Tikkies, augustus 2003



30-08-2003.
Pommetje is een paar nachtjes afwezig. Hij is naar een congres. Auvermennekes houden ieder jaar op het einde van de zomer een grote bijeenkomst. Daar wisselen ze met mekaar het nieuws van het hele afgelopen seizoen uit, heeft hij me verteld. Dan ontmoeten ze ook Auvervrouwtjes, hij wilde me echter niet vertellen of er dan ook iets aan het voortbestaan van het gilde wordt gedaan. Ik verdenk hem ervan dat hij van de andere kant is. Overigens sprak hij nog hele wijze woorden bij zijn vertrek. ”Let op” zei hij. ”Augustus zal met veel regen heengaan en dan zal het konijn weer op ons groene gazon staan”.
Verdomd als het niet waar is, wat hij zei. Amper heeft hij zijn rooie biesjes gelicht of het konijn ziet door het groen het gras niet meer! Enfin, ik heb nu wel effu de tijd om weer eens mijn aandacht op andere dingen te richten.
Als je het nieuws een beetje volgt, is het niet meer te volgen wie er liegt en wie niet de waarheid spreekt. Balkende Balkenende heeft zulke geheime informatie van Tony gekregen, dat hij niet durft te zeggen dat die gelogen is. Jaap de Hoop en nog wat zegt dat het niet erg is dat het gelogen is. Het zou nog veel erger zijn als het waar was. En onze minister van defensie, die heeft niks te verdedigen. Hij moet bezuinigen en moet de expeditionele macht in Afghanistan in onmacht houden. Typisch DCB (Dutch Crazy Business).
Bezuinigen is het toverwoord. Hoe, is magie. Als ministers geld gaan zoeken zal de burger het in zijn beurs voelen, is de realiteit. De pil uit het ziekenfonds ! Voor het zingen de kerk uit, terug naar de oude normen en waarden. Helaas, de muziek in de kerk leent zich niet om op te swingen.
Onwillige werklozen zullen met busjes naar niet bestaand werk gebracht worden. Die busjes worden uiteraard gereden door andere werklozen. Ik weet zeker dat er nu nog veel meer files zullen komen en dat zelfs de werkenden niet meer op hun werk kunnen komen en ook werkloos worden, enz. enz. En als de kerk uitgaat wordt er voortaan gezongen: ”Busje komt zo !”
De tandarts wordt weer een gewone ouderwetse kiezensmid. De ruïne van Remkes wordt de gebitsnorm. Alle apothekers moeten een gat in hun broekzak knippen want zij worden te kijk gezet als ordinaire zakkenvullers.
Verder gaat onze regering gewoon verder met massa's geld vernietigen. De Betuwelijn, die bodemloze put nog verder uitdiepen. De JSF, die we nooit nodig hebben, straks gewoon op een opgedoekte basis zetten.
DCB, van de eerste Uylenkraai tot het laatste Balkengebalk. Ik hoop dat Pom snel terug komt.

28-08-2003.
Ik had dus na een stief kwartiertje stressen een nieuwe kraan en moest terug naar de mevrouw bij de inkom om buiten te komen.
Ik heb niets tegen vrouwen. Integendeel, ik mag ze best graag. Alleen ... een dame moet ook op een dame lijken. Vrouwen in overalls of uniformen doen mij altijd aan de oude Sovjet-Unie denken. Die bestaat nu wel niet meer, zeggen ze, maarru die rare vrouwen in uitzichtloze werkpakken zie ik bijna dagelijks. Ennu daar word ik niet echt vrolijk van. Bij een echte dame hoort het tegenovergestelde van uitzicht ... juist inzicht dus !
Mijn karweivrouw nu had weinig inzicht. Ze wilde wat gegevens van mij hebben. Mijn naam, mijn adres, mijn telefoonnummer. Papier en stift hield ze voortvarend gereed. Ze wilde geen discussie meer, was haar uitstraling.
Op zulke momenten steekt er een driftkabouter bij mij zijn kop op. Legt mij boze woorden vooraan in de mond.
”Ik zou niet weten, waarom ik dat allemaal moet vertellen”, hoorde ik mezelf zeggen. ”Ik kan hier anoniem kopen, alleen als ik iets dat kapot is wil omruilen moet ik met de billen bloot. Waarom ?”. ”
Omdat dat onze regels zijn”, zei de inzichtloze dame zeer beslist.
Omdat ik weer wat meer uitzicht kreeg, zei ik dat ik dat wel begreep. ”Mijn naam is Jan Boldoot, ik woon in Keulen, mijn postcode is 4711”.
Ze schreef - Jan - en zei toen dat het niet kon.
Ik zei dat ze volkomen gelijk had, maar ik op het moment niks beters voor haar had. Ik heb ook mijn regels en die kan ik niet zomaar veranderen.
De dame zei, dat ik dan de kraan niet mee mocht nemen.
”Goed” zei ik: ”Houd je kraan en geef me mijn geld terug.”
Dat kon verder zonder problemen. Bij Karwei is uiteindelijk de lastige klant toch tevreden want met het teruggekregen geld kon ik weer een andere kraan uit het rek halen. Tis soms wat omslachtig maar inzicht en uitzicht liggen dichter bij elkaar als een regelend mens soms regelt.
Pom is in ieder geval tevreden met zijn nieuwe tapkraan.

