Woensdag 3


De laatste twee jaren, dus sinds we niet meer voor een baas werken, heeft het dagelijks ritme zich zelf opnieuw ingeregeld. Meer uit macht der gewoonte dan uit noodzakelijkheid hanteer ik nog een agenda. Die is qua formaat al erg verkleind, toch hij is er nog. Hoelang? Ik denk niet lang meer. Vanmorgen bladerde ik door het exemplaar van verleden jaar. Doe ik altijd voor ik hem definitief weggooi. Is meer iets symbolisch, het afrekenen met de problemen van het afgelopen jaar door ze weg te gooien. Wat nu nog op ”to do” staat is of:
- niet op te lossen of
- geen probleem meer.
Waarom zeg je zoiets in het Engels? Waarschijnlijk de gespletenheid van een ex researcher. Researchen doe je in het Engels, research in het Nederlands is not done. Stel je voor, de conceptional engineering in het Nederlands, dat is hetzelfde als een Fries het Limburgs volkslied laten schrijven.
Stonden er nog open te doen activiteiten? Eigenlijk wist ik al vooraf van niet. Ik heb er bijna niets in genoteerd. Het enige dat me opviel was dat een paar keer, in het begin van het jaar, op de woensdagen vermeld stond: ”Inkopen doen!” Daarna is dit zo'n automatisme geworden dat het niet meer vermeld hoefde te worden. Beter gezegd het is nu een verworven recht.
Dus op woensdag doen we onze boodschappen. Was dit vroeger een heel stressvol gebeuren, gereserveerd voor de zaterdagmorgen, nu is het getransformeerd tot een uitje. Was het vroeger tot een door AH beperkte razzia, nu is het een uitstapje naar en door diverse supers in de Duitse Zelfkant. We zijn niet de enige Nederlanders. De parkeerplaatsen staan voor meer dan de helft vol met auto's met een gele nummerplaat. De enige eeuwige vraag ”waarom” is hier wel op zijn plaats. Wat is er aan de andere kant van de, gelukkig inmiddels verdwenen, scheidingslijn beter dan aan deze kant? De prijs? Vaak, zeker na de laatste BTW verhoging hier. De kwaliteit? Altijd! Een Duitser neemt geen genoegen met inferieure kwaliteit. Daar zijn wij, Nederlanders, meer sjacheraars en compromissensluiters in. Op bijna alle groenten, fruit, zuivel en weet ik veel staat ”Kwalitätsklasse 1 en afkomstig aus Holland”. Dat is een goeie, zeg! Onze beste spullen exporteren we en verkopen die in het buitenland aan lagere prijzen dan in ons land. Probeer dat maar eens onder je pet te krijgen. Ik vermoed dat het een achterlijke vorm van ontwikkelingshulp is. Nederlanders noemen ze niet voor niks de Chinezen van Europa. Tussen haakjes Chinees, in Duitsland bestaat geen afhaalchinees, ze eten daar heel goed voor weinig geld in een zogenaamde boerenkamer. Tis helaas niet voor mij weggelegd. Van beperkt cholesterolgebruik hebben ze daar nog niet gehoord. Zou dat ook weer een typisch Nederlands bedrog zijn? Verhoogd cholesterol is niet link? Voorlopig gok ik op voorzichtigheid en eet wat de pot van Lulu (mijn vrouw) schaft.
Afgelopen woensdag deden we weer onze expeditie. Voor de boodschappen van twee mensen, voor één week moeten drie winkels bezocht worden. Ze onderscheiden zich alle drie door hun specialiteiten. En wat van ver komt is altijd goed, nietwaar? Welwaar! Juist.
Ook in Duitsland zijn er veel vutters. Vroege renteniers, noemt men ze hier. Dat klinkt wel deftig maar ze onderscheiden zich niet van ons. Ze hebben ook vaak geen tijd, kletsen toch ook urenlang over onbenullige zaken en geven af op de jeugd en de regering. Niets aan de hand dus. Ik voelde me prima op mijn plekkie in het rijtje aan de kassa en was trots op de verworvenheden die zo dadelijk in ons bezit zouden overgaan om geconsumeerd te kunnen worden. Ik ginnegapte wat om me heen, hield de afstand tot mijn voorganger niet op minimaal en plotseling flitste er een vrouwtje met een mandje tussen. Toen ik het bemerkte en haar bekeek, bekeek ze mij terug met een air van ik heb hier altijd gestaan. Ik besloot geen internationaal conflict uit te lokken en de zaak op zijn beloop te laten. Enfin, effe later, ik had weer niet opgelet, flitste een vent compleet met een volle kar in het gaatje voor me. Mijn hartbeat ging een octaaf hoger. Dit was slecht voor mijn nationaal bewustzijnsgevoel als ik weer de domme Hollander uithing, flitste het door me heen. Ook in dass grosze Vaterland, zijn er ongeschreven fatsoensnormen, had ik der Herr Bundeskanzler nog onlangs op de TV horen beweren. Ik passeerde de voorkruiper dus links met mijn kar en sneed hem de weg naar de kassa af. Hij keek me aan en slikte. Uit zijn blik begreep ik dat ik hem niet begreep. Ik keek terug als Nederlander met een blik dat ik hem wel heel goed begreep. Voor alle duidelijkheid zei ik tegen Lulu dat ik niet gediend was van zogenaamde Schlau Michels (slimmeriken). ”U hebt het recht niet, om dat te doen”, zei hij waardig. ”Ik doe hetzelfde als jij zonet deed”, reageerde ik brutaal. ”Het verschil is dat ik het niet stiekem doe.” Ik gebruikte met opzet niet de Duitse U vorm, maar de Nederlandse jij. Voor Duitsers is dit zeer storend, weet ik. Je mag pas jij tegen ze zeggen als ze daar uitdrukkelijk toestemming voor gegeven hebben. In het kader van: ”Alle Menschen werden Brüder" vind ik dat ze niet meer zo pontificaal moeten doen.
Het vrouwtje voor me, dat zich ook net had voorgeslopen, draaide zich geschrokken om. Ze keek mij met grote ogen aan en zei: ”groszer Himmel”
Ik snapte niet waarop dat sloeg en begon mijn waren op de band te stapelen. Toen ik bij de kassa had afgerekend en wegging begreep ik de clou. De caissière begroette mijn Nachfolger met: ”Guten Morgen, Herr Oberbürgermeister”
Dat is nu ook nog eens de charme van Duitsland, een burgemeester die zijn eigen inkopen doet en ook nog probeert voor te kruipen. Menselijker kun je het niet voorstellen. Ik ga hem opzoeken en geef hem de tip in Nederland te solliciteren, kan Bram Peper en zoveel andere patsers nog een puntje aan zuigen.




(C)

FvdB

juni 2001

email me
mailbus van Frants
terug naar het archief