Anno 2001 - dagblad versus gazet.

Ik vloek niet veel. Als, vloek ik niet hard. Meestal vloek ik als ik me verbaas. Ik kom dan echte woorden te kort. Vandaar een paar geleende teksten.
Vanmorgen kwam ik een tijdje hartgrondig woorden te kort. Ingegeven door een soort heilige toorn. Dat mag, dit is wel toegestaan. Dit proces is al eens beschreven in een heel oud geschrift, afdeling Nieuwe Testament. ”Jezus ranselde de wisselaars uit de tempel van zijn vader”. Ik kan me goed voorstellen wat er toen in die boze, beste man omging.
Wat er dan wel met mij gebeurd is, wilt U weten? Hoe die kwade geest in mij gevaren is? Dat is in eerste instantie, zoals altijd trouwens, simpel. Het is de schuld van de krant! Welke krant?
Dat wordt ingewikkelder, dit wordt een bijbels verhaal vol intriges, partnerruil en overspel. Daarbij komt nog dat ik erfelijk belast ben. Het zit zogezegd in mijn genen. Het gedempt vloeken, merkt U eigenwijs op? Neen, het lezen !
Het begin is weer, zoals altijd trouwens, simpel! Vroeger, voor 60 jaren, dat is dus een eindje uit de buurt, werd bij ons thuis het ”Limburgs Dagblad” gelezen. Waarom las mijn vader het LD?
Omdat hij dat had meegekregen van zijn vader. Die had oog voor kwaliteit. Die moest die blaaskaken uit Maastricht niet die de ”Gazette van Limburg” in mekaar steelden. Een Gazette! Mijn opa wilde een krant lezen, geen verhalen over de winderige middenstand van een provinciale capitale miskleun.
Zoals ervaren, mijn vader wond zich - om te ontspannen - regelmatig op en vloekte dan gedempt en beschaafd (mijn voorbeeld), over de toestand in de wereld zoals die door ons Limburgs Dagblad verwoord werd.
Dat waren geprezen, duidelijke tijden. Men was voor of tegen. Paars was de kleur van de vasten en de onthouding. Dat duurde maar een paar weken per jaar en begon en werd afgesloten met een groot feest.
De gedoog- en papcultuur moest nog door de economen, of de chaoten (zoals ze in Duitsland genoemd worden) uitgevonden worden. De Zalmnorm kwam alleen voor in de visserij.
Zodra mijn vader zijn gemoed gelucht had vouwde hij de krant zorgvuldig op en gaf mijn moeder toestemming om met het broodmes de krant tot halve A-4tjes te versnijden. Deze werden dan door mij persoonlijk op de haak in ons kleine huisje, in de tuin geprikt. Bij ons ging niks verloren dat nog nuttigheid bezat.
Door zo'n bedrukt papier veegde je ook niet meteen doorheen. Moet je nu eens proberen, minstens moet je nu een driedubbel gelaagd en natuurlijk gebleekt, chloorvrij, zacht product met keizerlijk certificaat in de hand hebben.
Ik verbleef vaak en lang in ons kleine huisje. Hier ontdook ik de censuur, die door mijn vader ingesteld was. Hij had slechts het beste met mij voor en verbood mij bepaalde dingen in de krant te bekijken of te lezen. Als hij zag, dat ik simuleerde dat ik iets las, maar stiekem naar de reclame voor korsetten loerde, viel steevast zijn zware hand uit de lucht.
Deze aanvaringen kon ik voorkomen door op mijn gemak de aanbiedingen van kurassen en de reclame van de Astoria bioscoop (toegang 18 jaar) in ons gemak te bestuderen.
Terugblikkend kan ik vaststellen dat in onze clan het Limburgs Dagblad een bepalende factor geweest is. In ons, ik bedoel eigenlijk mijn, gezinsleven is ook altijd het LD de dagelijkse brenger van de goede of de slechte boodschappen geweest. Het krijgt dan de status van een huisvriend. Zodra het er is werkt het op je zenuwen, maar indien het bij het ochtendappel ontbreekt is je dag in spé gedoemd te mislukken. Dat is zeer frustrerend, zeker als het vaker gebeurd.
En nog erger als het gebeurt op de manier zoals het gebeurde.