26-08-2003.
Pommetje knapt vaker karweitjes voor me op. Auvermennekes zijn nachtwezentjes, dus hij werkt als ik slaap. Van de zomer, tijdens de warme periode vulde hij regelmatig de vijver bij. Op een nacht meldde hij dat de tapkraan in de tuin te stroef werd. Hij kreeg hem niet meer open. Hij had dus een karweitje voor mij, een nieuwe kraan plaatsen !
Geen probleem, ik toog naar ”Karwei” (dat is een winkel in een wei zonder kar) en daar hebben de voor ieder karweitje een passende oplossing.
Zeggen zij, die van ”Karwei” dus.
Een half uurtje later zat een nieuwe tapkraan blinkend gemonteerd. Ik ben geen opschepper, maar was toen wel trots op mezelf.
Om nachtelijk gezeur van Pom te voorkomen testte ik de kraan op goede werking. ”Godju !”, ik had geen kraan gemonteerd maar een klopboormachine.
Krijsend sloeg een nieuwsgierig zwarte merel op de vliegvlucht. Hier moest ik iets aan doen, drong het tot me door. Zodra Pom dit ding in werking stelt is het gedaan met het stilleven dat de nacht heet. Ik schroefde de kraan open. Had ik het niet gedacht, het afsluitertje zat los !
Een half uurtje later was ik weer met mijn mislukt karwei bij ”Karwei” je weet wel, in die wei buiten het dorp.
”Wat er precies aan de hand was?” wilde een Karwei-vrouw weten.
Ik vertelde de hele waarheid maar de clou om Pom begreep zij niet en er moest een Karwei-man bijkomen.
Toen ik in de tweede termijn bij de vluchtende merel kwam, zei die (de karwei-man) dat het niet de kraan kon zijn, ik had last van loszittende leidingen en daar hadden zij andere oplossingen voor dan een nieuwe kraan. Een setje en nog wat voor € 50 ...
Ik vermoedde bijkans dat ik met een grote Pom te maken had. Een leiding die 75 meter onder de grond ligt, hoe wil die klapperen?
Beleefd meldde ik de karwei-man dat ik nu met de karwei-baas wilde spreken.
Een paar minuten later begon ik aan mijn derde termijn, maar ik kwam niet erg ver. Het karwei-opperhoofd geloofde niet aan auvermennekes.
“Dan ben jij van de blauwe knoop“, concludeerde ik verbaasd. Ik wist echt niet, dat die nog bestonden.
De man beweerde echter het tegendeel en zei dat in voorkomende gevallen geen last van kabouters had, maar van muizen.
”Ik heb ook muizen in de tuin, maar die kunnen mijn vijver niet vullen”, dacht ik te moeten aanvullen.
De karwei-boss schudde vermoeid zijn hoofd, ik mocht een nieuwe kraan gaan uitzoeken.
Voor de rest zul je morgen moeten terugkomen, want ik ga nu de karwei-muizen in mijn tuin te drinken geven.

23-08-2003.
Een enkele keer nodigt Pom me uit bij hem te eten, verbeeld ik me.
Dat is dan altijd op het einde van de zomer, als er al volop fruit en bessen zijn. Auvermennekes maken niet veel bombarie om hun eten. Een snelle gris langs wat struiken en gewassen moet voldoende zijn om een knorrend, loek laik u, kaboutermaagje te vullen.
Ik eet dus alvast stevig thuis voor, voor ik me door Pom laat vergasten, want ik wil me graag als een nette en beleefde gast profileren.
Ik moet echter zeggen, Pom laat zich niet kennen. Hij haalt flink uit de kast, elfenbankjes, eekhoorntjesbrood, bloemennectar, zonnebloempitten, hazelnoten, walnoten, een salade van mint enzovoorts.
Voor de drank zorg ik zelf. Als goede gast en altijd dorstige drinker, neem je fatsoenshalve een paar flesjes mee als kleine attentie voor de gastheer.
Pom begrijpt dat niet zo goed. Hij snapt niet dat je een krat wijn ergens tegen afgifte van een paar snippen papier kunt afhalen. In zijn wereld is alles gebaseerd op zelf maken of eventueel ruilen.
Ik heb hem wel eens uitgelegd hoe wij mensen in een brouwerij miljoenen liters pils in de vooruit koken. Hij dacht dat ik al dronken was, voordat ik gedronken had.
Toen we ooit eens na een voortreffelijke dronk als echte mannen onder elkaar - met elkaar aan de klets kwamen - vroeg ik of hij niet iets hartigs in de pantry had. Ik had nu al een paar uren veredeld konijnenvoer gegeten en werd wat slapjes onder de ogen. Dan ga ik van de honger knikkebollen en dan gaat ligt in een mum mijn naam als beleefde gast te grabbel onder de struiken.
Waar ik dan zo aan dacht, wilde hij weten.
”Nou er zitten plenty kikkers en padden in de tuin. Grijp Pieter de pad, die weer op zijn Pieterpad zit te kwaken bij zijn lurven en dan grillen wij zijn billetjes”, opperde ik bij een zeurende maagkramp.
Dat was de vlam in zijn auvermennekespan. ”Wij zijn beschaafde creaturen”, tierde hij tegen mij. ”Wij zijn geen kannibalen zoals jullie, die hele dierenpopulaties verslinden”. Woedend greep hij met zijn handje in het schaaltje met jeneverbessen en slingerde die tegen mijn hoofd.
Met een kloppende koppijn en blauwe wallen, werd ik die morgen slecht wakker.
Ik hoorde de verdere godsganse dag het gekwaak van Pieter de pad op het Pieterpad door mijn schijnbaar leeg hoofd na-echoën.
Pom kan een hongerige mens bijhoorlijk afkabouteren, overpeinsde ik, met de flauwe hoop op een hartige biefstuk.

22-08-2003.
Ik ben geen verwoede slaper. Oh nee !
Het leven is so wie so al veel te kort als je gepensioneerd bent en tot overmaat van ramp neemt het ook nog iedere dag verder af. Je kunt het niet overdoen, that is not done!
Slapen doe ik dus overdag, voorzover ik dan slaap heb. Bij volle maan in de zomer neemt die behoefte verder af tot minimaal. Want, heb je al eens de volle maan door een kastanjeboom van twintig meter hoog zien schijnen? Ik wel en ik krijg dan amper een oog dicht. Met het andere oog probeer ik de eekhoorns te volgen die druk bezig zijn met de kastanjeboom op en af te rennen. Eekhoorns en Auvermennekes, ze hebben het 's nachts héél druk.
Ik weet dat mijn Pommetje 's nachts voor mij zeer - en route - (in den weer) is. Ik stoor hem dus niet met onnodig pottenkijken. Ik weet dat hij patrouilleert bij mijn auto om de marter onder de motorkap vandaan te houden. Ik weet dat hij het konijn van ons kleinkind 's nachts borstelt want 's morgens vind ik vaak een bos haren in haar hok.
Ik lig in het lichte maanlicht, met onze honden in de half- en bijslaap, op een matrasje bij het tuinhuis.
Luck, mijn oude boxer, is een doorgezomerde veteraan. Vele zwoele nachten heeft hij met mij onder de heldere maanhemel doorgebracht. Hij doet daar niet moeilijk over. Als zijn bak met leverworst leeg is, gaat hij snurken. Heb je wel eens een boxer horen slapen? Dat klinkt als een motormaaier met een carburateurprobleem. Ik ervaar het alsdat mijn wereld verder in orde is en beschouw met een gerust gemoed de op en neer rennende roodstaarten.
Voor Ollie, de Shih-Tzu pup is dat allemaal heel nieuw. Vol verbazing gaat hij telkens bij de mond van Luck kijken. Hij begrijpt niet waarom die zo te keer gaat. Ister soms onraad, ister soms iemand in de buurt die hij niet ziet of nog niet kent ?
Zolang als de honden wakker zijn, komt Pom niet op de klets. Pas als mijn beide wakkere makkers Klaas Vaak ontmoet hebben komt hij op zijn rondje langs. Tevreden neemt hij van de geitenkaas, de pinda's en de nootjes, die ik voor hem heb neergezet. Hij drinkt mijn laatste halve fles rosé leeg. Hij vertelt me de laatse roddels uit de wulpse tuin. Iedereen en alles doet het met en onder elkaar, Sjezus vindt dat het zo hoort. Godju, als daar de paus eens over nadacht!
”Ik snap niet hoe jij het hier uithoudt”, hoor ik mijn lief dan een tijdeindje verderop zeggen.
Mijn antwoord is altijd hetzelfde: ”Alleen wij mannen ... ”.
Alleen wij mannen praten 's nachts als mannen onder elkaar, zonder woorden. Wij mannen, dat zijn wij, mijn jongens ... en een dagelijks, nachtelijk Auvermenneke.

