Herfsttijd

De bladeren beginnen te kleuren, een enkeling (blaadje de voorste) houdt het al voor gezien, wil niet langer hangen en zet de rest van zijn vluchtig bestaan op de grond voort. Grote honkvastigheid zou in deze stormachtige tijd een mooie deugd zijn. Helaas waait, loopt, rent of doolt menig schepsel als van de pot gerukt in zijn onzekere zekerheid rond. Sinds enige tijd weten we dat de goede tijden van vroeger definitief verprutst zijn. Komt tijd komt onraad, is de enige zekere zekerheid.
Een paar voorbeeldjes die niet, zoals de Bushsecrets, geheim zijn:
Het regent al weken.
De winterpiepers staan te verzuipen.
Het is niet voorspelbaar wanneer het droog wordt en als, hoelang dat dan blijft.
De aardappels zullen beslist erg duur worden.
Het ophalen van het huisvuil is inmiddels ook schandalig duur geworden.
De minder stabiele geesten slaat de schrik nu om de opgerekte maag, cq. de duobak. Stel je voor, 's avonds geen overladen gevoel meer. Zonder dubbele portie patat achter de vetschort naar Big Brother moeten peepen. Dat is erger dan op stro slapen.
Wij, de niet stadsmensen, zijn dubbel gevoelig voor het effect van die vallende bladeren waarmee we iedere dag geconfronteerd worden. Het losgerukt worden van de vastigheid. Voor je het weet ben je los van je roots.
Je wordt niet gek wanneer je dat wilt. Je wordt mee op sleeptouw genomen door de gekheid om je heen. Het spreekwoord zegt niet voor niks: Als eenmaal een blad van de boom los is, raken ze allemaal verstrooid. Ons dorp is net een kippenhok, begint er een hennetje luid te kakelen dat ze van stok is komt de rest in de collectieve rui.
Een aantal zuinige zielen brengen hun laatste gazon maairesten naar het open veld. Liefst daar waar net de aardappels gerooid worden. Tel uit je winst. 5 Kg. nat gras, niet in de duobak, bespaart anderhalve gulden stortkosten. Het maaigras kwijtraken kost inmiddels meer dan graszaad kopen. Omruilen is niet mogelijk. Converteren tot compost is een vuile, stinkende aangelegenheid. Je moet een fan van wormen en maden zijn, wil dit enige vorm van succes krijgen. Dit was niet in mijn opvoeding voorzien, dus helaas.
In een moeite, je hebt dan immers toch een plastic boodschappentas bij de hand, graai je een paar maaltjes piepers van de akker mee naar huis. Nogmaals twee rijksdaalders winst. En een kik, want je hebt iets primitiefs gedaan. Gescoord in de gecultiveerde strijd om het bestaan, de dagelijkse zorg voor piepers op tafel. Hetzelfde historische gevoel dat onze voorvader had als hij een bok geschoten had en het gewei kon verpatsen. Er waren in die tijd ook al patsers die er iets voor over hadden om zo'n bokkentooi op te zetten en voor grote geest te spelen.
Ik nachtmerrie, in deze woelige tijd, wel eens over Jomanda met de bokkenpruik die mijn Spaatje zegent. Zij probeert me dan wijs te maken dat ze het instraalt. Ik mot geen gemanipuleerde etenswaren. Ik ben een fervente aanhanger van gealcoholiseerde vloeistoffen. Die zijn gezond en veel geruststellender dan gestraalde waters. Alcohol zuivert en desinfecteert. Laat maar eens een regenworm in een borrel zakken. Hij wordt schoon en gaat meteen dood. Conclusie, alcohol is goed tegen de wormen, nietwaar? Welwaar! Juist.
Dank zij de geruststellende bijstand van de wijngeest uit de fles, denk ik dat ik deze woelige herfst makkelijk doorkom. En het zijn ook geen zusjes van Jomanda, de blauwgekielde meisjes in de wijnshop, die de flessen in de vakken koesteren.



(C)

FvdB

september 2001

email me
mailbus van Frants
terug naar het archief
Last updated 31.8.2003