Nieuwjaar.
Vandaag, op 2 januari 2001, begint eigenlijk het derde millennium. Niet het vorig jaar bij de start van 2000. Dat was een complot van de IT en de middenstand. Ze hebben er grof geld aan verdiend. Aan de sentimenten, vrees en vreugde, is altijd grof geld te verdienen geweest. Lees maar eens een stukje geschiedenis. Je moet het alleen slim aanpakken en dat was die jongens wel toevertrouwd. Trouwens wist U dat de middenstand praktisch niets gedaan heeft aan de zogenaamde millenniumbug? En wist U dat ze er ook eigenlijk geen last van gehad hebben? Dat is zelfs dubbel slim.
Ook niet gisteren op 1 januari 2001 begon voor mij het nieuwe jaar. Die dag is mij te wazig. Velen verkeren nog in een roes, zijn in de waan van dubieuze voornemens. Serieuze gesprekken moet je op die dag niet voeren heb ik allengs geleerd. Vandaag was dus de start van mijn nieuwste en tevens laatste millennium en eeuw. Vergezeld van mijn boxer begonnen wij aan onze dagelijkse mars over mijn geliefd Pieterpad. Na luttele honderd meters ontmoette ik een bekende. Na elkaar veel gezondheid toegewenst te hebben - de rest is allemaal bijzaak - vertelde hij me dat het weer niet best ging met zijn vrouw. Wachtte op een telefoontje van het ziekenhuis voor de laatste chemokuur. Genezing zit er niet meer in, alleen nog maar wat rek en pijnbestrijding. Zij zal het eind van dit jaar niet meer halen, realiseerde ik mij. Wat moet je zo'n man op zulk moment vertellen? Zwijgend liepen we een tijd langs elkander op. Iedereen met zijn eigen gedachten. Waarschijnlijk over hetzelfde onderwerp, echter onmogelijk om er iets zinnigs over te vertellen. Bij het eerste kruispunt ging dan ook ieder weer zijn eigen weg. Typisch onze individualistische maatschappij, zei de een of ander onmacht verwijtend in mij. Het zij zo, ik kan het niet veranderen.
Eventjes later kwam ik bekende nummer twee tegen. We schudden elkaar de hand en na mijn wens van een goede gezondheid merkte hij op: "Ik poep al drie dagen bloed." Jemig, ik schrok. Dit beloofde een rotdag te worden. "Je moet een afspraak met de dokter maken," merkte ik zwak op. Ik moest toch iets zeggen. "Als het over een paar dagen niet over is doe ik dat wel", repliekte hij. Angst klonk in zijn stem. Een bezoek aan de huisarts zou het risico van een slechte boodschap kunnen betekenen, begreep ik. Ik ben ook niet gek op slechte boodschappen, dus wat moest ik hem antwoorden? Zwijgend liepen we een tijdje langs elkaar op. Bij het eerste kruispunt scheidden onze wegen zich weer.
Zou Petrus soms een speciale band met dit naar hem genoemd pad hebben vroeg ik me wantrouwend af? Leidt dit pad uiteindelijk naar die instelling waarvan hij de portier is? In dat geval moet ik subiet een andere route kiezen. Voor je het weet zit je bij hem in de wachtkamer. Ik ga vanmiddag kijken of ik geen ander dagelijks pad kan vinden. Misschien is het "Drie kruiken pad" minder zaligmakend, maar in ieder geval is de naam ook minder beklemmend.
(C) |
 |
jan. 2001 |
|