21-08-2003.
Pom is mijn aangewezen adviseur bij tuinproblemen. Zelf heb ik weinig fingerspitzengefühl. Vroeger was dat heel anders, toen voelde ik ieder oneffenheidje onfeilbaar aan. Tegenwoordig moet ik bij wijze van spreken drie keer over een molshoop struikelen voor ik besef dat ik een hoop rijker ben. Ik hecht weinig waarde aan bezit dus dra rijst de vraag: ”Hoe raak ik die hoop weer kwijt?” Het probleem met zulke hopen is dat ze zich razendsnel vermenigvuldigen. Hoe ze dat fiksen is mijn een raadsel. Zouden er mannetjes en wijfjes hopen zijn? En hoppen die hopen dan met of op elkaar ?
Kijk in zo'n situatie val ik helemaal terug op mijn vertrouwd Auvermenneke. Ik zet mijn versleten luie stoel in de schaduw van de prunus bij de vijver, leg een paar flesjes verse rosé toew koel in de vijver, daarmee lok ik dan Pom hoop ik en leg mezelf met volle hoop in mijn gekussende zetel. Terwijl ik dan een paar glaasjes verdrink is het een kwestie van nemen en doorslikken. Pommetje is vaak een ettertje en wacht tot ik een respectabel aantal eenheden verwerkt heb, voordat hij tevoorschijn komt.
”Heb je soms een probleem?” informeert hij dan gespeeld achterlijk.
”Ja, ik zit met een reeks oneindige hopen, wat kan ik daaraan doen?” hoor ik mezelf brubbelen.
”Je zou eens de de merels minder kunnen voeren”, is zijn antwoord. (Ik weet dat hij niet van merels houdt, omdat die regelmatig op hem hopen).
”Merels leven van pieren. Als jij de merels de krenten uit de pap op het gras serveert, trekken die geen pieren meer. Dat komt dan een mol doen en die hoopt dat jj nog lang de pieren in je pierenwei houdt. Hij beloont je daarvoor met uitbundige hopen. Voor wat hoort wat, weet je wel?”
”Wat is je prijs voor dit advies?” vraag ik beleefd.
”Ik zou ook wel iets van jouw druivensapje lusten”, smakt hij al likkebaardend in zijn lange sikkebaard.
Ik ben altijd een gulle gastheer geweest en zie met veel plezier toe hoe hij flink van leer trekt. Van andermans leer, is het altijd goed riemen snijden geweest, realiseer ik me toch met enige ongerustheid ...
”Heb jij al die flessen alleen uitgedronken?” wil mijn lief weten.
”Nee !” antwoord ik naar verdronken waarheid.
Wat is waarheid? Voor vele leugenaars een weet, voor vele nuchteren een leugen.
Zouden Sjors bubble Joe en Tony van de Bleer ook een bezopen Auvermenneke als adviseur gehad hebben? Voor hun een weet, voor ons een nuchtere vraag.
See you, vroeg of later bij de glasbak en herken dan jouw Pom.


19-08-2003.
Pom heeft me ooit in het kort verteld dat hij al lang excisteert, maar nog helemaal niet oud is. Alleen mensen worden oud is zijn overtuiging.
Omdat wij ons vastklampen aan een vergaand verleden zal iedere mens uiteindelijk verleden tijd worden, is zijn oude tegenwoordige opvatting.
Auvermennekes leven bij de dag van vandaag, zijn nu gisteren al vergeten en maken zich geen zorgen om de dag van morgen. In hun onbewogenheid komt stress niet voor, op bezit stellen ze geen prijs, ze zijn tevreden met wat de natuur hen biedt. Wat ze van een toevallige weldoener kunnen meebietsen is mooi meegenomen.
Als de standplaats een plekje in een tuin is, is dat als standaard prima. Als een oplettende mens zich af en toe met hem bemoeit is dat louter nieuwe energie, die slechts spaarzaam aangesproken wordt.
Auvermennekes zijn geboren (of gedownloade ?) overlevingskunstenaars.
Wij mensen zijn consumptieverslinders, vindt hij. Dat de meeste mensen hun eigen graf met hun eigen gebit delven is voor hem zekerheid.
Hoe vaak heeft hij me dat al niet persoonlijk gemeld? ”Je graaft je graf met je tanden”, was het thema van menige benauwde nachtmerrie. Een tijdje overwoog ik bij de kiezensmid op extractie te gaan.
Ik rende als duur alternatief naar de apotheek, kocht een kuur modifast, gooide al mijn dure pijpen en tabak in de vuilnis waar ze eigenlijk ook thuis horen. Ging urenlang met mijn hond op strafexpeditie in ons mooie heuvelland.
Luck begreep niet waarom hij plotseling dagelijkse duurmarsen op het Pieterpad moest afleggen en begon zich te verstoppen onder doornige struiken en hield zich boxerdoof.
Tegenwoordig speedmars ik dus meestal alleen. Letterlijk geen hond die met me mee wil.

