Tikkies, februari 2003



27-02-2003
Gerrit had gouden handjes.
Hij was de uitkomst voor ons, onhandige spuitgieters.
Gerrit kon ons onhandelbare ding altijd nog zo verbouwen dat wij niet meteen naar een andere blowjob hoefden uit te zien.
Voor ik Gerrit leerde kennen (ik was toen nog jong) had ik een heel andere voorstelling van gouden handjes, maar daar kan ik nu niet over uitweiden.
Jonge jongens hadden vroeger zo hun eigen voorstelling over gouden handjes, die waren meestal blond en hadden lange haren. Een paardestaart was wel het ultieme einde.
Ik kwam Gerrit onlangs weer tegen. Bij de Lidl, notabene ! Daar is iedere week wel wat gereedschap, voor ouwe nog altijd onhandige linkspoten, in de aanbieding. Ik loop al jaren lang rond met het vage plan een soort hondenhuis c.q. chalet te bouwen.
Hij liep al tien jaren en ik bijna vijf buitenspel konstateerden wij, oud collegiaal.
We maakten appél op. Die en die waren al voor eeuwig afgezwaaid. Wij zijn er voorlopig nog, hebben ons voorgenomen een ramp voor het pensioenfonds te worden.
Ik keek naar zijn voormalige gouden handjes. Heb je daar nog iets mee kunnen doen, las hij in mijn vragende blik.
”Ik heb voor mijn zoon een huis gebouwd”, zei hij. ”Ik heb bijna alles zelf gedaan, ontwerp, vergunning, bouw enz. Ik ben er tot nu mee bezig geweest en zoek nou eigenlijk iets heel nieuws. Heb jij nog altijd een hond in huis ?”
”Meer dan één ! Want voor een hond heb je alleen een harde hand en een strak karakter nodig”, mompelde ik zacht. ”Van een hond moet je precies, zoals van ons - ondankbare honden - vroeger, geen dankbaarheid verwachten. Een hond wil op zijn tijd zijn natje en droogje en zijn ommetje. Als er hongersnood uitbreekt zal een hond geen mededogen met je hebben en de kaas inclusief je laatste boterham opeten. Bovendien is een kanis helemaal niet sociaal meelevend en laat als regel vieze scheten tijdens net bezoek.”
Zoals je ziet. Ik praat niemand een hond aan. Dat is hetzelfde als iemand in een ongelukkig huwelijk storten. Iedereen is zelf verantwoordelijk voor zijn eigen ongeluk, daar laat ik me niet de schuld van geven !
Jij hebt nog altijd je galgenhumor, dacht hij hardop op zijn beurt - maar dacht dat hij binnenkort toch een hond ging aanschaffen. Ik had hem immers nooit kunnen overtuigen. Waarom zou het nu anders zijn dan vroeger?
Gerrit heeft natuurlijk, precies zoals vroeger, weer gelijk. Als je gezegend bent met gouden handjes kun je ook een hondenhok timmeren. Dan hoeft een hond, zo groot als een kalf, niet 's avonds op de bank en 's nachts in je bed. Dan komen ook nog vrienden in de winter op bezoek, omdat ze dan niet het risico lopen te verkleumen door open ramen en deuren.

