Kompel 10.

tek. Jef Caenen (met toestemming van zijn weduwe)
|
Een avondje per week gaat mijn lief kleien.
Gemiddeld een keertje per twee weken brengt mijn lief iets van eigen gebak mee naar huis. Ik bewonder nog steeds haar kunststukjes en zodoende
bezwijkt ons huis bijna onder de gebakken peren, kaarsenhouders, vazen, mannetjespoppen, vrouwtjespoppen en nog veel meer gebakken baksels.
Op zo'n kleiavond komt een ouwe kompel naar mij, beter gezegd ik laat hem met een taxi bezorgen. Samen hebben we 45 jaren geleden ondergronds
gewerkt.
Ik dronk, om mijn drinkwater te sparen, stiekem uit zijn drinkbus. Hij deed dat, om dezelfde dorst, in het geniep bij mij.
Samen deelden we zijn pruimtabak, omdat ik die van mij niet verdragen kon en strontmisselijk werd.
Uit een soort lafheid ging ik na drie jaren weg. Hij bleef uit dapperheid aan het kolenfront tot Joop de zaak sloot en heeft nu nog maar één
zwarte long.
Als we dan weer, net als vroeger in het ondergrondse treintje, dicht bij elkaar zitten en onze oude zwarte geschiedenis met veel alcohol afwassen -
doen we een potje sjwaegele bij het licht van een miniscuul lampje.
Sjwaegele deed je in het donker. Je roept elkaar het aantal houtjes, dat je in je samen in de vuisten verborgen houdt, toe. Ieder moet op zijn beurt
het totaal raden. Degene die verliest schenkt de ander nog eens in.
Als mijn ouwe vriend iets vluchtigs vlug drinkt wordt hij erg snel helder van geest en zegt dan wijze dingen. Meestal over vrouwen. Sinds zijn To
overleden is zijn de wijsheden cynischer geworden.
Hij staat nu op het standpunt dat het belangrijk is om een vrouw te hebben die een beetje in het huishouden meehelpt. Die soms kookt, af en toe wat
opruimt en geen job heeft !
Wat ook belangrijk is, volgens hem, is dat ze je vaak laat lachen !
Heel belangrijk is, dat ze te vertrouwen en oprecht is en niet liegt !
Ook heel belangrijk is dat ze goed tussen of op de lakens is. Die het met overgave doet en in is voor spelletjes met zijn drieën!
Ik was door de drank even niet meer op de wereld en dus ook niet bij het sjwaegele en moest hem weer inschenken.
"En let heel goed op, "besloot hij proostend op mijn aanstaande kater: "Dat deze vier vrouwen elkaar nooit leren kennen".
"Glück auf morgen, koempel! " roept hij altijd, naar adem snakkend, als hij door de vrouwelijke chauffeur in de taxi gestopt wordt.
"Du waors vanaovend weir ene sjlappe trekhoenjd!" (ondergrondse uitdrukking voor slapjanus)
(C) |
 |
nov. 2002 |
|