Kevelaer.
Ik vertel geen nieuws als ik opmerk dat de wereld vol zit met niet meteen te doorgronden rituelen, folklores, tovenarij en andere wazige tradities. Vaak zijn ze zo vast ingesleten in ons dagelijks leven dat het bijkans ondenkbaar is dat ze er uit zouden verdwijnen.
U snapt nog niet waar ik naar toe wil? Gewoon op bedevaart naar Kevelaer. Waarom? Gewoon om een restje kinderlijke nieuwsgierigheid te bevredigen!
Ergens in het verre verleden, in dit geval mijn jeugd, kondigde onze pastoor ieder jaar in september "de Jaarlijkse bedevaart naar Kevelaer" aan. Eind jaren 40 (in de vorige eeuw) was dat een hele onderneming. Met een zogenaamde touringcar, die je anders nooit in ons dorp zag, werd de lange tocht (ongeveer 100 km) gemaakt.
's Morgens om 6 uur werd bij de kerk opgestapt. 's Avonds laat (als alles goed ging) keerden de pelgrims zeer gelaafd terug. De mannelijke verlicht door hoge alcoholische waardes, de vrouwelijke beladen met lagere wereldse waren.
Enkele van mijn tantes gingen vaak mee. Hun echtgenoten gingen minder vaak mee. De interesses waren verschillend. Mijn ooms vertelden , meer als waarnemers (het woord ramptoerist bestond toen nog niet) dan als pelgrims, vol trots en voldoening hoe plat de geallieerden het stadje gegooid hadden. Zij stonden in hun bekrompen recht (de kant van de overwinnaar), want de Moffen waren de oorlog begonnen. Punt aan de lat, aan duidelijkheid was vroeger geen gebrek.
Toen het stadje grotendeels herbouwd was, waren zij hun godsvrucht inmiddels verloren en gingen niet meer mee op bedevaart. Mijn tantes zetten hun jaarlijkse expeditionele actie voort.
Eentje kocht er ieder jaar nieuwe gordijnen voor haar huis en later voor haar ongelovige dochters. Die waren daar goedkoper en van betere kwaliteit dan hier bij ons, zei ze. Mijn oom, haar man, knarsetandde. Mompelde iets over landverraad.
De andere tante kocht er ieder jaar haar nieuwe onderbroeken. Formaat tent. Duitse tantes waren tengevolge van het uitdijende Wirtschafftswunder een maatje royaler dan de doorsnee Nederlandse. Mijn tante was een formidabele Nederlandse. Zij voelde zich sehr wohl in het buitenlandse uitgangstenue. Mijn andere oom, haar man, knarsetandde. Mompelde iets over een dikke Duitse Bertha. Ik begreep het toen niet allemaal maar nam me voor het ooit uit te zoeken.
Nu 50 jaren later, bijna alles is veranderd, bijna niemand gaat nog naar een kerk en ik woon zelfs in een andere streek. Wat is er hetzelfde gebleven? Juist, de jaarlijkse bedevaart naar Kevelaer! Deze hele streek gaat, collectief eens per jaar - per touringcar, naar Kevelaer.
Van de week besloot ik privé het mysterie op te helderen.
Ik wist het eerst zeker, ik had anderhalf uur door Duitsland gereden. Kevelaer moest in Duitsland liggen. Op de plaats van bestemming twijfelde ik toch een aardig tijdje. Ik hoorde en zag alleen maar Nederlands en Nederlanders. De bewijzering is in onze taal, ik kon met guldens betalen. Argwaan bekroop me. Was ik in een onbekende Nederlandse enclave terecht gekomen? Zou dat gedoe met die aanstaande Euro, dezelfde flauwe kul zijn als vorig jaar met die millennium bug? Gewoon bangmakerij om de schijterige burger geld uit zijn zak te kloppen?