25-02-2003
Omdat voorkomen nog altijd beter is dan genezen, bedacht ik wat ik van mijn kant zou kunnen ondernemen om de krant niet verzopen of verfrommeld uit de bus te kunnen krijgen. Hebt U een idee? In de bus er mee !
Hing dat niet vroeger bij de ideeënbus van ons bedrijf ? En, heb ik toen niet, in chronische zwart zaad tijden, met de simpelste voorstellen mijn levensstandaard tot maandeinde iewat kunnen opkrikken ?
Een nieuwe grote brievenbus met bijbehorende krantenkoker zou de ultieme oplossing moeten zijn, simpelde ik. Brievenbussen zijn tegenwoordig in het een of ander onduidelijk Europees verband genormaliseerd. Er hoort zelfs een EC keurmerk bij, heb ik met laten uitleggen en dat is er om te zorgen dat de brievenbesteller of de krantenjonger geen ongeluk krijgt als hij er iets instopt.
Ik kreeg het wel een beetje benauwd toen ik dat las. Stel je voor, iets simpels ergens instoppen is plots plenty risk geworden en dan dacht ik nog niet meteen aan een SOA.
Enfin, na een hele middag gedelebreer had ik dat aangeschaft van wat ik dacht dat mijn ochtendlijke stoelgang niet meer kon verkeutelen.
Mooi niks dus. Die eigenwijze krantenbezorger stopte de krant ouderwets in de nieuwe brievenbus in plaats van in de nieuwe krantenkoker. In de smart Europees genormaliseerde brievenkast past echter geen dikke krant zodanig dat het deksel ook dicht kan. Op natte dagen kreeg ik dus weer , Godju, die vermaledijde, verzopen krant.
In een eerste heilige toorn vroeg me af, of ik niet naar Brussel moest gaan om die dure, groteske tollenaars met mijn natte krant om de oren te slaan. In tweede, gekalmeerde situatie ... zou ik niet proberen in overleg te komen met de hij of zij die mijn krant bezorgde ?
Maar om hoe laat moest ik dan paraat zijn ? Ik hield een enquete in onze straat, daar zijn best wat personen die dat weten, want normaal weten die mensen zelfs meer dan in de krant staat.
Tussen vijf en zes (dus middden in de nacht) zou het malheur plaatsvinden, kreeg ik te horen. Ik ging vroeg naar bed en zette de wekker op half vijf. Na een half doorwaakte nacht, ik slaap altijd slecht als ik de wekker zet, kwam een manspersoon tegen zevenen aangefietst. Hij was het, de krantenbezorger ! Hij frommelde de krant in de brievenbus.
Ik gooide meteen al mijn ongeschoren charmes in de strijd, ik wenste hem vriendelijk goedemorgen. Het zou best een mooie dag kunnen worden als hij de krant in de koker onder de brievenkast stopte, vertrouwde ik hem vriendschappelijk toe.
Hij keek mij donkergrijs aan. Zelden heb ik zulke grote vragende ogen gezien. Ik vertelde bedaard en langzaam mijn wens opnieuw en wees hem op de voordelen aan zijn kant. De krant in de koker stoppen was minder inspannend dan door die gleuf onder dat deksel frunniken.
“Pocxta Polska, nix verstehen” , meende ik twee keren te kunnen aanhoren.
De jongen fietste weer weg, ik kon nog net met krant de WC halen om de kramp uit mijn darmen te laten ontsnappen.
Daar hebben die Europese regelhufters, die schrijftafelacrobaten in Brussel niet aangedacht.
Poolse dwangarbeiders, die de Nieuwe Limburger ongeschonden bij een ouwe Limburger moeten afleveren !

22-02-2003
Op de krantendagen gooi ik altijd zodra ik beneden aangekomen ben een korte blik op de krant.
Dit is een zeer belangrijk moment van de dag. Mijn krant moet namelijk goed te verteren zijn. Een natte of verfrommelde krant is goed voor een verpeste morgen. Het toppunt van ellende is slecht nieuws geserveerd in een grijze wegwerpdweil.
Ik moet dan namelijk de dag beginnen met een servicenummer te bellen voor een nieuwe droge, onverfrommelde krant met beter nieuws.
Dat is een hoop geklooi zeg. Dat nummer weet ik natuurlijk niet uit mijn blote kop. Die is in de loop der tijd ongeschikt geraakt voor het onthouden van nummers. Ik gebruik hem alleen nog maar voor de drankboekhouding. Bij minder dan vijf flessen drank in de opslag wil ik gewaarschuwd worden. Sorry, ik raak van wal, merk ik.
Dus voor dat 0900 en nog iets nummertje moet ik de krant van gisteren hebben, maar de pagina waarop dat nummer stond heeft mijn lief natuurlijk gebruikt om ... de aardappelschillen in weg te gooien. Nou is aardappels eten ook belangrijk, dus daar kun je niet over zaniken. Rest mij niks anders dan bij de buurman de krant van gisteren te gaan ophalen.
Dat is wel een zanikpot, dat is een dunschiller, die wil samen met mij één abonnement op één krant. Auto, krant en lief, in deze volgorde, deel ik met niemand. Punt aan de lat.
Ooit had ik dat nummertje, klein, op het behang achter de telefoon geschreven. Toen kwam jarenlang de krant zonder mankementen en verdomme ... amper had ik vorig jaar, door overmacht gedwongen, opnieuw behangen of het gedonder begon weer opnieuw.
Toeval of kwade opzet ? Ik denk gewoon kwaad toeval of toevallige opzet, maar zeker ben ik niet. Wat is in deze tijd nog zeker ? Zeker is onderhand wel dat de krant onvoorspelbaar is.
In de tijd dat er nog voorspelbare zekerheid was, stond in de krant ook de waarheid met uitzondering van ”de Waarheid” die vol leugens stond. De echte krant van toen kon zich niet vergissen. Om in een discussie gelijk te krijgen hoefde je maar te zeggen, het stond in de krant. Als je nu uit de krant citeert, bijvoorbeeld navertelt wat die rare Marguriet voor-story-t, moet je oppassen dat je geen proces wegens smaad aan de broek krijgt en sta je morgen met haar tante in de krant. Dus, ik bedoel maar ... maar heb natuurlijk niks gezegd.
O ja, die nieuwe krant dan. Die krijg je uiteindelijk met excuses en in een grote reclame enveloppe, maar dan is het onderhand al 12 uur en zijn de piepers niet gejast omdat de krant niet deugde. Dan heb je de grote boodschap al gedaan met een klusblaadje van de Gamma op de knieën. Dan heeft die nieuwe krant geen toegevoegde waarde meer, dan gooi ik die met een boze blik in het oude krantenblik bij de aardappelschillen. Zo dan !

