als ik net met een stuk van een aartsengel aan het sjansen ben. Ik probeer haar gerust te stellen, in de hemel bestaan immers geen verboden meer. Daar heerst alleen het eeuwige gebod: "Hebt elkander lief" Ik zal daar enorm mijn best doen heb ik haar verzekerd. Wil daar vlug heel pop worden.
Om mentaal de juiste frequentie te raken speel ik tijdens de heenrit een CD-tje van de Marinierskapel. Mijn favoriet is het stukkie: "Hep je al gehoord, van die vreselijke moord, die vreselijke moord in Lisse?" Ik rijd dus met stichtelijke muziek en een onmuzikale hond tot het zweefvliegveld van de ELZC in Schinveld en parkeer daar. Mijn overweging is - zweefvliegers vliegen zweef in de lucht of sjouwen met zweefvliegen op de grond - hebben dus geen tijd om mijn auto te jatten of te beschadigen. Tot heden klopt deze stelling. Fijne kerels zijn het, ik ken er geen van.
Dan te voet met mijzelf en mijn hond naar mijn half bos. Op deze manier geen oeverloze discussies met eigenwijze groene mannetjes van natuurmonumenten. De opzet is om vrij, van geconditioneerde strakheid in mijn gemoed, op mijn vaders erfgoed aan te komen.
Altijd lukte dat, nu dus niet. Oorzaak, laaghangende bewolking.
(C) |
 |
juni 2001 |
|