Tikkies, mei 2004



31-05-2004
Ik ben niet zo'n Oranjefan. Als je carnaval wil vieren moet je dat in de juiste periode, met de juiste mensen, met de juiste instelling doen. Als ik naar een Oranjewedstrijd kijk heb ik altijd het idee dat het met carnaval weinig te maken heeft. De enigste overeenkomst is dat de draak met de Hollandse nuchterheid gestoken wordt, maw het heeft weinig met voetballen te maken. Verder opvallend punt is dat iedereen er verstand van heeft en specialist is.
Van Gaal en van Breukelen werkten samen erg kreupel in hun kletspartijtje na de wedstrijd. Van Breukelen mag van mij best wat zeggen, die heeft ooit heel wat gepresteerd. Van Gaal vindt dat hij ooit veel gepresteerd heeft en moet dus eigenlijk zijn mond houden. Dat is een gebrek van veel zelfvinders. Zelfvinders vinden van zich zelf iets want anderen nooit zelf zullen vinden en fluimen als ze hun mond opendoen.
Ik houd ook niet van patsers. Dat is een zoogdiersoort herkenbaar aan zijn vette, ongewassen nek die bij gebrek aan conditie, heel snel overmatig gaat zweten. Als je dat weet probeer je vochtverlies te voorkomen. Ze weten het niet want ze spuwen als een kameel in het rond. Per mislukte voorzet een dikke fluim als geïrreteerde nazet. Homo sapiens, de blazende gifspuwer?
Onbegrijpelijk is als ik hoor dat we na een verloren wedstrijd toch goed gespeeld hebben, veldoverwicht hadden, tactisch inzicht, de beste kansen creëerden, het spel gemaakt hebben en toch door een soort natuurverschijnsel de overwinning ontglipt is. Dat verkondigt de nar tijdens het carnaval zelfs niet. Die houdt de gemeenschap een spiegel voor.
Godju, nu twijfel ik toch. Zou het Nederlands elftal een afspiegeling van onze nationale maatschappij zijn? Dan spelen we waardeloze normwedstrijden tegen ons zelf!

28-05-2004
Eigenlijk gebeurt er niet veel opzienbarends in ons dorpje. We keutelen gewoon maar wat voort in ons eigen ritme van de kouwe, ouwe dag. Dat er pas geleden een hoogspanningsmast omviel, na jah. Hij stond er ook al lang. Dat de dijk van het Julianakanaal op een haartje na verdwenen was, na jah. Die ligt er ook al lang. Daar gaat een Steindenaar niet meer voor naar een evacuatielokaal. Dat de burgemeester de ketting aan Maarten geeft, zodra die langskomt, na jah. Als de nieuwe maar genoeg inleving heeft om zich hier snel thuis te voelen dus ...
Echter bij de kerk, met zijn afgebrande toren, daar moet je zijn. Daar brandt de lamp. Daar wordt bijna iedere dag een slagroomvlaai verdeeld onder de werkers van de vernieuwing. Want dat er een nieuwe toren komt is zo zeker als dat water bergaf loopt dus ...
Ik hou niet zo van vlaai, voor je het weet heb je een dikke pens en zeggen kwaadsprekers dat het van de pils komt. Ik houd meer van gekoeld gerstenat en omdat ik het zekere voor het onzekere neem, op ene mooie dag zal Juul beslist een kratje pils laten aanrukken, ga ik iedere dag eventjes buurten en de gang van zaken met andere dorstige kelen becommentariëren. Commentaar leveren kost niks en pils is duur, dus ...
We zaten met een paar specialisten bijelkaar en omdat er niks over het kerkje te roddelen viel, beperkten we ons maar tot de gewone dingen van de dag.
”Godju,” zei de een, ”Ben ik gisteren met mijn kleinzoon in een oud fotoalbum aan het kijken en vraagtie me wie die mooie slanke meid is die naast me staat.” Ik zeg heel trots: ”Dat is je Oma! En weet je wat die snaak toen vraagt? Wie is dan die dikke die nu bij jou in huis loopt?”
”Och” zegt de ander. ”Mijn vrouw is gisteren acuut flauw gevallen toen ze in het dagboek van ons kleinkind las.”
De geesten van bello en bella zijn schijnbaar nog in de buurt van ons kerkje aanwezig.