20-02-2003
Vroeger moest ik soms voor mijn vader op zondagmorgen een kannetje pils in een café, beneden in ons dorp, halen. Dat was in een geel geëmailleerd waterkannetje, herinner ik me. Ik vond dat niks, ik moest een broeierige stinkende kroeg in, waarin een stelletje brallende mannen met hun vuisten op de tafels sloegen. Ik vreesde dat ieder moment de oorlog opnieuw zou uitbreken. Ze toepen (kaartspel) maar, zei mijn vader gerustellend en ik kon de volgende zondag weer op kroegentocht.
Mijn eerste pilsjes dronk ik op de avond dat ik mijn HBS papiertje gekregen had. Met een oudere vriend ging ik op weg terug naar huis, voor het eerst wat drinken om de uitslag alvast te vieren. Goed nieuws kon toen nog wel wat wachten. Slecht nieuws liet je gewoon nog langer wachten. Het was zeker een uurtje fietsen, het was juli, het was warm en we waren uitgelaten. Het leven lag nu open, gereed om aan te vangen. Hij had een oogje op de dochter van de kastelein, begreep ik. Hoe ze heette weet ik niet meer, maar haar vader had een Kaiser (acht cilinder Amerikaan) en dat sprak meer tot mijn verbeelding dan een meid. We lieten onze diploma's zien. De kastelein toonde als echte waard wat hij waard was en gaf het eerste rondje alvast op de zaak. Na het tweede rondje zwijmelde ik onvast op mijn kruk en vroeg of ik eens lekker vast in de Kaiser mocht zitten. Tot dan toe had ik alleen maar in hobbelende LTM bussen gereden of in het oud Opel Blitzje van onze dorpse taxiondernemer.
De Kaiser was meer dan zes meter lang, woog meer dan1500 kilo, had meer dan honderd paarden onder zijn motorkap en zoop meer dan één op vier, volgens de trotse eigenaar. Daarbij viel onze Bello in het niet, realiseerde ik mij in mijn eerste melancholische roes. In de techniek lag dan misschien wel de toekomst maar eerst moest ik erg ouderwets plassen. Primitieve behoeften steken altijd hun kop boven water als je er net geen behoefte aan hebt. Bovendien zijn ze bijna niet bespreekbaar, ze komen altijd op het verkeerde moment. De een praat uitgelaten over een dubbele carburateur en de ander zit moeilijk met een ingehouden overvolle blaas.
Communicatiestoringen zijn dus niet alleen van mijn laatste tijd. Twee keren sprong ik op een kruispunt uit de Kaiser, om het verkeer vanachter een boom te regelen. Van de nieuwere kant bekeken, weinig is in de loop der tijd veranderd. Nog altijd geldt: ”Als de nood hoog is, is de pils nabij en de pisbak ver”. Komt tijd, komt onraad ! Nietwaar ? Welwaar !

18-02-2003
Mijn ene opa zaliger, de ander is ook zaliger gedachtenis maar had al geen paard meer toen ik me iets begon te herinneren. Die ene opa dus had nog een echt paard, een groot Limburgs trekpaard zelfs. Bello woog misschien wel 700 kilo en ik kon rechtop onder zijn buik doorlopen. Als hij op stal stond ging ik iedere avond bij hem kletsen. Voerde hem een paar sneden brood die ik bij mijn oma losgebedeld had. Zij hield ook van veel van Bello en zei dat ik dat misbruikte door iedere dag een brood te stelen. Ik liet Bello dan met zijn zachte lippen mijn vingers likken en keek nieuwsgierig in zijn grote zwarte neusgaten, die naar binnen zacht rose kleurden. Alles was even kolossaal en voornaam, majestueus zelfs, aan mijn ros. Zijn gang, zijn briesend manenschudden, zijn hele uitstraling.
Voor ik hem verliet kreeg hij nog een hele emmer water. Ik kon daarmee het naar bed gaan nog een kwartiertje uitstellen. Dat was wel heel zwaar werk voor mij, een broekie van vijf toen, maar ik deed het met passie want ik was een levensgeheim op het spoor. Mijn opa ving namelijk in een grote betonnen silo het regenwater van de staldaken op. Dat was het drinkwater voor het vee. Ik mocht er niet van drinken, maar hij had er niet bijgezegd waarom niet. Op een gegeven moment stond voor mij vast dat Bello zo sterk en groot was omdat hij dat water dronk. Misschien was het wel een toverdrank en mocht ik er daarom niet van drinken. Waarom zou ik het niet uitproberen ? Ik wilde immers toch ook heel groot en sterk worden. De enigste manier om achter de waarheid te komen is te onderzoeken. Dat ik later een loopbaan in de research zou opbouwen, wist ik toen nog niet.
Ik keurde aandachtig het water. Het proefde een beetje slijmerig, rook iewat muf en er zaten beestjes in. Als er beestjes in zaten moest het heel gezond zijn, stond voor mij als een paal boven water vast. Ik dronk dus een zomer lang iedere avond met Bello een plons water mee. Als Bello dan na een tijdje zijn sluis open zette en zijn blaas leegde, deed ik ook mee. Samen plassen hoorde bij het geheime ritueel van sterke jongens onder elkaar.
Twintig jaren later, proefde ik de eerste keer een flesje Alfa bier. Alfa was toen nog een kleine lokale brouwerij,met een beperkt leveringsgebied. Ik verbaasde me zeer, dit was verdomme de smaak van het drinkwater van Bello. Ik zou die aparte smell nooit kunnen vergeten. Ik wist zeker dat dit een hele krachtige panachee moest zijn en dat ik er heel sterk van zou worden. Het klopte allemaal. Na een paar flesjes Alfa ben ik zo sterk als een paard, heb dezelfde natte neus als Bello vroeger en moet ook evenveel plassen. Als ik dit mijn zalige opa's nog eens kon vertellen ...

