Vasten.
Hadden we drie dagen (sommige al 3 weken) met carnaval dolle pret gevierd, het ons nergens aan laten ontbreken; vanaf dinsdagavond 23 uur was het afgelopen met de pret. Dan werd het masker begraven. Diegenen, die dan nog op hun benen konden staan trokken in een stoet, luid weeklagend en natte doeken uitwringend als teken van oprecht leed naar het Knokenveld, om hun masker te begraven. Officieel was dan de carnaval voor een jaar afgesloten.
Voor de katholieken was meteen de vastentijd aangebroken. Eind jaren vijftig betekende dat voor heel wat toenmalige tieners grote problemen. Het askruisje halen, op woensdagmorgen en als teken van 40 dagen goede wil (zo lang duurde de vasten) daarmee de hele dag schijnheilig rondlopen was nog maar een optisch begin. De harde werkelijkheid was onthouding. Heel veel prille, maar hartstochtelijke liefdes waren tijdens deze dolle dagen ontstaan en het zoete verlangen snakte naar de consumering van het hoofdgerecht na de geproefde primaire gevoelens.
En juist nu, in de periode waarin je het pas ontluikend plantje goed moest begeleiden, er bijna dag en nacht op moest letten dat het zich goed verder kon ontwikkelen, je het liefst onafgebroken wilde koesteren en zonodig begieten, nu moest er gevast worden. Dit betekende verschrikkelijk lijden, onthouden, kwellen. Het voorspel als Tantaluskwelling! Frustrerende bezigheden, zogenaamd voor ons zielenheil bedacht door gefrustreerde en verklede mannen. De duivel zal ze, bij gebrek aan beter, hopelijk halen! Nietwaar? Welwaar!
Juist! In de vasten kon gewoon niks, dancings bleven gesloten, in de bioscoop draaiden aangepaste films en 's zondagsmiddags was er een extra vesper waarin de lijdensmeditatie gepreekt werd. Allemaal dingen waarvan je niet echt vrolijk werd. Het rijke roomse leven is, de hemel zij dank, aan zijn eigen succes ten gronde gegaan.
We wilden de hemel op aarde, die duurt maar kort. Vaak slechts een sprookjesnacht. Die is, zoals je jeugd, voorbij voordat je erg in hebt. Als zo'n jonge liefde die 40 dagen doorstond dan is ze vaak nu een maatschap dat zijn 40-ste trouwdag tegemoet gaat.
In de aardse wereld van tegenstellingen is ogenschijnlijk alles veranderd. Toch als je even doordenkt is er niet zo veel veranderd. Zo mocht er vroeger in de vasten slechts beperkt vlees gegeten worden. Dat kwam in de harde, karige werkelijkheid ook nog goed uit, zodoende kon er wat opzij gelegd worden om met de Pasen nieuwe kleren te kopen. Tegenwoordig durf je geen vlees meer te eten. Vlees eten is een riskante bezigheid geworden, zoiets als Russische roulette. Met subsidies van de Nederlandse staat (ons belastingsgeld) en de EU (dito) worden we op termijn vergiftigd. Wie had dat 40 jaren geleden met carnaval kunnen bedenken? Eentje wist het, kan ik me herinneren. Die componeerde de schlager: "We komen allen in de hemel" Shit, nieuw probleem, de hemel is wegens overbevolking gesloten. Dat komt door de geboortegolf, die door de mannen in die bruine jurken zo dwingend opgelegd was. Je hebt nu een wachttijd bij Petrus, je komt er niet in als je geen spoedgeval bent. Ga nog maar een tijdje met je ziel onder de arm lopen. Dat is weer hetzelfde gedoe als vroeger in de vasten. Veel verleidelijke nieuwigheidjes waar je voorlopig van onthouden blijft. Geen hemelsspel met de fluit. Er wordt alleen gefloten voor buitenspel. Een oplossing op korte termijn is nog niet in zicht. Ik heb gehoord dat de aandeelhouders in Rome overwegen om de hemel te privatiseren via een beursgang. Maar dan moet er nog eerst flink gesneden worden op het personeel van de hemel. Een aantal engelen en aartsengelen, die intussen al zo'n twee duizend jaar in touw zijn zullen dan af moeten vliegen. Juist, en waar moeten die naar toe? Waar staan nog stevige hoge bomen waarop die kunnen neerstrijken? In alle geval hier bij ons niet. Hier wil nog geen ooievaar meer neerstrijken. Kindjes worden hier door allochtonen gebracht. Misschien zijn de pas opgehangen nestkasten voor de kerkuilen een alternatief.
(C) |
 |
maart 2001 |
|