Tikkies, augustus 2002



27-08-2002
Ik ga al lang niet meer naar het voetballen. Eigenlijk al sinds een ooit beroemde club hier in het zuiden, nu voltooid gedegradeerd en aanstaande failliet is. Sinds Nol Hendriks, met een geleend kogelvrijvest aan, zijn eigen klantenbestand te voet moest vallen. Sinds ik ettelijke malen een gekneusde rib opliep bij het verlaten van ons walhalla. Sinds mijn automobiel diverse deuken opliep door verdwaasde rotzooifans. Sinds telloze managers, zonder verantwoording te hoeven afleggen, miljoenen harde Euro's als inflatoire lire's over de balk smeetten.
Maar gisteren werden de ontwenningsverschijnselen wel erg heavy. Wie houdt me tegen? Waarom zou ik niet met mijn boxer een potje gaan pingelen op het grasveldje in de tuin? Ik benoemde hem vervolgens tot vliegende kiep. Hij mocht overal zijn doel verdedigen, hij heeft toch geen benul van spelregels.
De handeling met de bal, het voelen van het leer op de slof, daar ging het mij om. En dat vertelde ik hem duidelijk. En hij begreep me volkomen, kon amper wachten tot ik afgetrapt had. Zijn tong hing als een cornervlag bij windstilte uit zijn bek. Hij was er helemaal klaar voor, ik kon het niet beter treffen.
Voordat ik afgetrapt had, was de grote teen van mijn rechtervoet al gekneusd. Hij had een buitengewoon gemene tackle gedaan. Boxers zijn erg geestdriftig, weet ik. Als oude rechtsback besloot ik niet met zaniken te beginnen. Jongens, voetballers onder elkaar kunnen uitdelen en incasseren.
Ik heb dus alleen maar eenzijdig geincasseerd. Wat is dat een vuile speler zeg! Loopt zonder zich te generen met de bal van het gras. Dook, met bal, midden in de vijver om een sliding van mij te ontwijken en beet me daarna in mijn linker enkel om de bal alsnog te bemachtigen.
Uiteindelijk, toen hij met 4 - 3 achterstond, beet hij uit puur venijn de bal van mijn kleinkind stuk.
Dat geintje gaat opa een lieve duit kosten, liet mijn lief me minzaam weten.
Ik denk dat ik de verdere rest van mijn leven maar van ontspannend leer afzie. Voetballen is nu eenmaal altijd oorlog. Een tip voor Sjors dubbel Joe?

22-08-2002
Ik las in een advertentie: ”Laat Uw trouwring veranderen bij de goudsmid ... ””
Godju, als nieuwsgierige oud ijzerboer zit ik dan meteen met vragen. Waarom moet je een trouwring laten veranderen?
Ik keek een tijdje naar die van mij. Bijna vijftig jaren zit hij op dezelfde plek, met uitzondering van die paar dagen dat hij in een ziekenhuisla lag. Nee, ik vind hem nog altijd prima. Ksal toch geen afwijking hebben?
Vingers misschien te dik geworden en knelt de huwelijksband?
Zou kunnen en dan moet je gaan onthouden, peins ik. Een gladde ring voor een vlotte relatie? Een platina ring voor een knipperlicht relatie? Platina is een heel goed kontaktmateriaal, weet ik.
En die goudsmid. Heeft die verstand van verbindingen? Kan die iets voor een legering betekenen? Zal hij meer of minder samenhoudende ingredienten gebruiken?
Alles waar je energie in stopt wordt beter van kwaliteit, heb ik ooit geleerd. Dat weet ook iedere ouderwetse smid. Als die een stuk ruwijzer in het vuur verhit en er een tijdje op hengst krijgt het een betere kwaliteit en wordt staal.
Nou heb ik hem. Die goudsmid stopt een hoop energie in een trouwring en de relatie wordt ultimer. De oplossingen van deze moeilijke tijd zijn altijd simpel. Alleen de vingers worden te snel dik. Daarom gaat één op de drie ringen vroegtijdig naar het sloopgoud. De goudsmid smeert er een dikke boterham van.