17-02-2003
Binnenkort hebben we waarschinlijk een ernstig probleem hier in ons nat, maar dorstig Limburg.
Over een week piekt namelijk de vastelaovend. Stromen pils zullen dan hese en oververhitte kelen moeten koelen en smeren.
Alhoewel het edele gerstnat de enige vloeistof is die aan het twee stromenprincipe voldoet, je kunt het zelfs drinken als je op de kop staat, zal het toch eerst aangevoerd moeten worden.
Het valt helaas nog niet uit de lucht. Dat was ooit mijn zomerse jongensdroom. Lekker op mijn rug en de mond wijd open ergens in het hoge gras liggen en heel langzaam, maar wel heel erg lang drinken. Net te weinig om lazarus te worden, maar genoeg om plat high te blijven. Als je begrijpt wat ik bedoel.
Limburgers zijn wat pils betreft, superieure liefhebbers.
Een Limburger drinkt niet zomaar alles dat schuimt.
Een Limburgsje jong kiest zijn pils op de manier waarop hij ook zijn lief kiest. De pils en zijn lief moeten bij hem passen, moeten met hem kunnen sjoenkelen. Een willekeurig blondje met een verleidelijke kraag is nog lang geen uitverkorene, hooguit goed voor een snelle nip. Neen, het pils cq. lief moeten ook goed aanvoelen, plezierig en koel in de klamme hand liggen. Ze moeten niet te zoet, maar ook niet te bitter smaken. Ze moeten wel persé verkwikken. En het belangrijkste is wel dat het naar meer smaakt. Zo lang als het naar meer smaakt, krijg je er geen genoeg van en heeft het leven om te leven zijn grootste zin. Je begrijpt ongetwijfeld wat ik vloeiend bedoel.
En daar, in de flow, zit nu juist de aanstaande bottleneck. Bij de Alfa brouwerij, dat is het het pilsener neusje van de Limburgse fijnproevers, zijn ze door de kratten heen. Ze zijn het slachtoffer van hun eigen succes. Alfa pils is van zo'n superieure verlangen dat de vrees gerechtvaardigd is dat aan onze lesvraag niet voldaan kan worden.
Dat zou in onze Allaaftijd een zeer ernstig Alfa probleem zijn.

15-02-2003
Bijna iedere avond zie ik bezorgde mensen op de TV, soms meer soms minder van het genre begrafenisondernemer, die zonder met de ogen te knipperen verkondigen dat ons land zwaar ongesteld is. Slechte boodschappen brengen is hun job, want zij alleen weten de weg naar een rijke toekomst. Zeggen ze dus. De economie is in het slop gekomen bijvoorbeeld omdat de werknemer, uiteraard in de baas zijn tijd muziek download of spelletjes speelt, naar pornosites kijkt of gewoon een baaldag neemt en voor dat alles ook nog salaris vangt. Dat moet anders worden. Werknemers moeten minder gaan vangen, makkelijker ontslagen kunnen worden, meer eigen risico dragen en nog meer bereid zijn de litanie van conjuncturele pijnlijkheden te ondergaan.
En krijg nou effe helemaal de schijt, er is een grote uitzondering. Mijn innig geknuffelde DSM! Er moeten hier op niet al te lange tijd ook nog wel een paar honderd werknemers afvloeien, maar een select gezelschapje van vijf personen heeft voor zich zelf het nieuwe salarisbriefje opgesteld. En dat mag er zijn. Op een jaarsalaris van zo'n half miljoen een extra bonus die tot 50% van dat salaris kan oplopen.
In China hadden ze ooit de bende van vijf. Hoe moeten we deze kassiers noemen ?

