Lusten en lasten

Onze tijd wordt gekenmerkt, denk ik, door hevige tegenstellingen. De Duitsers hebben er een passende uitdrukking voor: "Himmelhoch jauchend bis zum Tode betrübt". Dat laat zich niet zo vlug goed vertalen, dat moet je aanvoelen. Ik denk dat ik het kan aanvoelen, dus ga ik een poging wagen om het te verhollandsen, of te verbelgischen. Zoals je wilt! Mijn klant is koning.
Vanmorgen tijdens het barbieren viel het kwartje. Als het niet zo'n warm weer is, zoals de laatste dagen het geval is, kan ik het me - als inmiddels met werken gestopte werker - permitteren een dagje scheren over te slaan. Ik vind het echter niet prettig als kinderen of vrouwen mij wantrouwig aanstaren! Ik zal dus altijd rekening houden met het programma van de aanlopende dag. Staan er sociale verkeringen in, ontdoe ik me van mijn oud-baviaanse kenmerken.
Vanmorgen bedacht ik, met een ingesopt aangezicht, verpozend op de wc-bril en lezend - tijdens dit initiatie proces - de krantenkoppen over het oude nieuws van gisteren, dat mijn vader vaak verschrikkelijk vloekte tijdens het scheren.
Als jongetje vermoedde ik sterk dat scheren iets typisch mannelijks was, in ieder geval een mannelijke daad. Je moest er buitengewoon moedig voor zijn om zo'n groot scheermes te durven hanteren, want een kleine uitschieter van nauwelijks een paar centimeter betekende een vroegtijdige dood. Vind je het gek dat een man als mijn pap dan eens uit zijn vocale slof schoot? Verder heb ik nooit gezien dat mijn moeder een scheermes hanteerde. Hiermee was dus het overtuigende bewijs geleverd dat scheren mannelijk was. Punt.
Mijn moeder was een keukenprinses. In haar keuken hing, een door haar zelf geborduurde keukendoek, met de propere tekst: "Schoon en rein moet mijn keuken zijn". Daaronder stond een Volendammertje (een kereltje met een schuin mutsje en op klompen) eendjes te voeren. Of die spreuk iets met mijn vader te maken had, een verkapte waarschuwing bijvoorbeeld, weet ik niet. Wat ik wel weet was dat onder deze katoenen bannier mijn vader een leren riem bevestigd had. Aan deze riem sleep hij langdurig en met lange halen zijn angstwekkend scheermes. Omdat ik dikke haren had moest ik regelmatig met mijn haardos paraat staan. Dat vond ik een eer en was zeer voldaan zodra een aan mij ontrukt haar op zijn scheermes doormidden viel. Dan was zijn mes in puike staat en kon de schraperij beginnen.
In een mum van tijd bloedde mijn vader dan meestal als een rund en begon de ruwe praat. Met aluinsteen, vloeitjes, stukjes krant, tipjes koud water, pleistertjes en veel bewonderend geweeklaag van mijn moeder werd de mannelijkheid van het scheren verder geaccentueerd. De man als baardend lijdend voorwerp! Dit was duidelijk een onderscheidende last, geëxtraheerd van primitieve lust. (Denk aan het moeilijke Duitse spreekwoord!)
Analoog aan dit indrukwekkend gebeuren hoopte ik, dat ik vroeg met scheren mocht beginnen, ik zou nog harder vloeken dan mijn vader. Dan zou mijn toekomstige vrouw mij nog intenser kunnen troosten! Die gedachte alleen al deed me geestelijk verdwalen in de verwachtingsvolle toekomst.
Mijn wens werd ingewilligd. Sinds 50 jaren groeien er, als toegift, ook haren uit mijn oren en neus. Dat is geen fraai gezicht, dat is overshoot van moeder natuur, wildgroei. Mijn neus die kan ik zelf bescheren, mijn oren dat is een ander verhaal. De kapster o.a. doet soms het gewas uit mijn oren. Zij doet dat terloops, als per ongeluk, praat er niet over, haalt het weg in een snelle passeerbeweging. Een soort veredelde goocheltruc. Kapsters praten over alles en meestal … niets heb ik ontdekt … en falen als troosteres. Hier zit het "zum Tode betrübte" addertje onder het gras, tenminste alsjum snapt.