20-08-2002
Wij, clevere Maaskentjers, weten vanouds dat wij slimme jongens zijn. Soewieso weten we slimmer dan die stomme Hollenjers te zijn. Dat zijn we ook, want hier in de grensstreek sturen we onze kinderen bij voorkeur naar Belgische scholen. Daar onderwijzen ze stukken beter dan in ons verkleurde oranjerijk en daar (in het Piottenland) leren ze ook nog eens fatsoenlijke manieren. Tel uit je kenniswinst !
Ik vond het ook heel verstandig van die Belgische militairen om met plastic nepwapens in de een of andere deftige optocht (parade geloof ik) mee te lopen. Want zeg zelf, je kunt zelfs geen denkbeeldige oorlog winnen met een van hogerhand opgelegde poetsdril.
Ik had er in mijn dientsplichtige tijd in ieder geval een gloeiende rothekel aan. Stond 's morgens al een vent naast je strozak te krakelen die persé door de loop van je Garant moest koekeloeren en vervolgens, weinig origineel overigens, een zandhoop zag. Ik hep ut vijftig jaren later nog erg moeilijk mee.
Ik keek toen voor de zekerheid ook vlug zelf door de getrokken loop en zag - als het om een weddenschap zou gaan - inderdaad een zandkorreltje. Wat een zeik maakte die blaaskaak daar over. Niet normaal zeg, nietwaar? Welwaar!
En dan al dat gele koper poetsen. Een heel erg stinkende, zwarte wijsvinger kreeg je er van.
Ook dat belachelijke gedoe van enkelstukken blengkowen.
En het was allemaal voor de kat zijn viool want 's anderen daags lag je weer ergens op je pens in de drab.
Wij zandhazen, hadden toen nog geen buik. Die hebben we ons pas later en voor veel geld overigens, kunnen aanschaffen.
De zilveren gestreepte eerste klasse schreeuwer die ons probeerde op te fokken tot Nederlands laatste hoop in bange dagen had een heel zeldzaam vocabulair. Uit zijn woordenlijst viel af te leiden dat hij een gesjeesde veterinaire student was geweest. Ik hoop dat God zijn luidruchtige ziel hep willen hebbu.
Dat was einde jaren vijftig. Hij gebruikte toen al spontaan kanische woorden die pas twintig jaren later met afgrijzen in de voetbalstadions waargenomen werden. Inderdaad wij waren onze tijd ver vooruit.
Hollanders zijn altijd in hun tijd vooruit geweest. Ze gaan zelfs zo snel dat er kolossale wachtlijsten ontstaan.
Maar wel een paar dozijn nieuwe straaljagers kopen, die te duur zijn om mee te vliegen en die alleen te gebruiken zijn op vliegshows of parades met excellente boboos. Bezuinigd wordt dan maar weer op adequate zorg.
Daarom gaan wij (slimmeriken) hier in de grenstreek voor zorg naar die pientere Belgen. Daar wordt je zonder dralen, goed en zeer voorkomend behandeld. Viva la Belgique !

