Strijd.
Ooit, in het verre verleden, had ik een buurman waar ik zwaar tegen op keek. Hij was namelijk priester geweest. Als dolend adolescent had hij jarenlang in een klooster gebivakkeerd maar was als bewuste jonge man uiteindelijk gedeserteerd. Hij had de preutse toog uitgetrokken en verwisseld voor een vlot jeanspak. Verdeeld over een lange tijd en in stukjes vertelde hij mij hoe dat proces gegroeid en verlopen was. Zijn oorspronkelijke roeping was hij eigenlijk toch niet misgelopen want hij was nu maatschappelijk werker.
Ik luisterde graag naar hem, want hij kwam uit een andere wereld dan ik. Ik had nog nooit iets beschouwd, ik had alleen maar interesse voor techniek. Ik had nog nooit langer dan een paar minuten over iets gefilosofeerd, ik had alleen maar geëngineerd en gerealiseerd. Automatiseren was mijn favoriete stokpaardje. Urenlang kon ik er over kletsen. Er was geen interessantere job op het westelijk halfrond dan het automatiseren van een chemisch proces. En daar zou dan ook de verdere toekomst vanaf hangen, was mijn stellige overtuiging.
"Waar het in de wereld uiteindelijk om draait, is de strijd om de macht!", opende Sjaak op een avond mijn ene (ik geloof het linkse) oog. Op dat moment besefte ik nog niet dat ik daar al 30 jaren ook aan deel nam en zeker niet dat ik daar vervolgens ook nog de rest van mijn leven mee opgezadeld zou zitten. Zich druk maken over macht, dat deden tot toen hooguit wat politici en vakbondslieden. In mijn ogen watjes, die mislukt waren in de strijd om de dagelijkse boterham. Jongens met twee linkse handen, die alleen maar goed kletsen konden en dus van hun nood een deugd gemaakt hadden. Ik was te netjes om mijn minachting daarover hardop uit te spreken maar ik liet het soms wel fijntjes merken. Eigenlijk was ik tot dat moment een onbewuste, vooruit, als je wilt een bewusteloze uitslover.
Sjaak had een, tot dan toe resident, virus in mijn brein geactiveerd. Of ik wilde of niet, steeds vaker werd ik geattendeerd op het groeiend effect van zijn oorspronkelijke, losse flodder. Steeds vaker voelde ik me een hampeleman (harlekijn), die gemanipuleerd werd door de kerels die achter de schermen aan mijn touwtjes trokken. Mijn oorspronkelijke spontaniteit en enthousiasme gingen rap naar een bedenkelijk laag niveau. Ik dacht er zelfs aan mijn naam te veranderen in August. Van vrolijke Frans tot domme August. 30 Jaren geslapen en gedroomd en nu in een achterdocht crisis wakker geworden. Degene die nu nog iets van me gedaan wilde krijgen moest me eerst maar eens overtuigen van zijn zuivere bedoelingen.
Ik denk dat dit vaak aanleiding is geweest voor komische situaties. Vandaag maakte ik weer zo'n staaltje mee. Ik had het Limburgs woordenboek gedownload. Het programma meldde dat het zich zou nestelen in een bepaalde, daartoe aangemaakte map op de C-schijf. Nou dan is er oorlog. Mappen op de C-schijf maak ik aan en verder niemand en zeker geen programma opgemaakt door de een of andere afstandelijke ICT-er. Een uur ben ik dus bezig geweest om dit programma te beletten zich op mijn C-schijf te nestelen.
Het gemak dient de mens, nietwaar? Welwaar, als duidelijk is wie de baas is.
Juist, maar van gemak kun je niet genieten, indien je door dat gemak beheerst wordt. Dan devalueert dat gemak je weer tot een hampeleman. Een gemak is alleen een gemak als jij het gemak gemaakt hebt. Indien door anderen gemaakt is het luxe. En gemaakt gemak hoort niet thuis op de C-schijf, die is niet om gemaakte gemakken te bewaren. Om gemaakte gemakken te bewaren heb ik de E-. Eerst downloaden en uitpakken op de D-, kijken of het vermeende gemak ook daadwerkelijk een gemak is en geen Trojaans paard of een digitale worm en vervolgens parkeren op de E-.
Houd je dus de baas, als je van gemak houdt, nietwaar?
(C) |
 |
maart 2001 |
|