17-08-2003.
Als ik met mijn Pommetje wil praten hoef ik niet in de tuin tegen hem te gaan kletsen. Dat werkt niet, hij houdt zich dan stijf, doof en stom. Auvermennekes leven namelijk niet in dezelfde dimensies als wij, mensen. Auvermennekes nemen bewust het beeld van een kabouter aan en communiceren daar vandaan dus niet rechtstreeks met ons. De gedaante die ze aannemen is afhankelijk van het karakter van hun uitbater, meestal om een niet te definieren duistere reden ook zijn bewonderaar. Die zet vaak half onbewust, dus in een bepaalde staat van bewusteloosheid, een mannetje met een puntmuts op in zijn tuin omdat dat hem toevallig op een bepaald moment, op een bepaalde plek, onbepaald veel aansprak. Een soort toevallige reflectie zoals een toevallig gegooide blik tijdens het voorbijgaan langs een toevallig aanwezige spiegel, zou je kunnen zeggen. Godju, waar haal ik ut vandaan ...
Om dat virtuele reëel te maken heb je geen computer met een mediapleejer nodig, maar je gewone gezonde slaap. Een katalysatortje kan daarbij van dienst zijn. Een goed neutje of een paar glaasjes wijn kunnen verdromend werken. De grens is echter vrij nauw, eentje teveel kan al heel wat nachtelijke capsones inleiden en vermeend lijden veroorzaken. De verklaring voor dit fenomeen is dat je in je slaap namelijk je eigen sripts kunt schrijven maar die ook zelf moet regisseren en spelen. Pommetjes zullen dus altijd iets van jezelf zijn en iets van jezelf aan jezelf proberen duidelijk te maken.
Dat heeft me wel een tijdje gekost eer ik dat in de smiesgaten had. Misschien vind je het wel een verzonnen verhaal? Dat is het evenwel niet. Het is het auvermennekes verhaal ! Iedereen heeft zijn eigen auvermenneke in zijn eigen droomtuin staan, zelfs als hij zeshoog op een flat woont.
Mensen die beweren dat zij geen Auvermenneke hebben zijn of nog niet geboren of misschien al lang dood. Ik leef iedere nacht en uiteraard ook iedere overdag met mijn Pom.

15-08-2003.
Je bent waarschijnlijk hier omdat je mijn advies hebt opgevolgd en gisteravond iets sterks hebt ingenomen. Het kan dus best zo zijn dat je Pom ook al gesproken hebt. Zoals ik al eerder zei, hij wil best wat mensen helpen .. uiteraard onder zijn voorwaarden. Heb je wat klusjes voor hem, zoals bijvoorbeeld een marter onder je motorkap vandaan houden, sla maar flink wat donker bier in en zet dat onder je auto. Als je dan de marter be- of verzopen aantreft weet je dat Pom je gunstig gezind is.
In de loop der jaren heb ik wel het een en ander met hem te stellen gehad. Auvermennekes zijn namelijk ook een beetje éénkennig, vaak zie je een één op één relatie. En van vrouwen moeten ze niet veel hebben, want bij mijn Lulu is hij nog nooit op bezoek geweest. Die drinkt 's avonds alleen maar Spa en met water zijn die jongens min of meer allergisch en reageren als venijnige gremlins.
Met een nieuwe hond in de tuin, kwam er ook meteen een hoop gezeik. Je weet hoe zo'n puppie is. Nee, je weet het niet? Dan zal ik dat uitleggen. In den beginne plast een mannetjes puppie, een reutje dus voor ingewijden, als een vrouwtje. Voor de niet ingewijden, de uitgewijden dan, dat is in de hurkzit. Dat is ongeveer zoals je vroeger in Frankrijk op zo'n ouderwetse bommenwerper-wc, je bom door het luikje moest zien te mikken. (Als je begrijpt wat ik bedoel, anders leg ik het in een persoonlijke meel uit).
Langzamerhand gaat zo reutje dan een echt jongetje worden en probeert, net als wij vroeger, hoger te plassen. Hoe hoger de plasgrens, des te hoger in de rangorde. Vele soorten tam wild, plassen dus als mannen en vandaar de verwarring over wildplassen met Pom.
Pom stond en staat nog altijd vreselijk op zijn plasser als een van onze drie honden een achterpoot tegen hem tilt. Netjes gezegd, aan beentje lichten heeft hij een gruwelijke hekel en geen van de honden kan ook maar iets goeds in zijn nabijheid doen. Om van zijn gedram af te zijn had ik hem ooit op een verhoging gezet. Maar hij had naast warmwatervrees ook hoogtevrees en werd draaierig.
Om eindelijk van het gehele geëmmer af te zijn en omdat hij overdag toch alleen maar staande slaapt had ik daarna een emmer, als plasscherm, over hem heen gezet. Kreeg hij concentratiestoornissen van meldde hij en leidde een nest wespen die hij uit de prunus zou verjagen, naar de keuken. Met opzettelijke bedoelingen om mij te kunnen afzeiken, wist ik bijna zeker.
Alleen door het alert reageren van mijn Lulu, die onmiddelijk doorhad dat het rare gezoem dat ze die bewuste vroege morgen hoorde nooit mijn bewusteloze gesnurk kon zijn en kordaat de stofzuiger bij de slang greep, werd erger voorkomen. Het wespenprobleem heb daarna ik opgelost door het luchtruim in mijn tuin geschikt te maken voor de wespenjager. Ik laat me toch echt niet chanteren door een onechte tuinkabouter. Gewoon een paar dagen op een Spaa-rantsoen en toen piepte hij wel anders.
Op onze gezondheid zullen we het voorlopig maar houden, nietwaar? Tuurlijk, welwaar!