Van de parkeerplaats naar het groot heiligdom moest ik door een sjieke winkelstraat. Of Valkenburg aan de Geul is hier afgekeken, of het omgekeerde is het geval. En wat een prullaria is ook hier in de aanbieding. Van ongezegende wandelstokken tot gezegende stinkkaarsen. Het schijnt dat de weg naar de hemel steeds met kitsch geplaveid is. Alleen een Aldi-super ontbreekt in het assortiment, merkte ik korzelig op. Waar zouden mijn tantes hun jaarlijkse voorraden ingeslagen hebben? Waar zouden mijn ooms hun buitengewone dorst gelest hebben?
Ik besloot mijn bedompt geestelijk gemoed op een opfrissertje te trakteren en streek neer op een terrasje vlak bij de kerk. Het gemak is immers gemaakt voor de gelovige mens. Bij een kop Tschibo koffie (de weduwe, mevrouw van Nelle, is inmiddels hertrouwd) en een stukje Kuchen kon ik van de preek uit de kerk meegenieten. Een Nederlandse pastoor voerde het hoogste woord. Nederlanders staan vaak vooraan bij het voeren van het woord, dus waarom hier niet? Alles wat we deden was fout wist hij, heel eigenwijs. We eten te veel, drinken te veel, sexen te veel, kijken te veel televisie enz. enz. Wat een verveellap, ik snapte niet dat de mensen om zo'n zeurpiet een paar uur in een bus gaan zitten. Die man speculeerde op het in iedere beminde gelovige (zeidie tenminste om de paar minuten) nog aanwezig restje schuldgevoel. Van ergernis knoeide ik de Tschibo over mijn lichte broek. De rest van de dag zou ik als smeerlap gekenmerkt zijn. Niet alleen donkere vlekken op mijn innerlijke ziel, ook mijn uiterlijk was nu bruin bekoffied. Beiden rijp voor een grondige reiniging.
Ik dacht dat dus nu wel het juiste moment aangebroken was om een kaarsje aan te steken. Die moet je echter eerst kopen. Maar nog eerster moet je daarvoor in een lange rij gaan staan. In die rij wordt gefoeteld, wordt voorgekropen, wordt met de ellebogen gewerkt. Het ruikt er ook naar mensen. Dezelfde pislucht als bij de apen, in de dierentuin. Dat is niet bevorderlijk voor een clean memory, kan ik U verzekeren. Mijn vreedzaam gemoed werd weer danig op de proef gesteld. Als het nog effe duren zou, kon ik het woord vreedzaam in de toekomst waarschijnlijk met een w schrijven, vreesde ik.
Uiteindelijk had ik mijn kaarsje gekocht. Een vies, geel kromgetrokken ding. Ik wilde niet op alle slakken zout leggen en liet zelfs het wisselgeld zitten. Ik kreeg er nog geen dank je wel voor terug. De preek van die pastoor was schijnbaar niet goed verstaan door de Duitse koopvrouw.
Ik moest me nu een weg banen naar de offerblok cq. brandstapel. Meerdere grote roosters waar je het wenskaarsje op moet prikken en laten fikken. Weer in de rij, weer wachten. De kaarsen brandden niet snel genoeg. Het aanbod was groter dan de markt aankon. Dan krijg je een crisis, dan wordt er gedumpt. Het dumpen bestond in dit geval uit het gegeven dat iemand met wat ik vermoedde "Een Duitse Melkertbaan" met een uniformjasje aan en een groot plamuurmes in zijn hand de pas half vergane kaarsjes naar de mallemoer hielp. Dit lokte hevig protest uit van de nog niet verhoorde offeraars. Ze dreigden met gerechtelijke stappen. Hier ligt een markt gereed voor Amerikaanse schadeadvocaten (gouden tip).
Ik gaf mijn resterende godsdienstige moed op. Mijn ooms hadden gelijk, hier pelgrimeren stond gelijk met zelfverachting. Hier heb ik ook niets te verwachten. Mijn onderbroeken (maatje S) koop ik wel zoals vanouds weer bij de Hema Ik Kevelaer nooit meer.
(C) |
 |
augustus 2001 |
|