de Steinder Bok.
Verhuizen jullie naar Stein? Het ongeloof over zoveel domheid droop er van af. Stein ... dat is een achtergebleven dorp, daar rollen ze met de err, daar spreken ze de ah als een eh uit. "Er stond een ker zend aan de rend van het lend" werden me, als het minst erge voorbeeld, voorgepraat.
Ennu, in vroegere tijden zouden er zelfs messentrekkers geprikt hebben, roddelden andere rappe tongen opgewekt verder en pas geleden was er nog een lijk in een oude linnenkast ontdekt. Ben jij nog wel lekker ... ?
Gelukkig kende ik, na een verblijf van bijna 40 jaren, aan de voet van de Windraak, de daar lokale kwaadsprekende pappenheimers ook. En niet te vergeten - de vader van mijn lief stond 40 jaren geleden toen wij uit ons geboortedorpje vertrokken ook niet te juichen over onze nieuwe dorpsgenoten, de ad hoc vereerders van ene Pater Karel. Alhoewel ik moet toegeven, Pater Karel was toen nog niet zo zalig als nu. Zaligheid is net als kaas, de kruimigheid en de geur nemen met de tijd toe.
Wat we wel intrigeerde was de uitdrukking de "Steinse Bok." Wie is dat, of wat is dat? Is die typische Steindenaar misschien een in zich zelf gekeerd, gesloten mens? Bokt hij misschien, wat dat dan ook moge zijn? Is iedere Steindenaar soms gehoornd, of is het buurtgebonden? Zijn er ook geiten? Is hij/het reëel of alleen maar imaginair?
Stel dat hij/het bestaat, is het dan een apart ras? Of stam? Misschien met eigen, opvallende raskenmerken? Horens? Eigen stamboek?
In de tijd dat ik in het nieuwe huis aan het witten en aan het behangen was, was ideaal om er over te filosoferen. Tijdens dwangarbeid nemen mijn gedachten de vreemdste vrije sprongen, had ik al in de periode dat ik een zwarte kompel was ervaren. Ik begrijp dan ook niet dat mensen uit vrije wil witter willen worden. Gelukkig zijn de mijnen al lang gesloten en kunnen de verstokte zwarters niet meer naar dat front.
Toen het behang aan de muren te drogen hing en de buren kwamen kennismaken vroeg ik het als nieuwste buur de buurman op de man af. Hij greinsde wat, draaide wat met zijn pilsje en begon over de vastenavond. De optocht komt hier langs begreep ik en greep nog wat flesjes uit de koeling. Het resultaat van een aantal koele handelingen was dat ik me niet meer precies herinneren kon wat de buurman eigenlijk gekald (gezegd) had. Ik besloot het zelf uit te zoeken. Al doende in de praktijk leer je het beste en vlugste, weet ik. Dus de camera om de nek, ogen en oren open en het dorp in ...
|
|
Slechts een paar straten bij ons vandaan dacht ik een eventuele oplossing gevonden te hebben. Een blinkend, bronzen bokkenbeeld in een stenige voortuin. Dit zou wel eens de gezochte Steinse bok kunnen zijn, vermoedde ik als startende bokzoeker. Maarru, geen groene blaadjes, geen fijnproever, een ... kluizenaar zonder voor- of nageslacht dus, zo te zien. Een blinkend dood beest zonder veel onderhoud, zonder bijbehorende stankcirkel, geen drollenzakje noodzakelijk bij de uitlaat, te zwaar voor een snoodaard om vlug mee te slepen. Niks spannends, niks aan, een statisch ding zonder allure of charme.
Ik belde aan om het zekere van het twijfelachtige te kunnen scheiden. Zal ik altijd hebben, niemand thuis als ik iets zeker wil weten. Ik vroeg het tenslotte aan een besje dat toevallig voorbijkwam nadat ze mij een hele tijd van achter de gordijnen geschaduwd had.
"Neen jongen," (dat is een compliment voor een pensioentrekker) zei-zij. "Dat weet ik niet, daar wonen twee jongens en die houden achteren wel nog geiten. Misschien zit daar je bok ook wel bij".
Jongens, die geiten achter houden. Dat heeft niks met de echte Steinder bok te maken, voelde ik aan mijn kater van gisteren.