Mijn baard- en ongewenste haargroei gedragen zich als onkruid, groeien iedere dag gestaag illegaal, hoe meer je het snoeit hoe harder het groeit - in de zomer gedijt het zelfs beter dan in de winter. Dan rijst snel de vraag: "Hoe bestrijd je onkruid?" Met gehard staal, met de schoffel, nietwaar? Welwaar! Juist en met chemie.
Ik scheer me uit kinderlijke nostalgie nog volgens hetzelfde principe als mijn vader, vroeger. Echter met hedendaagse, gecertificeerde technieken. Met een chroomnikkelstalen instrument. Waarschijnlijk geengineerd door ruimtevaarttechnici. Een speciale Mach III machine. 3 Hightech mesjes in serie geschakeld, gekoppeld achter een kunststof voorhuidspannertje. Scheren wordt zo een genot, een Himmelhoch! Snapjum?
Maar voordat ik tot de ultieme daad, het afsnijden, overga - houd ik me eerst bezig met de parallelle chemie. Het snijklaar maken van het stoppelveld. Dat doe ik met eveneens ook zeer geavanceerde chemische verbindingen. Een gel uit een spuitbus! (Effe er tussen door, een spuitbus is een typisch mannelijk symbool, vind ik). Het recept dat er op vermeld staat geeft inzicht in de gecompliceerde inwendige materie en excuseert de schandalige prijs. De meeste medicamenten zijn simpeler en goedkoper van samenstelling.
Het kalende resultaat is erg afhankelijk van de inweektijd, heb ik empirisch vastgesteld. Als man van en uit de praktijk maak ik de kaalslag theorie kloppend door alvast de krant, in de inweekperiode, brillend te inventariseren. Dat is erg aangenaam en verkwikkend, versterkt het jauchend effect.
In tegenstelling tot mijn moeder gebruiken de hedendaagse dames wel degelijk scheermessen. Meestal zijn dit meerdere warm gekleurde, plastic exemplaren. Nooit koud, blikkerend staal. Staal is al van oudsher het speeltje van de man. Ook onderhouden dames andere technieken dan mannen. Een hele bedenkelijke vind ik het zogenaamde elektrisch nat scheren. Het gebrek aan scheertraditie straalt hiervan af. Een overijlde struikeling in de emancipatie?
In de huidige strijd der seksen wil niemand te laat komen. Logisch dus dat zij ook van het Himmelhoch willen genieten. Zij hebben in het gehaast hun troostinstinct grotendeels verloren en om dat te compenseren scheren zij zich een belachelijk klein snorretje ergens op het onderlijf. Jemig de pemig. Daarover wordt bij de kapster nooit gepraat, dat poesje wordt schijnbaar in het donkere circuit geschoren.
Waarvan ik dat weet, wil je weten? Van de kapsterszaak! Wachtend op mijn maandelijkse beurt, kijk ik daar wel eens in de rondslingerende lectuur. Daar staan massa's van zulke bloedstollende beta aanjagers in. Ik neem tegenwoordig een extra pilletje, voor mijn bloeddruk, als ik naar de kapster ga. Die lectuur is echt ongezond zou mijn cardioloog waarschijnlijk opmerken.
Toch begrijp ik die loslippige kapsters eigenlijk niet goed. Ze pretenderen knipspecialisten te zijn. Ze hebben inderdaad een vast handje. Ze geven een hoop geld uit aan lokkende reclame en doen er vervolgens niets mee want mij maak je niet wijs dat je voor een cut haarstukje niet bij zo'n gediplomeerde schuinsnijdster terecht zou kunnen.
Neen, deze tak van de huidige dienstverlening heeft zijn "Fimmelloch" nog niet ontdekt.



(C)

FvdB

juli 2001

email me mailbus van Frants van de Bareschjop terug naar het archief