14-08-2003.
Zoals ik gisteren al opmerkte, ik ben niet gelovig laat staan bijgelovig, ben niet bang voor muizen of spinnen, maar kan wel heel geknauwd worden in een enge droom. Nu kunnen de heren geleerden me wel proberen wijs te maken dat dromen maar bedrog zijn, ik beleef ze als pure werkelijkheid. Ik heb al diverse wereldrecords hardrennen gebroken. Ik ben zelfs over muren hoger dan een huis gesprongen en niemand die zei: ”Niks aan de hand je breekt je benen niet, snurk maar rustig verder”. Ook toen niet, toen die eerste keer dat Pom (want zo heettie) op het voeteind van mijn bed stond te drammen.
Eerst dacht ik nog dat het Opa was, die iets vergeten was en dat me nu vlug kwam vragen. Die gedachte duurde echter maar een miliseconde lang, want ik herkende mijn mimiman aan zijn loensende grijns. Toch deed hij beleefd zijn muts af boog en zei dat hij ernstig met me wilde praten. Ik was er nog niet helemaal met mijn hoofd bij, overwoog dat ik morgenvroeg eerst met Opa moest praten over ons sterkspul recept. Ergens zat er iets goed fout met de destillatiekolom.
Hij kon, verdomd als het niet waar is ook al gedachten lezen en zei dat hij gisteravond iets gekruids in ons sterkspul gemieterd had en dat ik hem daarom nu zag en moest aanhoren. Ik kon alleen maar slap knikken en een propje wegslikken. Foei wat had ik een droge mond. Ben zelden zo onthutst verdroogd geweest.
Hij begon met te zeggen wie hij was, dus Pom een Auvermenneke. En wat hij kon, dat was mensen helpen. In tegenstelling met kabouters, die vroeger voor nop gewerkt hadden en daardoor ten onder gegaan waren, wilden Auvermennekes iets terug. ”Voor wat hoort wat, nietwaar?”
”Welwaar”, vond ik ook. Ik kloot per slot van rekening ook niet maar wat aan voor - pro Deo.
”Mooi”, vervolgde hij. ”Wij werken alleen 's nachts als de mensen diep slapen. Overag houden wij ons stijf. Wij hebben wel wat feeling met de natuur. Ik kan dus die bamboestruik verwijderen. Ik kan voorkomen dat de reiger aan de morgen steeds jouw vijver leeghaalt. Ik kan de slakken van je hosta's weghouden, als je het bier dat je in schoteltjes voor hen neerzit, niet meer verdunt en er ook een stukje kaas of worst bij neerlegt”
”Aha, uit die hoek waait de wind”, dacht ik wijsneuzig hardop. ”Binnen zes weken zit ik in een dwangbuis of lig onder een spanlaken als mijn Lulu in de gaten krijg dat ik mijn lievelingskostjes precies op dezelfde manier ga verstoppen, als mijn hond”.
”Daar hoef je niet bang voor te zijn”, merkte hij beslist op. ”Als je dat 's avonds laat doet zal ik zorgen dat zij dat door haar slaap vergeet”.
”Jij kunt misschien met mij 's avonds laat gaan biljarten en dat haar ook laten vergeten ..?” waagde ik hoopvol. Ik had al een visioen. Dit manneke schepte nieuwe horizonnen. Misschien kon ik in de nabije toekomst wel de zon in het zuiden zien opkomen.
Hij wilde er niet van weten. Vrouwen waren te onvoorspelbaar. Net als het weer. Alleen op de zeer korte termijn inschatbaar. Boemelende biljartnachten moest ik zelf versluieren ...
Als je vanavond iets sterks drinkt kun je morgen hier met mij verder ...

13-08-2003.
Van de week was het weer de dertiende en dan ben ik extra alert. Vooral in een broeierige augustusmaand. Ik heb namelijk het voorrecht of de pech, tis maar hoe je het bekijkt dat ik een Auvermenneke in de tuin heb bivakkeren. 's Zomers houdt hij paal in de buurt van de vijver. In de winter doet hij, in een veilingskist, zijn winterslaap in het tuinhuis. Auvermennekes zijn een soort solitaire kabouters. Ze zijn altijd alleen omdat ze nogal humeurig van aard zijn.
Bij ongelegenheid heb ik die van mij gekregen. Tis al weer lang geleden, dus alle details zijn niet meer zo helder, maar op een vroege morgen reed ik na een late avond terug naar huis. ”Verdomd als het niet waar is”, ik had alleen koffie met zwart gedronken tijdens het biljarten, toen ik uit een schele ooghoek een kabouter in een greppel zie liggen. Ik wist toen nog niks van Auvermennekes, dus ik dacht dat ik te maken had met een gedumpte kabouter. Een te grabbel gegooide vondeling als het ware.
In die tijd heerste er een algemeen erkende filosofie dat goed gevonden minstens zo goed kon zijn als duur gekocht. Na deze vondst en ettelijke andere snabbels uit ”De Vondst” ben ik daar anders over gaan denken. Maar goed dat was toen en toen gooide ik hem na een vlugge schouw in de kofferbak van mijn auto en vergat hem toen ik later op de dag met een kloppende koppijn wakker werd.
Een dag later kreeg ik een lekke band, deed mijn kofferbak open en kwam tot de ontdekking dat mijn reservewiel luchtledig was. Ik dacht dat ik me verbeeldde dat die kabouter een gemene grijs op zijn bakkes had. Enfin de WegenWacht hielp mij weer en route en de kabouter strandde naast de vijver.
Weer een dag later was de hele vijver troebel. Ik ben niet bijgelovig maar ook niet gek, die kabouter, de koppijn, het reservewiel en nu de vijver .. zou er een mogelijk verband zijn? Try en error om er achter te komen of hij voor of tegen mij was. Ik zette de kabouter onder een mij vijandige gezinde bamboestruik. Ik had die bamboestruik al -tig malen geprobeerd uit te roeien maar steeds opnieuw kwam dat woekergewas nog heviger dan de vorige keer weer naar boven. Misschien lukte het die kabouter wel om mij dwars te zitten ..? Ik zag ook dat mijn nieuwsgierige boxer, als de heer der tuin, een beentje tilde en hem klaterend op zijn nieuwe plek inwijdde.
Ik dronk, die avond omdat het een bijzonder goede dag geweest was met mijn schoonvader, die nu allang in de hemel herbergier is, een paar flesjes zelf gemaakt lekker sterk spul. Echte mannen onder elkaar, hemelen elkaar op ... weet je wel!
Of het aan het sterke spul lag dat toch niet echt hemels was, weet ik niet - maar die nacht kwam hij de eerste keer bij mij spoken.
Voor het vervolg moet je morgen effu terugkomen ...