18-08-2002
Precies zes jaren geleden gingen we verhuizen, dat ging o.a. als volgt:
Ik denk dat er toen een Rus op de apparaten van ons nieuwe huis vloekte. ... Sorry, voor mijn verspreking. Ik bedoel natuurlijk dat ik vermoedde dat er een vloek op rustte. Toen deed namelijk bij nader inzicht in de koelkast, de koelkast zelf het ook niet.
In den beginne hing er spontaan een dikke klont ijs onder zijn dak. IJsvorming is een bekend natuurkundig verschijnsel, dacht ik als gepensioneerd technoloog te weten. Verheugd zette ik mijn flesjes pils op de bodem.
Mijn lief is van iewat wantrouwender afkomst. Zonder kennis van koeltechniek zei zij dat zulke ijsvorming in een koelkast niet normaal was. Ze weigerde zelfs het hondendiner boven het pils te conserveren. Al mijn overtuigingspogingen, gebaseerd op jarenlange ervaringen met technologische processen, strandden op natuurlijke vrouwelijke intuïtie. Ik zag haar in diverse catalogi, vooruitlopend op haar toekomstig gelijk, haar toekomstige trendkoeler kiezen.
Onder het genot van een koel pilsje dacht ik voorlopig argeloos te kunnen overpeinzen wat ik met het nu vrijkomende budget kon doen. De koeler en alle overige apparatuur waren immers in perfecte staat (citaat van de vorige eigenaar). Misschien schoot er wel een nieuwe digitale camera aan over? Einde geklooi met klote filmrolletjes en dito scanners.
Toen ik tevreden mijmerend een flesje lievelinspils liefdevol bij de elegante hals vatte, voelde het, godju, klam en vochtig aan. Ik had inmiddels duizenden flesjes pils, liefdevol bij de elegante hals uit diverse koelers gevat. Ik weet precies hoe die greep moet voelen. Droog en koud!
Shit, dit voelde helemaal niet goed! Klam en vochtig! Dit was als een greep in een verkeerde broekzak. Is me vroeger, in mijn wilde jaren, wel eens overkomen als ik met dorstige vrienden erg veel smalle halsjes gevat had.
”Enfin” zei de een tegen de ander. Ik ben die morgen gaan fotograferen met mijn oude negatieven camera. Het positieve van deze klamme affaire was dat mijn lief heel tevreden was als ik 's avonds een geslaagde greep in haar nieuwe koelkast deed.
Het bier is nu nog altijd best. ”Proost” op deze warme zomerdag.

16-08-2002
Precies zes jaren geleden gingen we verhuizen, dat ging o.a. als volgt:
In het kader van de oude normen en waarden moest er ook iets tegen muren gedaan worden. Niets tegen muren doen is namelijk tamelijk beestachtig, dus ...
Toen en hopenlijk voor altijd en nog wat langer, de laatste rol behang behangen. Behangen is geen leuk creatief werk, er zijn schonere dingen op deze aardkloot.
Tijdens het grijs natpappen en wit behang behangen vroeg ik me in een vlaag van onmacht af wie eigenlijk het behang behangen uitgevonden heeft. Waarom laten we binnen onze muren niet in dezelfde staat als buiten ? Waarom moet er geschuimd behang tegen behangen worden ? Waarom moet daar dan nog een gekleurd biesje over? Is erg dan al niet erg genoeg ? Erger dan erg is dus behangen, dat is erg simpel.
Het woord behangen is eigenlijk al griezelig. Ik heb wel eens gehoord dat tijdens het plakken mensen achter het behang verdwenen zijn. Gewoon er achter geplakt en niet meer overheen gepraat. Gegeven het feit dat bij ons maar om de zeven jaren behangen wordt, dien je genoeg proviand en scheermesjes op de behangtafel mee in te pappen.
Ennu ... stel je voor, er wordt ook nog effu een spijkertje in het behang gejast. Om bijvoorbeeld het klokje van opa op het behang te hangen. Precies op de plek waar jij die zeven jaren op het afstoomapparaat staat te wachten. Je hoopt dan toch maar dat dit tikkertje een flink eind voorloopt. Nietwaar ? Welwaar ! Dacht ik ook.
Morgen ga ik in de tuin werken. Onkruid wieden en een beetje klets aanpappen met de buurvrouw. Onkruid groeit namelijk gratis hard. Dit in tegenstelling tot dure planten. Die gaan voor niks dood. In de natuur is alles in evenwicht en dat is erg geruststellend om te weten.
Dat weet die laffe reiger, die zonder vergunning in onze vijver hengelt ook. Met voorliefde smult hij van de dure goudvissen. De gratis voorns, die ik van een ver neefje gekregen heb, lust die snebbel niet.
Komt tijd, komt morgen, komt reiger en verdwijnt vis. (Oud-Houterends spreekwoord).