Eerst veranderde de ”Gazette van Limburg”, haar naam in ”De Limburger”. Dat vond ik brutaal, op het onbeschofte af. Waar gaat het naar toe als een Gazette een nieuwe Limburger wordt? Maar ik had niks te zeggen. Ik was abonnee van het ”Limburgs Dagblad”. Vervolgens werd die namaak Limburger, verkocht. Gewoon opgekocht door een ordinaire Hollander, een andere blaaskaak - ”De Telegraaf”. Nog geen echt onoverkomelijk probleem. Ik was immers abonnee van het ”Limburgs Dagblad” en vond het eigenlijk een terechte straf voor het Maastrichts chauvinistische gebleer.
Maar het kwaad kwam tot erger. Ook mijn Limburgs Dagblad werd onlangs verkocht. Wat een ontgoocheling .. aan de Telegraaf. Weer was mij niets gevraagd. Het was een stiekeme, zogenaamde stille verkoop. Maar niets zou veranderen beloofde men. De lezer zou alleen maar heil, geen belastende omstandigheden in zijn bus aantreffen. Aan mijn hoela.
Het erger kwam tot veel erger, tot onvoorstelbaar kwaad.
Ze veranderden snel, stiekem alles. En ze doen alsof ze er niets aan doen kunnen. Alsof het natuurverschijnselen, zoals El Nino, zijn die ons treffen. Onbeschaamd trappen ze gemeen op mijn ziel, raken me in mijn ochtendgemoed, vandaar mijn recent ochtendhumeur, mijn hartzondig ochtendgebed.
Wat hebben ze namelijk samen bekonkeld? Een gemeenschappelijke bezorging van beide kranten door een gemeenschappelijke besteller. Een beetje crisismanager schat ruim van te voren in dat dit geen haalbare krant is. Hoe kan immers iemand, die zelf geen hartstochtelijke krantenfan is, 's morgens voor 7 uur, twee verschillende kranten, die aan twee kanten van de straat bezorgd moeten worden, uit mekaar houden, nietwaar? Welwaar, dat kan niet!
Juist, en ik kan dit proces niet corrigeren. Om principiële redenen verkeer ik voor 8 uur 's morgens niet op deze wereld. Zodra ik verschijn is de misbestelling geschied. Zitten wij opgescheept met die vermaledijde, verkeerde krant en alle boven geschetste vervolg wantoestanden.
Mijn rest dan alleen nog om het verdwaalde kalf uit de met opzet gegraven put te hijsen via een 0800 nummer. Dat is zeer vermoeiend. Iedere keer weer worden dan op een ingewikkelde, slinkse manier mijn personalia nagetrokken. Men twijfelt in principe aan mijn abonneeschap, via postcode en huisnummer constateert een slimmelinge wie ik ben. Als je mij dat gewoon vraagt, zeg ik jou dat zo. Daar doe ik niet moeilijk over, het staat immers ook op de deur. Ik ben Frans van Jupp van Frens. Zo simpel is dat. En dan moet ik vervolgens nog beleefd vragen of ik mijn krantje, dat ik uiteraard 3 maanden in de vooruit betaal, misschien alsnog mag ontvangen. Moet ook nog dankbaarheid veinzen als aan mijn nederig verzoek een zuinig akkoordje gegeven wordt. Ik heb die ingewikkelde hedendaagse flauwe communicatiekul toch niet bedacht. Ik heb me niet laten opkopen, en ik laat me zeker niet voor onnozel verkopen!
Snap je dat mijn dag dan goed naar de Filistijnen is?
Ik weet ook de oplossing. Ik sleep mijn computer naar beneden. Die zet ik op ons terras. Ik vraag mijn vrouwtje, des morgens als zij opstaat om in te loggen op internet. Zij is vroeg uit de veren en snel bij de pinken. En zij houdt nog van mij. Zelfs na 37 jaren tropendienst. Zij wil best mijn krantje uitprinten en op mijn ontbijttafeltje op het terras leggen.
Wie doet haar dat effetjes na? Vervolgens zeg ik ons LD abonnement op. Van dat geld kunnen we makkelijk de telefoontikken betalen, die nodig zijn om de bitjes binnen te halen.
Verdomd als het niet waar is, waarom kwam ik daar niet eerder op?
Er zit misschien een klein nadeeltje bij. We hebben dan geen bodemvulling meer voor onze GFT bak. Het LD is uitermate geschikt voor de absorptie van ons nat keukenafval. Ten opzichte van vroeger is hierin niet veel veranderd.



(C)

FvdB

november 2001

email me
mailbus van Frants
terug naar het archief