12-08-2003.
Een taal spreken zou eigenlijk door één woord vervangen kunnen worden. Namelijk door talen !
Wil je dat woord daarvoor gebruiken, dan zeg je bijvoorbeeld dat jij Engels taalt ..,
Neen, .. nu moet jij niet zeggen dat het niet waar is en dat je nog niks gezegd hebt, want dat heb ik ook niet gezegd. Ik wilde alleen maar zeggen dat er veel te veel woorden in de omloop zijn en dat geeft plenty misverstanden. Voor je het weet heeft iemand je woorden in de mond gelegd, die je niet eens kunt opschrijven en waarvan je de betekenis ook nog raden moet. Talen is dus hetzelfde als vertalen en dat was gelijk aan een taal spreken.
Hij taalt niet naar een vertaling is dus kwats. Gewoon hij taalt niet, omdat er toch niemand naar hem luistert.
Ik heb het dan over de Paus, ocharm. Praktisch geen enkele ongelovige of gelovige, die zich iets van de Heilige Vader aantrekt. Zijn kleren zijn gewoon uit te mode bij zijn volgelingen. Bij de concurrent is zijn dracht meer in den doen. De verwarring is dus meteen weer groot. Wie is wie? Wie is groot? En alla .. ik weet het ook niet.
Bovendien is hij een vorst. Een kerkvorst zelfs. Nu moet je effu goed bij de les blijven anders kukel je van mijn klemmenbord. Dan moet ik je een nieuwe cut en paste doen. En dat met deze wind.
Godju ... naast de kerkvorst heb je ook nog de nachtvorst, een dagvorst ister vreemd genoeg niet en de vorst van Monaco. Effu makkelijk beginnen. De vorst van Monaco is een prins die alles worst vind, een nachtvorst is een imaginaire niemand er alleen maar aanwezig voor de Ijsheiligen, de rest van het jaar is hij vluchtig en de kerkvorst is een ongetrouwde Vader en is is niet Sinterklaas. Wel is hij een alias, want hij heet anders dan hij zich noemt.
Ik heb wel eens horen vertellen, van mensen die hem schijnbaar goed kennen, dat hij wel 20 talen spreekt waaronder ook Nederlands. Ik zal je vertellen dan begreep ik toch prins Bernhard beter. Hoewel die helmaal geen vorst was, leefde die bijna twee arme mensenleeftijden als een zomerkoninkje. Voor een aardbei was dat wel ietsje belegen.
Ik neem altijd magere slagroom bij de zomerkoninkjes maar de boer bij wie ik ze kocht zei dat hij er kunstmest opdeed.
Nou ja, iedere vorst lust behalve worst het liefst ook een anders vorstin, leert de geschiedenis. Maar dat is mij verder metworst en ik taal daar niet verder over, maar taal gewoon verder aan mijn Tikkie. Dan hoef ik ook niet te balen in een vreemde taal.

11-08-2003.
Nog nooit was het zo lang droog en heet als tijdens de afgelopen maanden. Nog effu en dan gaat ons de lamp uit. Of letterlijk of figuurlijk is slechts een kwestie van de weergod. Kaarsen aansteken dan maar! Dat geeft wel verlichting van de duisternis maar geeft geen verlichting van de warmte zoals een ventilator die geeft. Met andere woorden, als we de ventilator draaiend kunnen houden gaat ons kaarsje niet uit. Ennu ... wie weet eigenlijk hoe groot zijn eigen kaars (nog) is ? Mijn kaars brandt (zij het soms flakkerend) al bijna 63 jaar. Ik heb mensen gekend die een armzalig kort kaarsje hadden, maar ook met kaarsen van bijna altijd durende bijstand... Als je begrijpt wat ik bedoel.
De Paus is zelfs aan het bidden voor regen, las ik op een Duitse site. Neem aan dat het waar is, maar geloof niet dat het baat. De Paus bidt beroepshalve constant voor slechte zaken die goed fout zitten op deze hete wereld. Tot nog toe was het altijd aan dovemansoren. De operator van de weermachine heeft zelf een burn-out vermoed ik. En zijn concurrent schijt nog altijd op de grootste hoop. Daar regent het nu dus lekker en kunnen de bintjes aandikken. Dat wordt een ernstig probleem in onze contreien. Geen regen, geen dikke bintjes, geen ovenfrites, geen overdikke mensen. Godsamme nog an toe!
Als hotconclusie is het weer de stelling van Johan Cruyff die opgaat. ”Ieder nadeel hep ook so zijn eigen voordeel”. En mijn eigen coolconclusie is: ”Bier nooit koeler dan acht graden Celsius drinken!”

10-08-2003.
Het komt ongetwijfeld door de tropische hitte van de laatste tijd waardoor een mop tot een mob is vervormd. Iets dat volledig nutteloos is en uit Amerika komt is per definite een .. mob (ondaad dus, volgens deze auteur). Water naar de zee brengen, is typisch Dutch en dus geen nieuwe mob maar een ouderwetse mop. Eveneens uilen naar Athene brengen. De eerste echte mobber was ene zekere Bill. Hij liet zijn secretaresse onder het typen een zware bolknak pijpen en sprak de legendarische woorden, dat daar waar vlekken zijn het hooguit een mob kan zijn. Rare Jankezen, die Yankies, toch?
Ons land zou geen Nederland zijn als het niet meteen volgde. Gekheid gedijt hier nog altijd goed tot zeer goed. In het Friese Haulerwijk moeten de baptisten nu voor het zingen de kerk uit. Hun buurman heeft een geding tegen ze aangespannen. Ik ging vroeger ook vaak voor het zingen de kerk uit maar deed dat niet in de kerk. Daarvoor zou ik me geschaamd hebben. Ik had ook geen goede stem, daarom dus kan ik die buurman wel begrijpen. Als het in de kerk niet stemt kun je moeilijk de haan op de toren daarvan de schuld geven. Dus voor de hele kerk invalt, wegwezen!
Die buurman eist verder ook dat de ramen van de kerk ondoorzichtig gemaakt worden. Die buurman wil dus geen inzicht op het uitzicht van de kerkzangers. Godsamme nog an toe, wat een mob zeg.
Bij het vaticaan was dat nooit een probleem. Laat de kleintjes tot mij komen, werd vaak door gefrustreerde rokkendragers fout gepraktiseerd. Alle viezigheid, door zogenaamde geestelijken uitgespookt, moest echter op een eeuwig zwijgen kunnen rekenen. Deed iemand zijn mond open dan werd hij geëxcommuniceerd - moest hij na het zingen de kerk uit en mocht er dan nooit meer in. Dat was geen mob, dat was ordinaire wandaad.