14-02-2003
De keet in de familie komt altijd door de vrouwen. Getrouwde mannen houden zich hoofdzakelijk bezig met pils en hebben dan geen tijd voor futiliteiten. Een kleintje pils is nu eenmaal geen kleinigheid. Precies, een jonkie is immers ook geen ouwe, al ziet zij er in de aanvang precies hetzelfde uit en smaakt hetzelfde. En daar zit hem nu juist het malheur. Omdat de wat wrangere ouwe dames zich altijd bemoeien met de nog onverlepte zachte jonkies, dat begint al met de stoot: ”Seg meid, is die vrijer van jou wel koosjer?”, komt er uiteindelijk keet in de keet van Keetje.
Als een soort periodiek verschijnsel treft het iedere familie, ook in de seer deftige kringen komt het al als normaal voor. Het is een fabel dat het alleen maar in achterbuurten voorkomt. Of het zou zo moeten zijn dat de achterbuurt universeel ten paleize resideert. In de hedendaagse gerenommeerde pers wordt immers uitgebreid verslag gedaan van: ”Mijn vader heeft nog een kindje met het kindermeisje ... en tante Trix drinkt regelmatig zwaar ... en gaat dan even van de wereld”. Het zal je prinsesje maar wezen, die de waarheid in de krant en daarmee op straat brengt.
En dan te weten dat De Waarheid al lang niet meer bestaat. Tegenwoordig heeft de Telegraaf dat parool overgenomen. Het Parool wil overigens niks van doen met De Telegraaf hebben.
Jassus, wat een familie. Het lijkt wel of die half Spaanse Margriet hare deftigheid op een parmantig bonbonnetje, gevuld met een zuidwijntje van eigen keus wil trakteren. Dan zou je wel eens tegen een boom kunnen gaan praten, denk ik.

13-02-2003
De tijd gaat snel, steeds sneller, nauwelijks nog bij te benen. En dat is knap lastig als je een vluchtig geheugen hebt. Mensen die daar veel gebruik van maken, doen dat gedachtig het advies uit de bijbel ”Woeker met je talenten” en gaan snel in de politiek. Politiek is schijnbaar een vak waarin je het niet te nauw met de waarheid of je uitspraken hoeft te houden. De waarheid heeft, net als een policus, vele scheve gezichten. Tilt een politicus het deksel van de politieke ketel en ziet hij een prakkie in de pot, dient hij vaak zijn voorgekookte menu op. De geachte kiezer, die op de koffie dacht te kunnen komen, vindt de hond in de pot. Als je begrijpt wat ik bedoel !
Woud uit het nieuwe Bos, probeert zijn pappenheimers al te tracteren. Patriots voor Turkije was vorige week geen probleem en nu wel. Ik denk dat niemand voor oorlog is, maar één en één is twee. Vorige week voor = nu niet tegen ! Als je met het CDA in de regering wil gaan zitten kun je niet verwachten dat die nu hun principes te grabbel gooien omdat een paar linkerds in het bos tegen de maan huilen.
De PvdA is niks veranderd. Linkse klets en uiteindelijk rechts gedoe. Derwille van de smeer, wordt de kandeleer van de kiezer eerst gelikt en vervolgens verkwanseld. Kok was er ook een boss in. De zorg, het onderwijs, de veiligheid. Alles naar zijn moer geholpen derwille van de linkshandige macht.
In het nieuwe donkere Bos zal het niet veel anders gaan. Zeker niet als ik zie dat de oude regenten, waaronder een voormalig burgemeester van een grote stad zonodig met gepeperde uitspraken, ouderwets adviseren.
De tijd zal vermoedelijk zelfs zo snel gaan, dat er tussentijds weer nieuwe verkiezingen nodig zijn. Vier jaren houden deze houthakkers, met hun botte bijlen, niet vol om een volksvertegenwoordiging te handhaven.