Daarom wilde ik het ook niet overhaasten. Die Steinder bok, die loopt niet weg. Ik kom hem wel ooit tegen als hij losloopt.
|
|
Een tijdje later, ik kwam al wat verder van huis en had inmiddels geleerd dat ons Oud Stein het middelpunt van de regio, misschien wel van de hele Maasstreek is. Dat is een bewezen historisch gegeven, ik heb het in de Bieb gecontroleerd. Beweringen van die van de Kruisstraat of het Keerend dat zij het zijn, berusten louter op grootspraak en leugen. Het klopt wel dat zij ook goed in het verslikken zijn, maar ... hier op het oude Houterend klopt het echte hart van Stein, hier moet ook ergens die Steinder Bok zich ophouden.
Op een bepaald moment dacht ik dat ik op een warm spoor te zitten. Bij de oude boer Janssen waar ik de winterbinten kocht informeerde ik langs mijn neus weg of bij hem, behalve een paard in de stal misschien ook nog een bok in de huishouding zat.
Nee jong (ik ben hooguit vijf jaren jonger dan hem), hij had al een ganse lange tijd geen bok meer, had voor de concurrentie 'de pin moeten lekken' (het hoofd moeten buigen). De oude pastoor hield vroeger op zijn vetwei bij de kerk een bok, voor plaatselijk gebruik gratis, in de aanbieding. Tenminste als je in zijn hoogmis tot na de collecte bleef ... ! Godju, ik proefde en rook weer het rijke, Roomse leven. Niet alleen in de wijngaard van de Heer op het Keerend, maar ook op zijn weiland onder bij de ouwe kerk was het goed toeven ... peinsde ik nostalgisch.
"Maar informeer anders eens bij André", raadde hij mij aan. "André is een bekende advocaat, kent heel wat kostgangers van onze Lieve Heer en mijnheer Donner. Bovendien staat bij André een enorm beest in de tuin. Misschien is dat wel de door jou gezochte Steinder bok." In een paar ogenblikken had hij me uitgelegd waar André woont.
Als je het niet uitzoekt kom je er niet achter, zeg ik altijd. Dus op naar die André. Ik bofte, de meester himself stond buiten en stond me graag te woord. Neen, zijn immense buiten toro was niet de Steinse bok. Hij persoonlijk was wel helemaal weg van stieren, zijn sterrenbeeld was zelfs de stier, hij had binnen nog een hele kudde mini-stieren. Ik begreep hem heel goed, ik heb nog iemand gekend die het helemaal met olifanten had.
Enfin, met een goeie advocaat kun je altijd een goed gesprek voeren bleek. Hij raadde me aan met een zekere Han te gaan praten. Die zekere Han was ooit Prins. Prins zijn hier is een tijdelijke job, partime eigenlijk, alleen maar gedurende ons vijfde seizoen, de z.g. vastenaovendstijd. In die tijd regeert hier een echte prins, is de democratie aan de kant gezet waar ze thuis hoort - in het praathuis - en maakt de kolder de dienst uit. Alaaf is dan het parool en nu op naar Han.
|
|
Han de Melkman, staat op zijn grote winkelwagen, maar zo heet hij dus niet. En gelukkig verkoopt hij ook veel prima pils naast melkproducten. Melk was vroeger goed voor elk, maar tegenwoordig ... geef mij, op mijn leeftijd, maar een koel blondje.
Han informeerde mij helemaal over de Steinder bok. Er zijn veel Steinder Bokken. Samen vormen zij de Bök, dat kun je vergelijken met een bokkenstal in de carnavalstijd en stijl. Zijn rijk was in het seizoen van 2002/2003.
De Bök investeren veel tijd, energie en geld in de saamhorigheid van de Steinse gemeenschap. In het bijzonder krijgt de jeugd veel aandacht, maar ook de bejaarden worden niet vergeten. Alle café's krijgen een paar keren een aparte beurt. Ik likte mijn lippen af en moest een paar keren slikken. Bij dit Leger des Heils zou ik ook graag frontsoldaat willen zijn. Ik had in mijn nieuwe woonplaats al veel fijne dingen opgemerkt, maar dit zou wel eens de ultieme bevestiging van onze keuze kunnen zijn. Als ik 25 jaar jonger was, zou ik me niet bedenken, maar nu als ouwe bok pas ik niet bij de Bök denk ik. Ik zou het schaap met de vijfde poot zijn, vrees ik.
Als je meer wilt weten over de Steinder Bök kun je hier CV de Steinder Bök terecht.
|

|