Easy rider.

Je kunt lang gissen hoe het Pieterpad aan zijn naam gekomen is. Een feit is dat het er al heel lang is en dat het in Rome uitkomt. Het schijnt de belangrijkste zuid - noord verbinding te zijn geweest in het begin van onze jaartelling. Op mijn dagelijkse zwerftochten over stukjes van het pad, probeer ik me soms voor te stellen hoe het hier 2000 jaar geleden toeging.
Bijvoorbeeld een grote Romein in zijn strijdwagen met een dampend paard ervoor!
Vandaag hoefde ik niet te fantaseren, ik kreeg een stukje hedendaagse werkelijkheid gewoon aangeboden. Zoals zo vaak ligt de oorsprong van een gebeuren al een stukje terug in de allengs vergeten geschiedenis. Ik zal proberen te reconstrueren.
Ik kwam vaker een vrouwtje in een elektrisch invalidenwagentje tegen. Ik maakte afgelopen herfst kennis met haar toen zij in de modder geslipt en van het ter plekke schuinse pad was geraakt. Met enige moeite en stevig geholpen door mijn ongeremde boxer, kreeg ik haar toen toch weer rap op het rechte pad.
In de tijd daarna meende zij iets terug te moeten doen en had als we elkaar weer ontmoeten altijd koekjes of ander lekkers voor mijn Lucky bij zich.
Vergeefs had ik haar een paar keer verzocht hiermee te stoppen. Boxers zijn nogal onstuimig, zeker als er iets te snaaien valt. Bovendien als je een paar keer iets leuks met hen doet menen zij dat het een verworven recht is, dat tot in de lengte der dagen zal voortduren. Onafhankelijk van aard van kleding of jaargetijde. Grote misverstanden en communicatieproblemen heb ik veelvuldig op deze manier zien ontstaan en helaas niet kunnen managen.
Het vrouwtje wilde van geen minderen horen, het was haar grote vriend die ze regelmatig kon en wilde verwennen. Na een week sprong haar grote vriend al boven op haar strijdwagen in zijn poging zo snel mogelijk iets te verhapstukken. Nog een weekje later speurde hij al intens het hele landschap af om haar zo vlug mogelijk te ontdekken en holde haar luid blaffend tegemoet zodra hij haar in het vizier kreeg.
Gegeven het feit dat ik een voorzichtige en nadenkende mens ben verlegde ik onze route. Ik was niet gerust op die spontane begroetingen. Vroeg of laat zou dit in iets minder leuks kunnen ontaarden, waarschijnlijk iets rampzaligs.
Er zijn inmiddels een paar maanden voorbij gegaan. We waren het vriendelijke vrouwtje met de knabbelwaren vergeten. Bijna bevangen door de kou en onvoorbereid op rare gebeurtenissen stond ik vanmorgen op de top van een lokale bult, met een treffende naam ”de Wintraak”. Ik had mijn camera opgesteld en wachtte op het spel van het licht met de natuur. Op het goede moment zou ik alles in een shot vastleggen. Landschap, natuur en wolkenspel. Ik moest op alles en nog wat tegelijk letten. Dan let ik wat minder op mijn boxer, die kan zich uiteraard heel goed zelf redden en amuseren.
Met een triomfantelijk yel ging hij aan de haal. Als een hazewind stormde hij naar beneden. Verbaasd zocht ik de haas die hij gezien moest hebben. Ik zag geen pluimstaart. Wel een zestal elektrische karretjes die in optocht beneden voorbij trokken.
Daar moest ons vriendelijke vrouwtje dan ook hoogstwaarschijnlijk bij zitten en dan zou zij binnen een minuut door een torpedo getroffen worden. De hemel zal haar in die moeilijke momenten bijstaan. Op het Pieterpad heb ik vaak stichtelijke gedachten, nietwaar? Welwaar! Juist, ik was in een verloren start positie. De camera stond op het statief en kon ieder moment door de wind omver geblazen worden. Dus om te beginnen de camera plat gelegd op de tas. Meteen weer recht gesprongen en een daverend: ”Luck hier! Kom terug!” commando, de onnozele wijde wereld in gestuurd.
Ik had net zo goed een advertentie in de zondagskrant kunnen plaatsen, een eenmaal gelanceerde Lucky stopt pas nadat hij zijn target bereikt heeft. Ik zag hem verdwijnen achter de struiken in een bocht.
Ik zou me nu moeten schikken in het lot. Dat is niet helemaal nieuw in mijn leven, maar het is wel iedere keer schrikken. Ik wen er niet aan. Ik borg mijn camera maar op in mijn fototas, vloekend het licht op maagdelijke negatieven laten vallen achtte ik niet erg passend en begon bezorgd de weg naar beneden. Beneden aangekomen was de weg verlaten. Flink doorstappen, half rennen tot de volgende bocht, buiten adem en weer een leeg stuk weg.
Dat bleef zich herhalen. Verdomme waar zit die rot hond nou? Waar zijn die karretjes naar toe gereden? Om vanavond niet door schuldgevoelens belaagd te worden, floot ik herhaaldelijk hard onze: ”Alle licht gestraften, melden bij de wacht!” verzameljingle en riep herhaaldelijk vriendelijkheid huichelend zijn naam. Dat is ook heel frustrerend, zo'n smerig spelletje. Het liefst had ik hem achter een flinke boom geplakt, maar dat kun je in zulke gevallen niet laten merken. Keep smiling Frans. Die Romeinse Easy rider had het hier ook niet makkelijk.
Met modder aan de schoenen, liep ik pad in pad uit. Bocht in bocht uit. Geen dametjes in karretjes en geen Lucky. Wat is de wereld toch leeg en verlaten op Goede Vrijdag!
Onze straat is de laatste straat van het dorp, dus de eerste als je uit het veld komt.
Ik zag van verre dat alles ogenschijnlijk niet ernstig was. Lulu stond op straat, Luck stond naast haar te springen en een zestal karretjes stonden om hen heen te rijden.
Met enige vlijt konden we de dametjes binnen krijgen, nadat ik Luck opgesloten had. Ik had zijn hulp nu even niet nodig. Hij zou de dametjes beslist de koekjes aftroggelen.
Het vriendelijke vrouwtje vertelde. ”We reden op ons gemak. Doen we al een tijdje op vrijdag. Plots dook er iets snuivend naast me op en sprong vervolgens pardoes boven op me. Het begon me als een bezetene te zoenen en toen wist ik wie het was. Mijn grote vriend. Ik zou zijn natte kussen zelfs nog in het donker herkennen. Ik vond het eigenlijk wel geinig en omdat we niemand zagen zijn we maar weer door gereden. De hond was niet van me weg te krijgen en helemaal niet bang in het wagentje. Leuk toch, hè? Moet kunnen”.
”Ja”, vervolgde mijn Lulu: ”Ik had net de postbode voorbij zien gaan en ging de postbus leeghalen. Komen er een stoet karretjes de straat ingereden en ik dacht een ogenblik dat ik niet goed zag. Onze Luck zat bij een mevrouw op schoot. Die patser deed zelfs of hij mij niet kende. Als ik niet geroepen had, waren zij voorbij gereden”.
Begin mei is er bij ons in het dorp kermis. Ik zal mijn Lucky dan met een echte strijdwagen verrassen. Ik ga een middag met hem in de botsautootjes. Tenminste als ik geen last met de hedendaagse Romeinen krijg.



(C)

FvdB

maart 2001

email me
mailbus van Frants
terug naar het archief