Fiat.
Vanmiddag was plots de winter voorbij. De temperatuur liep voor de eerste keer dit jaar op tot 15 graden. Dan gaat schijnbaar mijn bloed borrelen, dan moet ik iets ceremonieels doen. Het officieel beëindigen van de winter. Hoe of wat ik dan doe? Gewoon, ik ga naar het zuiden, op de oprit in het zonnetje mijn auto kuisen. Voor de winter invalt doe ik dat ook, hij gaat dus gewassen de winter in en uit. Hetzelfde doe ik ook straks weer voor de zomer. Gewassen de zomer in en uit. Slim nietwaar? Juist, door slechts vier keer per jaar mijn auto te wassen heb ik altijd een gekuiste auto, welwaar! Ik besteed dan ook heel wat moeite aan deze ceremoniële wasbeurten. Een prima watertje, met shampoo zacht gemaakt en met spons handmatig opgebracht. Een sec watertje, met een hardende was en niet strepende Vileda zeem. Een droog, niet pluizend, zacht doekje voor de glans en glorie van mijn Primera.
Dit is echt mannenwerk, wist je dat wel? Net als bier brouwen, dat moet je ook geen vrouwen laten doen. Dan is het niet ambachtelijk, dan rust er geen zegen op, geestelijk geniet je er dan minder van. Ik heb niks tegen vrouwen, ik kan ze zelfs niet missen maar ik heb zogezegd mijn limits. Bepaalde culturele werkzaamheden moet je per definitie in eigen hand houden. Indien je kleine dameshandjes toestaat dat ze hun gelakte nagels in jouw trots slaan, moet je niet verwonderd zijn als je uiteindelijk een stukje van je ego kwijtraakt. Je ego die je jarenlang zo zorgvuldig hebt opgebouwd, in duizend eenzame jongensdromen. Later - als ik groot ben - koop ik een motorfiets, een auto, een sportwagen, een jeep, een Mercedes of BMW. Wat zullen mijn vriendjes me benijden.
Vanmiddag, met mijn kop in het zonnetje in het zuiden, ontdooide plots weer een stukje ingevroren sentiment. Het ging vanzelf, vanzelf dertig jaar terug in de tijd. Mijn eerste autootje, een Fiatje 600. Op dezelfde plek als waar ik nu stond te boenen onderhield ik toen, wekelijks, dagelijks, soms urenlang mijn nachtmerrie. Fiatjes waren geen goede Italianen. Neen, zelfs door en door slecht. Het enigste dat ze behoedde uit elkaar te vallen waren reparatiesetjes en popnagels. (Blindklinknagels voor de taal ayatollahs onder jullie). 's Zaterdagsmiddag onderhield ik mijn voiture. Daar kwam ik nooit klaar mee. Als ik aan de ene kant de roest weggewerkt c.q. verstopt had, kwam hij aan de andere kant weer te voorschijn. In de zomer door de zon, in de winter doordat de zon ontbrak. Volgens de verkoper, een gewiekste boef met Limburgs accent, was dat een gewone natuurlijke zaak. Goede staalplaat transpireerde nu eenmaal in ons klimaat. Als bewijs liet hij me een catalogus van dat merk zien. Inderdaad, de nietjes erin waren zelfs geroest. Roesten was dus een officiële gefiatteerde bezigheid.
Na het Italiaanse Fiatje kwam een Franse Simca. Motor achterin en een heuse verwarming, ter verhoging van het rijgenot, binnen. Inderdaad, we hadden toen nog bezigheden waarbij een beetje warmte als katalysator welkom was. Helaas ook Fransozen zijn deugnieten. Als je harder dan 60 reed ging hij slingeren. Dat was niet onder controle te krijgen, was zelfs zo zeer beangstigend voor mijn Lulu dat die weigerde nog langer op de stoel, met de zeer handig neerklapbare rug, naast mij plaats te nemen. Volgens de verkoper, een gewiekste boef met Limburgs accent, was dat een gewone natuurlijke zaak. Snelle auto's waren nu eenmaal wat nerveus. Zijn tip - een paar zakjes zand voor - laag in de kofferbak als balast, was de oplossing. Afhankelijk van de aanstaande rit, sportief of klassiek had ik een of twee zakjes zand voor mijn voeten. Trots reed ik langzaam, om gezien te worden, met een blonde Lulu naast me op de stoel met de handige neerklapbare rug. Jongen, wat konden mijn vrienden en collega's nu over me roddelen! Zij moesten zich behelpen in stijve koude DD-kevers. (Duitse deuk)
Autorijden, vooral langere ritten waren toen best spannend. Je wist nooit zeker hoeveel vertraging je zou oplopen door pech. Lekke band, verloren uitlaat, verlopen ontsteking, verzopen carburateur, oververhitte motor, bevroren ruiten. Het kon allemaal.
Tegenwoordig, is dat wel eventjes anders. Aan auto's mankeert niks meer. Echter het jaagpad is nu gestoord. De snelweg, de autobaan, de autostrada lijkt vaak op een stinkende kegelbaan. Dagelijkse kilometers files, incasserende flitspalen, inritsende opstoppingen, blokkerende boze boeren, truckers of andere obstruerende belangengroepen, exotische autokapers. Zelfs een bomalarm vandaag met als resultaat half Nederland gestremd.
Het blijft spannend, weer weet je niet hoe groot de vertraging is die je oploopt. Afhankelijk van de bestemming weet je zelfs niet zeker of je daar aangekomen wel kunt uitstappen, want parkeerplaatsen zijn ook al zeldzaam. Rest soms niets anders dan te proberen weer in te voegen op de verstopte, filerende snelweg. De Hollandse roulette. De wens van de oude tijd, iedereen zijn eigen auto. De vloek van onze tijd, niemand zijn ongestoorde autoweg. De oplossing voor de toekomst, alle rij gestoorden doen hun auto weg. Resultaat de auto's weg van de autoweg.
Gelukkig is er een weg niet weg in het zuiden, mijn oprit in het zonnetje. Jemig, ik geloof dat ik mijn petje op had moeten ophouden!
(C) |
 |
feb. 2001 |
|