11-02-2003
Ik zou niet durven te beweren dat professoren geen slimme mensen zijn. Je hebt er zelfs bij die de waarheid zeggen. De waarheid zeggen wil zeggen dat iemand zegt dat waar is, dus wat anderen al lang weten. Het probleem bij de waarheid is dat weinigen daarnaar erg nieuwsgierig zijn. Een leugen daarentegen kan vaker veel geruststellender en prettiger zijn. Vraag wijlen professor Pim maar, die mag als beloning voor zijn waarzeggerij nu op een hemelse fluit blazen.
Ik vraag me dus bezorgd af hoe het met prof. Smit van de TU van Delft zal aflopen. Hij stelt namelijk dat steeds vaker de stroom in ons land uitvalt omdat de installaties oud zijn en de electriciens, die het moeten onderhouden, dom. Jassus, hoe durftie. Ik hoop voor die man dat hij zelf de wet van de waarheid kent, want zulke uitspraken roepen veel weerstand op. En een woordenstroom die over een weerstand moet roept hoge spanning op, weet ik uit de tijd dat ik met de wetten van Kirchhoff, dat was een andere prof, worstelde.
In de verlichte tijd, waarin we nu leven heeft iedereen toch verstand van alles en nog wat. Iedere op zolder of op slaapkamer voortplantende weetteler weet immers hoe hij in no time een aftapje van het energiebedrijf in elkaar kan steken. Wie stuurt er nog zijn zoon naar een ambachtschool om zekeringen te leren berekenen? Als je op zaterdag een kwartiertje naar Nico kijkt kun je al een hele huisinstallatie aanleggen; en als per ongeluk onder invloed van iets sterks ooit je zekeringen doorslaan vind je nog altijd een pro deo advocaat, die komt uitleggen dat je in je jeugd een dramatische schok opgelopen hebt.
Wat die knappe prof dus zo pardoes stelt, weten we al lang. Bijna niemand tegenwoordig heeft nog verstand van de zaak waarvoor hij werkt. Veel politieagenten hebben een pistool en kunnen niet raak schieten. Op ieder aanrecht staat wel minstens één messenblok en men eet hoofdzakelijk uit de Chinese muur of belt de pizzalijn. We hebben immers overal een eigen mening over en die is minstens zo belangrijk, want we weten wel hoe het eigenlijk zou moeten, niet toch ?

09-02-2003
Wat hebben Bush en Saddam Hussein, buiten het feit dat ze beiden een grote bek hebben, nog meer gemeen ? Niks zou je argeloos denken, die twee fitten niet met elkaar omdat ze altijd op elkaar vitten. Foutje dus! Hetzelfde leer weet ik uit ”De Telegraaf”. Ondanks het feit dat ze beiden hun eigen leer verkondigen lopen ze wel op hetzelfde leer. Ze kopen alle twee hun schoenen bij dezelfde schoenmaker, ene Vito Artioli, in Milaan. Hij wqs zo vriendelijk om ook de maat van die twee maten en het prijsje te noemen. Zo paartje kost rond de € 600 en Sjors gaat een half maatje groter door het leven dan Saddam, die het met een toch respectabele maat 44 doet.
Het enige dat ik interessant zou vinden, namelijk of ze ook zweetvoeten hebben, vermeldt hij er niet bij. Ik vermoed van wel, want het zijn immers ook maar mensen en de meeste mensen hebben ... juist. Ik neem voor het gemak dus effu aan dat het zo is, wie verwisselt dan de geurvreters van beide heren ? Want dat beiden stinken is over de hele wereld al goed te ruiken. Beiden doen al hevig stinken naar dood en verderf. Daar is een Duits rommedoetje geen partij voor.
En omdat die twee ook maar gewone mensen zijn, zijn ze ook niet voor vrede vatbaar te maken. De een kan de ander gewoon niet luchten, ze zijn schijnbaar allergisch voor elkaars territoriumdrift.
”Willst Du nicht mein Bruder sein, so schlag ich Dir den Schädel ein”, is het tegenwoordige credo van Sjors dubble Joe en met zeven mijls stappen jaagt hij zijn uitdager naar de rand van de wandaad. ”Leer is immers leer”, zei de scheidsrechter en keurde het doelpunt goed toen een schoen in plaats van de bal in het doel vloog. In de naam van Allah of God is de wereld al vaker door het gaatje gekropen. Helaas komt dat besef altijd pas na het laatse hoornsignaal van de champions.

06-02-2003
Een heel slimme Duitser verzuchtte ooit zuchtend: ”Deine Frau, dass unbekannte Wesen”. Hij bedoelde daarmee niet jouw vrouw, maar zijn vrouw. Waarschijnlijk was hij te schijterig om dat tegen zijn eigen vrouw te zeggen en gaf hij jou de zwarte Nel. Vroeger en ook nu nog zijn buitenlandse Duitsers anders dan wij. Dat komt, denk ik, omdat ze met meer zijn. Als je met meer bent, denk je al vlug dat je ook meer kunt. Met voetballen is dat in alle geval waar, helaas ... zucht. En met worst eten spelen we hooguit ook maar gelijk, vrees ik.
Maarru .. terug naar het onderwerp .. de onbekende worst, ik bedoel dinges natuurlijk.
Doris, dat is de derde vrouw van de zoveelste Duitse bondskanselier maakt zich bijvoorbeeld zorgen over haar gezondheid en die van haar eerste Duitser. ”Uitgerekend haar lievelingsworsten als thee- en leverworst worden door experts van BSE verdacht!” Hoeveel kilo heeft ze daarvan niet gegeten sinds haar jeugd? En wat te denken van de beroemde Berlijnse 'kerrieworst' waar haar echtgenoot zo gek op is. Even uitstappen bij een van de talrijke rokende worstkraampjes, die op de hoek van de straat staan, is er niet meer bij. De zorgen van die vrouw, zou menige Hollandse bijstandtrekster willen hebben. Veel Hollandse mannen gedragen zich minstens even vreemd als haar Gerhard, die zegt niet in Irak te zullen gaan vechten. Balkenende en Bos gaan dat ook niet doen, maar die zeggen dat nog niet. Die laten Bush zelf die vermaledijde Sadamworst uit de hete rookcel halen.
Ik weet niet of onze Maxima van worst houdt, ik volg dat niet allemaal. Maar in de roddelbladen (van mijn lief) lees ik al een jaar dat ze in verwachting is. In verwachting waarvan dan ? Ook is ze katholiek gebleven, wat verwacht ze daarvan ? Ik ben jarenlang katholiek geweest, Mooi niks hoor. Het was daar roeien tegen de stroom op. Bidden hielp geen moer en ik zag dat de koster wijwater maakte onder de kraan. Toen hield ik het niet meer droog.
Katholieken mogen dopen en Maxima heeft van dat recht gebruik gemaakt en ”Prins Willem Alexander” gedoopt. Die kan nu lekker tegen de stroom op varen. Het was haar eerste officiële daad in een jaar tijd.
Dan kan verwachting in haar tijdrekening nog wel eens heel lang gaan duren.