09-08-2003
Ik heb het altijd wel iets gehad met stellingen. Daarom ben ik ook geen bouwvakker geworden. Ik zag het niet zitten om mijn hele leven lang op één stelling te staan. Eén stelling is allen maar geschikt als stelling als je iets voorstelt. Als je weinig hebt is je stelling waardeloos. De huichelende mens geeft nu eenmaal de machtigste het voordeel van het gelijk. In naam van het gestelde gelijk is veel macht verkwanseld tot bittere tegenstelling.
Ik werd ooit door een meisje voorgesteld aan haar vader. Zijn stelling was: ”Niet lullen maar daden”. Ik denk dat hij een hele goede stelling had. Volgend jaar zijn we 40 jaren getrouwd en dat is geen aanstellerij. Ik heb al een hele hoop stellen gekend die heel wat met elkaar te stellen hadden en nu geen stel meer zijn.
Van de meester op school moesten we tegenstellingen doen. Ik moest de tegenstelling van - inzicht - geven. Mijn stelling is - maak een tegenstelling niet extra moeilijk door ingewikkeld te doen - maar hou het gewoon uit gewikkeld. ”Uitzicht” dacht ik te kunnen antwoorden. ”Wat bedoel je dan met uitzicht?” wilde mijnheer weten. In die tijd zei je nog beleefd ”mijnheer”, ofschoon die mijnheer helemaal niet een heer was. Hij was gewoon ”Sjang van de Sjoester” en getrouwd met Ida. Ik dwaal weer veraf terug, merk ik. Fluks terug naar de tegenwwoordige tijd van het verleden dus. ”Als je uitzicht hebt”, meende ik ”Heb je ook inzicht. Maar dan van de ander kant.” Ik stelde voor om naar buiten te gaan. Als hij dan naar mij keek had hij uitzicht en ik inzicht. We konden ook de rollen omdraaien en werd de tegenstelling een gewone voorstelling, dacht ik. Hij dacht dat ik zaagsel in mijn kop had, en zei dat ook.
Zijn voorstelling van de inhoud van mijn schedelpan was dus in tegenstelling met de stelling dat ieder mens hersens heeft. Omdat hij echter iets voorstelde op basis van zijn tentoongestelde macht huichelde de hele klas met hem mee en lachte me danig uit.
Ik stel me sind toen mezelf maar voor me niet te veel voor te stellen van, voor of aan andere mensen. Voor je het jezelf goed voorgesteld heb zit je al in een rare voorstelling, uiteraard op de achterste rij. De voorstelling wordt dan tegengesteld en verandert in achterstelling.

07-08-2003.
Alles hep ook zo zijn eigen tegenstelling. Pak de momentele warmte. Ik hoef helemaal geen onkruid meer te wieden. Sterker nog, ik heb plots door het zonnetje zelfs geen, gazonnetje meer. Als het eerder wel eens heet was moest ik soms mijn gazonnetje sproeien in tegenstelling tot nu het verbrand is. Wat is dan de tegenstelling van een tegenstelling vraag ik me, hevig onder de pet transpirerend, op mijn verdwenen gazonnetje af? Dat moet dan een voorstelling zijn, weet ik want het tegengestelde van tegen is nog altijd voor, nietwaar? Welwaar! Want wie niet voor ons is, is achter ons zegt Sjors dubble Joe altijd en stelt dan voor ergens op de wereld een voorstelling te geven. Pas geleden hebben we nog de continued story in Irak gehad. Wij waren als goede Hollanders voor en tegen. Dat is op zich geen tegenstelling, dat is gewoon ons koldermodel. Als je een tegenstelling tegenstelt doe je dus een voorstelling. Dat hep ik hopenlijk effu duidelijk gemaakt. Om iets voor te stellen moet je ook iets hebben, anders stel je niks voor. Als het nog niet helemaal duidelijk is, geef ik even een praktijkvoorstelling.
Wij hadden onlangs een aantal ernstige problemen. Teveel kippen en de vogelpest, veel werklozen zonder betaald werk, te weinig asielzoekers voor de vele opvangcentra. Iemand, beslist een erg knappe kop, deed toen de tegengestelde voorstelling om kinderlijke asielzoekers, die absoluut niet mogen werken, onder het mom van F. Vogelpest, overigens voor een appel en een ei de kippen aan de kapstok te laten hangen. Tis waar, ik heb het met eigen ogen op de TV gezien. En alle officiele instanties deden gewoon werkeloos mee.
Dit is dus een stukje koldermodel van de bovenste legplank. Als onkruid gedijt het nergens zo goed als in de vaderlandse bureaucratische instellingen...
Jemig, het houdt maar niet op onder mijn pet. Wat is nu weer de tegenstelling van een instelling? Is dat niet de uitstalling? De poppenkast die er opgevoerd wordt als de tegenstelling uitkomt? De waarheidsvinding met als tegnstelling dat er nooit iets gedaan wordt met de conclusies die getrokken worden ..? Hoe trek je tegengestelde conclusies? Door voorgestelde problemen warm onder de pet te koesteren, slik .. ik ga koude pils op een warm terrasje slempen.

05-08-2003.
Als die hitte blijft geloof ik van zijn leven dagen niet dat het goed met ons blijft. De eerste verschijnselen van zonnesteek hebben zich al geopenbaard, meen ik te moeten vaststellen.
In de Duitse krant ”Bild” wordt bondskanselier Schröder opgeroepen eindelijk eens de mouwen op te stropen om het moffrikaanse vagevuur te blussen. Ik ken die goede mijnheer Schröder niet zo goed, heb er mijn aantekeningen op nageplozen maar kan niets vinden dat in het Duits nationaal belang vermeldenswaard is. Wel heeft die man een gezonde blik op nieuwe vrouwtjes. Maar dat had Bill ook en die kreeg daar grote hilariteit mee in de hele wereld.
Dat willen onze gewaardeerde oosterburen dus niet. Geen Amerikaanse Jankee jodel, maar Hollandse boter bij de vis. Ze eisen:
”Vrij van werk zo lang als de hitte duurt.”
”Frambozenijs op doktersrecept.”
”En het laatste maar zeker niet het geringste .. gratis bier. In jede Menge.”
Dat kun je als wantrouwige, op dit vroege uur van de dag nog nuchtere Hollander, op verschillende manieren uitleggen.
a) Of die jongens, in de korte vetleren broek, willen het in onbepaalde hoeveelheden. Dus gewoon zuipen tot je van de wereld valt. (Dat zou mijn voorkeur niet zijn, alhoewel ik vrees weer niet gevraagd te worden) of ..
b) Alle merken en soorten met elkaar gemengd. Eigenlijk een nieuw multiraciaal pilsje dus.
Dat zou mischien zo gek nog niet zijn. Dat zou wel eens geniaal kunnen worden. Flink de kelen smeren en dan samen Beethovens Achtste zingen: ”Alle Menschen werden Brüder”
Je vindt mij vanmiddag dus niet thuis. Ik zit in een Duitse Biergarten ...