13-08-2002
Precies zes jaren geleden gingen we verhuizen, dat ging als volgt:
Zo'n verhuizing valt toch eigenlijk niet mee. Zit je daar ongemakkelijk op je nieuwe stek en begint dozen uit te pakken en kasten in te pakken kom je tot de ontdekking dat het allemaal veel beter kan. Die nieuwe ontdekking is relatief laat en heeft tot gevolg dat je de uitpakking en de respectievelijke inpakking opnieuw doet. Ik voelde me dus nogal ingepakt door al dat uitpakken maar wilde niet bij de pakken neerzitten.
Vervolgens kom je na een paar dagen, als je de apparaten gaat gebruiken, godju, tot de ontdekking dat deze wereld ook nog anders is dan gewend en gedacht. De pizza's die ik gedacht had als noodrantsoen, waren niet te bakken want de oven bakte ze niet. Erger nog, als we de oven wilden gebruiken deed de rest van het huis het spontaan electrisch ook niet meer. Zogenaamde kortsluiting zeggen dan slimme electrische mensen. Duurt dagen voor je zo'n intelligent mens over de vloer gelokt krijgt. Druk, druk, druk zeggen hun antwoordapparaten.
Toen ik een kilootje en nog een paar onsjes ingeteerd had stond er toch een serviceman aan het aanrecht.
Meewarrig alwetend en begrijpend verwijtend, zuchtte hij diep.
”Dit kan niet,” verklaarde hij de zaak nader.
Ik zei beleefd, dat ik dat al wist. ”De pizza's, om te beginnen, ontdooien namelijk niet, weet U.” ”Klopt zei hij.” ”Er zit kortsluiting in het apparaat. Mijn advies ... nieuwe kopen.”
Voor deze slechte goede raad wenste hij 80 Euri's te ontvangen.
Wij kopen nu sinds een paar dagen kant en klare hete pizza's bij de Steinse pizza boer. Die bakt zijn pizza's in een Steinse steenoven, staat op zijn/haar dozen.
Zouden wij na onze steenkoude stijloven ook zo'n hete steenoven moeten aanschaffen, is de nieuwste qwestie?
Komt tijd, komt pizzaberaad

04-08-2002
Op 1 aug. gingen we verhuizen, dat ging als volgt:
Een week lang hadden we plenty verhuisdozen ingepakt. Dat is best moeilijk als je geen goed plan getrokken hebt. Want, wat je zelf net de ene dag hebt ingepakt, blijkt de ander een dag later hard nodig te hebben.
We besloten dus de strategische materialen pas in te pakken als de verhuizers bij wijze van spreken voor de deur stopten. Ze stopten voor de deur op de enigste dag van het jaar dat het 35 graden zou worden. Dus maakten ze erg veel haast. Voor de grootste hitte wilden ze het grootste deel van het karwei geklaard hebben. Ik dacht hun behulpzaam te kunnen zijn en probeerde op een bloedhete zolder mijn handen uit de opgerolde mouwen te steken. Per vergissing werd ik als emballage gezien en op de zoldertrap iemand anders in de handen geduwd. Ik begreep de hint en bemoeide me nergens meer mee. Onze strategische goederen zouden ze best goed verzorgen.
Dat heb ik dus geweten. Mijn lievelingsbroek is een week zoek geweest. De op één na lievelingsbroek werd in de haast ter nieuwe plekke te heet gewassen en was plots veel te klein. Een paar dagen liep ik zonder schone onderbroek. Mijn troost, zonder onderbroek zou pervers zijn. Verder hebben we een paar dagen met de handjes gegeten, want de vreetijzers waren aanvankelijk ook niet te traceren.
Uiteindelijk waren er na een paar dagen ook dingen die weer als vanouds liepen en onze boxer begon te snappen dat hij 's avonds niet meer naar zijn oude bedstee kon. De eerste nacht deed hij daar behoorlijk moeilijk over. Uit protest moest hij persé onder mijn bed. Hij paste daar echter niet onder. Vroeger toen hij jong en slank was wel maar nu, als immitatie Guinees biggetje niet meer. Hij was echter zeer eigenwijs en huldigde het principe van waar een wil is, kun je een bed optillen.
De eerste nacht op zijn nieuweDomleijn was nogal slopend. Ik moest mijn kant van ons bed twee keren opnieuw monteren. Daarna heb ik hem naar de badkamer verbannen. Hij heeft zijn eerste nacht achter de WC pot doorgebracht.
Rare snurker, onze boxer.


terug naar Tikkies

terug naar Tikkies