05-02-2003
Alles is toeval, met de aantekening dat het toeval wel te sturen is. Kwestie van uitkijken dus. Het woord zegt het eigenlijk al toevallig van zichzelf. Toevallen ... uit het niets valt iets je toe. Ben je toevallig nu in Amerika dan kan dat een stukje shuttle zijn. Je zult maar toevallig zo'n stuk afzeilende schotel op je bordje krijgen, nietwaar ? Welwaar, want je bent immers in Amerika. Dat is toch logisch, toch ?
Ik ben toevallig in september 1940 geboren omdat mijn vader met kerstmis 1939, tijdens de mobilisatie, met verlof thuis was. Als toen de moffen niet ontoevallig op oorlog uit waren geweest hadden ze die niet toevallig vijf jaren later verloren, als je begrijpt wat ik bedoel. Niet ? Ik wil alleen maar zeggen dat ik als toevallige voorbijganger op de wereld ben.
Waarschijnlijk door al die persoonlijke toevalligheden ben ik verzot op toevalligheidjes. Koop steeds opnieuw lootjes in het rad van fortuin, dat mijn leven heet en probeer het gelukslot te sturen. Uiteraard aan me zelf ! Probleem met nieten daarbij zijn toevallig meestal wel de anderen. En dat is boelshit, die zijn er niet toevallig en nog erger die kun je niet sturen. Zelfs niet wegsturen. Ze doen of ze er toevallig bijhoren. En dat is nou weer een gestuurd toeval, want ze zijn gehaald. Niets zo simpel als het toeval.

04-02-2003
Zondagmorgen, voor het invallen van de dooi, nog vlug een sneeuwman gemaakt. Tegenwoordig schijn je in het kader van verijsde emancipatie een sneeuwpop te moeten configureren. Maar ik had mijn zinnen gezet op een ouderwetse witte man en besloot als compromis tot een schepping zonder broek en bretels. Het rollen was ik nog niet verleerd, hoewel het al weer een halve eeuw geleden is dat ik de laatste keer sneeuw op een gazon rolde. Ik ben geen liefhebber van gazons. Gazons zijn nutteloze stukjes groen onkruid, waarin hooguit een paar pieren bivakkeren. Gazons moeten geknipt worden. Knippen is kapperswerk en daarvoor moet je flink gestudeerd hebben. Een kapsel is bij een geëmancipeerd man-wijf nooit goed, dus is gazon knippen ook waardeloos werk, bevestigde ik nog eens een oud stokpaardje.
Ik heb ook nooit mijn stokpaardje op een groenstukje gereden. Wel veel bordjes gezien dat honden er verboden toegang hebben. Verboden toegang is een bepaalde toegang in dit land waarin alles dat verboden is, automatisch een geboden must is. Als trendvolger laat ik dus regelmatig mijn reuboxer over zulke gazons scheuren. Dat is veel leuker dan over straat en van iets onnuttigs maak ik dan iets nuttigs. Je ziet, met een beetje fantasie is zelfs een gazon verdraagbaar.
Uiteindelijk was ik toch weer licht gefrustreerd op het einde van mijn sneeuwschepping. Ik kon mijn sneeuwman geen ogen geven. Daar heb ik kolen voor nodig, schoot het door me heen. Als kind nam ik daar twee mooie eierkolen voor. Daar kreeg ik mooie eierkolen zwarte handen van. Die veegde ik dan demonstratief met sneeuw af, liefst onverwachts op het gezicht van mijn toekijkend zusje. Van de op de achtergrond stiekem toekijkende vader werd ik vervolgens onthaald op een normaal pak rammel.
Aan mijn lepe zwarte en vaders harde, vadershanden heb ik weinig goede herinneringen. Eveneens ook niet aan bordjes met Verboden Toegang”. Mijn oude heer rende er gewoon doorheen om mij te grazen te nemen. Op zo´n moment was hij een verschrikkelijke sneeuwman. Mijn gazonstrauma is dus verklaarbaar en aannemelijk te maken.
Mijn toezicht houdende boxer begreep dat zondagmorgen allemaal heel goed, want toen ik mijn koude handen tevreden in mijn zak stopte pleegde hij een warme gele plas tegen mijn blinde sneeuwman.
De een kan het niet zien en de ander heeft zijn handen bezet, dat is hetzelfde als een grasbordje moet hij wel gedacht hebben.