04-08-2003.
Door die ovenhitte, of anders gezegd oververhitte temperaturen van een paar voorbije dagen loop ik doorlopend in de war. Punt aan de lat !
Was vroerger gewoon alles anders dan nu, nu is plots alles anders dan vroeger ?
Dan moet ik gaan ontkleden om van geschiedenis tegenwoordige tijd te maken. Als ik dus weer een korte broek aangetrokken heb zie ik dat ik in de tegenwoordige tijd spataders heb. Godju, dat was dus in de verleden tijd niet.
Het is simple comme bonjours, alles is niet meer gewoon maar anders dan het gewoonlijk vroeger was. Shit!
Vroeger, in die goede oude tijd waren de Hollanders de tranporteurs van de rest van de wereld. Ze sleepten met alles wat los en vast zat om er veel geld mee te verdienen. Ze sleepten bijvoorbeeld met groentes, die noemden ze toen specerijen want de bloemkool was nog niet uitgevonden en met knollen. Ik bedoel hier geen trekpaarden, maar gewone bloembollen. Nee, geen bloemkolen. Effu bij de les blijven.
Ook versleepten ze zwarte mensen, omdat die zich voor een paar witte kralen lieten paaien. Zwart was toen anders dan blank en kon zijn noodlot niet ontlopen.
Nu is het wat genuanceerder geworden. De Hollander, overwegend niet meer zo blank, zit wel nog altijd op zijn penningen en wil voor weinig geld veel krijgen zonder er veel voor te doen.
De Duitsers noemden dat een halve eeuw geleden het ”Witschafftswunder”. Murphy, dat was een somberende Amerikaan, die voorspelde al dat alles mis zou gaan wat mis kan gaan en onze Oosterburen stonden een paar jaar geleden dus bijna op bankroet.
Dolende Hollanders worden nu voor een appel en een ei door vreemde vogels als bloemkolen vervracht naar verre zogenaamde vakantie bestemmingen. Waarom laat een vrij mens zich als een slaaf vervoeren? vraag ik me zeer geraadseld af.
”Omdat het vroeger hier koud was en daar warm”, zegt mijn ingebouwde voorzegger mij voor, hoor ik.
Dus eigenlijk is alles hetzelfde als vroeger, schenk ik me nog maar een gerustellend ruisend pilsje in.
”Neen”, zeg die hatelijke ingeboude wijsneus weer: ”Vroeger was er geen ombudsman of consumentenbond om je vermeende klachten in klinkende munt om te zetten”.
Nu kun je verre reizen maken, een paar ontberingen tegenkomen en een aanzienlijke compensatie verwachten.
Stoere jongens, klagende knapen .. je vindt ze overal. Vroeger niet en nu overal!

03-08-2003.
Ik zeg niet dat het beter was, maar het was in ieder geval vroeger anders. Vroeger moest je de vakantie gokken op goed weer of heel ver naar het zuiden gaan. Als je van drie weken één week goed weer had was de vakantie geslaagd. Nu is het hier al een poosje bijna constant meer dan 25 graden. Om te overleven moet je nu richting poolcirkel op vakantie gaan of een pinquin kopen.
Godju, ... ja, een pinquin is een apparaat dat je hete huis afkoelt. Wij hebben er nog geen. Daarom slaap ik tegenwoordig als voormalige vrijgezel beneden op de bank, met de tuindeuren open en de honden hijgend naast mij.
Vroeger dronken wij, de oude knarren van nu, in de winter iets alcoholisch (meestal een Jonge) om op te warmen. Met mate en volgens een onbepaald schema, een voor een en niet tegelijk. Onbeperkt zuipen was toen nog niet normaal.
Tegenwoordig moet je op dringend advies op hete dagen een sloot pils drinken om niet te overhitten. Wie had dat ooit durven dromen? De vroegere mooiste zuipdromen zijn nu de dagelijkse nuchtere werkelijkheid.
Vroeger waren er maar weinig terrasjes. Drinken deed je niet zomaar gewoon op straat. Daarvoor ging je in de kroeg achter een gesloten deur. Tegnwoordig zijn er overal terrasjes. Maar ze zijn overbevolkt. Bemand cq bevrouwd met niet werkende dorstgenoten.
Drinken moet je nu dus uit plaatsgebrek, nog steeds achter een deur.
Nederland is een klein landje, waarvan de bevolking steeds verder uitdijt. Er passen dus steeds minder stoelen op een terras. Dat is een zware waarheid, realiseer ik me nu.
Zwaar weer, zware jongens, de ware waarheid is dat alles beter kan. Zowel toen als nu. Dus eigenlijk is niks veranderd

01-08-2003.
In Amerika wonen veel knappe (kale) koppen. Uiteraard doen die heel knap American brainswork. Dat betekent dat zij dingen uitzoeken waar geen ander mens iets aan heeft. Omdat onze Nederlandse kranten, wegens gebrek aan inzicht ook het onderscheid tussen waan en fixie kwijt zijn, drukken zij regelmatig van die Amerikaanse onzinproza af.
Amerikanen zoeken overal onder en achter, spionneren in licht en donker, hebben voor iedere buitenlandse oplossing een passend binnenlands probleem en vinden zichzelf heel goed bezig. In Irak waren ze ook goed bezig maar daar vonden ze niks. De uitzondering van fellow Murphy, weet je wel?
Godju, een knappe Amerikaan heeft dus 40 jaren Playboy's onderzocht. Eigenlijk is dat zeer verwarrend want in dat naslagwerk gaat het alleen om blote namaak feiten. Moet je effu voorstellen, 40 jaren met een natte vinger en gekromde duim ezelsoren van plee-bunnies gladstrijken. En wat denkt je wat hij vastgesteld heeft?
”Een recessie werkt in het voordeel van de beter gevulde dames!” Tijdens vette jaren krijgen de annorexanten de heetste aandacht. Volgens mij is die Jan-Kees nog nooit in zijn eigen country in the own street geweest. Hooguit tot in zijn backyard gekomen.
Holy heaven, ik ben er wel eens geweest. Had nog nergens zo veel enorm dikke vrouwen gezien als daar. Eén vrouw die op twee stoelen tegelijk moet zitten, is daar geen uitzondering. En dat was dus ook nog in de tijd dat de Amerikaanse trees tot in de Amerikaanse hemel groeiden.
Ik moest ooit tijdens mijn dramatische studies iets met statistiek doen. Ik vergeleek het aantal broedende ooievaars in Noord-Duitsland met het aantal geboren mensenbabies in die streek. Als je naar een Duitse bibliotheek gaat, kan dat heel makkelijk. Die informatie heb je snel te pakken. Na enig vergelijk was het voor mij duidelijk. Ik durfde heel voorzichtig op te merken dat de ooievaar misschien toch wel iets te maken had met kindertjes krijgen cq brengen.
Onze leraar economie was ernstig in mij teleurgesteld. Vond mij zelfs een enorme droogkloot. Je mag alleen maar relevante zaken met elkaar vergelijken, wees hij mij in streng Duits terecht.
Hij wist toen nog niet dat die Sjors bubble Joe opperhoofd in God's own country zou worden. Zucht .. ik ben miskend.
terug naar Tikkies
terug naar Tikkies