Dorpsroddels.
Oorspronkelijk en dat was tot en met 1980 waren wij een dorp. In 1981 werden wij een stad omdat wij door de grote, hongerige buurman opgeslokt werden. Dat was noodzakelijk en zou goed voor ons zijn. Het pakte echter allemaal niet zo goed voor ons uit. Politieke beloftes zijn vaak niets anders dan ordinaire leugens. Iedereen weet dat, bijna niemand doet er iets aan.
Vroeger hadden wij bijvoorbeeld een paar kantonniers, die het dorp schoonhielden met hun bezem, schop en handkar. Ze namen hun werk serieus. Tegenwoordig rijdt er eens in de zoveel weken een bezemwagen, bemand door een persoon met de outfit van een piraat door de straten. Hij ziet er angstwekkend uit met zijn lange staart onder een hoofdoek, oor- en neusringen. Niemand durft hem aan te spreken als hij hard voorbij het vuil rijdt.
Volgens de roddels wordt hij per kilometer betaald…
Vroeger hadden wij een eigen politiebureautje. Twee agenten hielden ons dorp vrij van wandaad. Sittard de stad, die goed voor ons moet zorgen, heeft meerdere grote politiebureaus. Zelden zie je politie in ons dorp. Soms een patrouille auto, die hard voorbij de broeinesten van het kwaad rijdt.
Volgens de roddels wordt hij per kilometer betaald…
Begin dit jaar zijn wij nog groter geworden. Sittard, Geleen en Born moesten samengaan. Dat was noodzakelijk en zou goed voor ons zijn, was weer het oude liedje. Wij zijn nu de tweede stad van Limburg. Bijna 100 duizend inwoners. Duizend ambtenaren die dag en nacht voor ons in touw zijn, volgens de voorlichting van de gemeente. Ik zou wel eens willen weten welke ambtenaar voor mij in touw is. Oh, ja meerdere zelfs, iedere keer als ik in de stad moet zijn om iets verplichts te regelen krijg ik een parkeerbon. Op de plekken waar de gemeente haar administratie voert zijn geen of te weinig parkeerplaatsen. Dat is pas beleid dat goed voor ons is. Of zou ik gek zijn?
Toch zijn wij een klein dorp gebleven. Er staan nog bankjes op de rand van het dorp. Ik kan er heerlijk op zitten en naar ons dorpje kijken. Ogenschijnlijk is er dan nog niets veranderd. De rode en blauwe pannendaken flikkeren nog altijd in de zomerzon. Heel vaak zit er binnen de kortste keren een oude en dus echte dorpsgenoot naast me. Niet verlegen om een praatje, neen hij popelt van ongeduld om mij van het laatste nieuws deelachtig te maken. Ze weten dat ik schrijf en op internet publiceer. Bijna allemaal hebben ze een kleinkind dat voor hun op het net kan kijken of ik ook wel hun laatste roddel goed verwoord heb. Blijkbaar geeft dit een kick of versterkt hun onderling imago.
Nikola, een van mijn beste nieuwsbronnen, kwam naast mij zitten. Diep zuchtend legde hij omstandig zijn wandelstok naast mijn hond neer. Doet hij altijd. Eerst wat ingewikkeld en moeilijk doen, zijn plekje opeisen op de manier van: "Ik ben er nog, je moet nog rekening met me houden".
Mijn boxer zit nooit om een spelletje verlegen, die neemt ieder uitdaging aan. Hij heeft Nikola al een paar keer enthousiast omgekegeld. Reden voor Nikola om zich uitvoerig over mijn hond te beklagen. Zo hoort dat en zo gaat dat op een dorp dus ook nu weer.
Toen Luck (mijn boxer) dus eindelijk goed aan mijn kant geparkeerd lag en Nikola zijn stok tussen zijn benen geklemd hield kwam hij met het nieuws. "Heb je dat van Wanjt gehoord?"
Wanjt is een boer die onlangs gestopt is en zijn boerderij voor afgunstig veel geld verkocht heeft. Hij is, door zijn krenterigheid, niet erg populair. We gingen er vroeger vaker aardappels kopen. Wanjt had een oude bascule en bracht zelden het kistje of mandje dat je meegebracht had om de aardappels in te doen, op de bascule in evenwicht. Dat woog immers toch niks. Vervolgens werd met grote precisie het gewenste aantal kilo's aardappels afgewogen. Altijd werd een grotere aardappel weggenomen en vervangen door een kleinere. Immers van weggeven kreeg je niks bij elkaar, dat scheen een oude boerenwijsheid te zijn.
Onze relatie kwam in de min toen ik Wanjt een keer enkele kilo's kostbare Limburgse löss (leem), die om de aardappels gezeten had, terugbracht en die graag omgeruild zag voor bintjes. Wanjt was zo beledigd als een leverworst en kwam nog amper uit zijn woorden bij het afwegen van de compensatie. Sinds die tijd kopen wij onze piepers bij de super en onze bloemenaarde bij het tuincentrum.
Ik hoefde Nikola niet te verzoeken aan te vangen, hij was al begonnen.
"Wanjt en zijn vrouw lopen tegenwoordig alle begrafenissen af", schamperde hij.
Ik begreep hem niet en verzocht hem duidelijk te worden.
"Zonder uitnodiging schuiven ze aan bij iedere koffietafel", foeterde hij verder en spuwde om van zijn afkeur uiting te geven op de grond. Vervolgens wreef hij zich uitgebreid met een grote zakdoek zijn knollenneus neus af. Hij keek mij scherp aan. Was deze roddel zwaar genoeg om gepubliceerd te krijgen? Moest hij er nog een schepje bovenop doen, las ik in zijn blik.
Ik bleef stoïcijns, haalde eens mijn schouders op. "Waarschijnlijk een pijnlijk misverstand?" "Misverstand?" Nikola kwam nu op dreef. "Weet je wel", zei hij, "dat toen zijn vrouw in het ziekenhuis lag, hij een boeketje rozen uit een tuin gejat heeft en daarmee op ziekenbezoek gegaan is?"
Neen, dat wist ik natuurlijk niet en dat leek me ook wel wat overdreven.
Nikola zuchtte nogmaals diep over zoveel domheid van mijn kant. "Jij bent ook niet van ons", verzuchtte hij.
Verdomme ik woon al 35 jaar hier, wanneer wordt ik dan wel een Haverbuul? (inwoner van ons dorp)
NB. Een mogelijke overeenkomst met bestaande personen berust op toevallig toeval.
(C) |
 |
juli 2001 |
|