03-02-2003
Het begint me op te vallen, dat we in een raar land wonen. Eigenlijk ben ik er niet meer zo trots op om door landgenoot tevens lotgenoot te zijn. Ik heb er wel eens over gebraindumpt wat vreemden hier eigenlijk komen zoeken. Voor ons, de Jannen, hoeven ze niet te komen. Wij staan pal voor onze eigen folklore en zien hen liever gaan dan blijven. Het moeten dus wel een aantal opvallende toevalligheden zijn, die de vreemde mens lokken en hem doen besluiten zich hier te vestigen en voortvarend voort te planten, nietwaar? Welwaar, want als vreemde maak je hier zelfs een kleine kans prins of prinses te kunnen worden en dat is zelfs in Amerika, het land van de onbegrensde mogelijkheden, nog niet mogelijk. Nietwaar ?
Of welwaar, want als je hier als crimineel neergeschoten wordt maak je zelfs een kleine kans op een begrafenis met acht paarden voor de kar. Dat is nergens anders in de wereld mogelijk. Nietwaar ?
Of welwaar, want shoppen kun je hier bijna twintig uur per dag zonder geld of creditkaart. Je zuur verdiend geld kun je dan cool verpoffen op de gokkast of de beurs. Welwaar ! En weet je wat echt zeker is ? Hoe gekker en opvallender iets uitpakt. Impact heeft, noemen ze dat geloof ik, hoe meer ze erover showkletsen op de TV. En dat is natuurlijk wat den vreemden ook trekt, want op hun eigen schotel zullen ze nooit de wereld halen, welwaar !

01-02-2003
De Chinezen waren al veel eerder op deze wereld dan wij, want zij beginnen vandaag aan het jaar 4701. Veel Chinezen zullen dit jaar geitenhoeder zijn, want dit jaar is een echt geitenjaar. De Chinezen hebben overigens 12 beesten in hun dierenriem. Ieder dier heeft natuurlijk zijn eigen betekenis. Nieuwsgierig mens als altijd, wilde ik weten wat en wie ik ben.
Een simpele zoektocht op internet leverde een draak voor mij op. De draak is vertrouwelijk, op zich zelf, snel emotioneel, en een harde werker. Draken zijn erg levendig, en inteligent. (Dit is allemaal waar). Ze kunnen een grote show opvoeren, zijn een beetje macho. Eerlijkheid is erg belangrijk voor ze, ze zeggen wat ze denken, tot aan het punt van taktloosheid. Ze houden hun belofte en verwachten dit ook van andere .. maar soms zijn te vertrouwelijk, en durven roddelen. De regelmatige lezer van mijn TIKKIE weet dat overigens al lang.
Ze (dus ik) vallen onder de non-nonsense, haten achterbaksheid en zijn impulsief. Ze hebben een enorme energie, maar durven ook als ze aan iets beginnen snel over te springen naar iets anders, waardoor het nooit af is. Ze kunnen goed luisteren, en mooi om ze aan je zijde te hebben in moeilijke tijden.
Thuis is erg belangrijk voor de Draken, het zijn echte opkomers, beschermers voor hun familie. Ze worden snel verliefd het is alles of niets, maar kunnen dan erg sentimenteel zijn. Ze zien dan ook geen fout in deze manier van liefhebben. Ze kunnen OVER beschermend zijn voor hun kinderen.
Draken zijn logisch en hebben hoge standaard waarden die ze moeilijk kunnen aanpassen. Draken zijn goede leiders, en ze zitten vaak in zaken, reclame wereld, onderwijzers, schilders, en werken vaak als archeoloog, of antieke zaken..
De Draak is een energetisch mens en dominant van karakter. De Draak heeft nooit te kort aan vrienden, of nalopers, en dwepers.
Karakter - Sterke kant: Deze geboren onder het teken van de Draak zijn: eerlijk, sensitief, energierijk, en charmeurs. Zwakheden - dom gedrag, snel kwaad, egoist, aggresief, en dominant, eigenwijs.
Het zal mijn draak maar wezen.


terug naar Tikkies
terug naar Tikkies