26-05-2004
Zelfs een ouwe vent als ik is schijnbaar nog niet oud genoeg om veel te weten. In de hoop nog wat scharreltjes te vinden voor mijn roddelrubriek scharrelde ik gisteren wat rond rondom de afgebrande toren van de kerk. Met een kraan werden de klokken uit te toren gehesen. Eigenlijk een klusje van niks maar omdat de plaatselijke TV nog op moest komen dagen om dit historische moment op te nemen als avondvulling tussen de regionale reclame, had ik alle tijd om een paar ongeduldige schietgebedjes te prevelen.
Een stemmige omgeving brengt mij altijd in een stemmige stemming, waar het ook moge zijn. Ik sprak in de verveling ook nog even een oude, eveneens gepensioneerde, projectleider die nu hier wat bijklust als projectlijder. Ik denk dat hij vroeger misdienaar is geweest want hij wist alles over klokken, hoorde ik hem tegen de mevrouw van de microfoon uitleggen. Vroeger verdacht ik hem er soms van dat hij wel de klok had horen luiden, maar de klepel met opzet vergeten had. Nu werden onder zijn bezielend betoog de klepels uit de klokken verwijderd, toen ze eindelijk beneden waren.
Op alle klokken stond de moeilijke bronzen tekst: ”abut in bello 1943”. Godmagmemakrele maar hij wist wat het betekende. De stoute moffen hadden ... in oorlog 1943 de klokken gejat om er de Russen de blijde boodschap mee te brengen. En laat ik nou altijd gedacht hebben dat Bello de naam van een paard of een hond was.
En laat ik nou (op rijpe leeftijd) ook snappen waarom sommige vrouwen ”Bella” heten.

25-05-2004
Als ik eens zou mogen zeggen wat ik vind, zou ik zeggen dat ik Sjors dubbel Joe een viervoudige sukkel vind. Eerst sukkelt die met een zak flauwe zoutjes van de bank in de katzwijm, daarna kukelt hij met zijn step van de stoep en nu lees ik dat hij met zijn mountainbike geslipt is in de mud van zijn ranch. Dat zijn nog zijn minst foute struikelingen.
Het ergste is dat door zijn gestuntel in de woestijn, veel mensen hun geloof in de zogenaamde vrije democratie verloren hebben. De geschiedenis begint zich erg verdacht te herhalen. Zoals ongeveer 70 jaren geleden, staat het recht weer aan de kant van de sterkste. Geldt schijnbaar weer de leus: ”Willst du nicht mein Bruder sein, so schlag ich dir den Schädel ein.” Alleen nu in het Engels maar is de strekking gelijk. Vrijheid brengen schijnt heel moeilijk te zijn met een stelletje rovers onder vele goedwillende dienstwilligen.
Als we het toch over rovers hebben. Mijn Ambrasvriend Wim had een blauwe brief van een bekend maar ook zeer onbemind inlands ministerie gekregen. Verontwaardigd belde hij aan bij de ontvangst en vroeg op hoge toon naar de ”Ali Baba”, die hem dat geflikt had.
”Hier werkt geen Ali Baba”, bitste de ontvangstdame terug.
”Geef me dan maar een ander van de veertig rovers”, eiste Wim ...
Ik heb niet doorgevraagd hoe het afgelopen was, maar ik vond wel dat Wim gisteren - zoals overigens meestal het geval is - een voorliefde had om de zachte noten laag bij de grond te kraken.

23-05-2004
Het probleem dat ik onder andere heb is, dat ik vind dat ik er iets van moet vinden als ik iets vind. Zalm heeft dat ook. In plaats van dat hij kuit schiet als hij weer een gat vindt, vindt hij dat hij dan nog krenteriger moet gaan doen als hij al deed. Dan schiet je geen fluit met kuitschieten op, vind ik dan weer. In tegenstelling tot Zalm lach ik nooit als ik een bok schiet. Ik ben namelijk tegen de jacht op groot kapitaal. Een paar jaren geleden zag ik Zalm lachend een haring doorslikken. Daarmee doe je je naam geen eer aan vond ik toen al, maar ik heb de eer aan mezelf gehouden en er niks hardop van gevonden.
Echter, zijn Duitse collega die vertaald ”Eikel” heet, die doet dat wel. Die heeft zo'n groot gat in zijn hand dat de Duitse staatskas een echt Euroogate geworden is. Omdat de Duitsers een stuk beleefder zijn dan wij, geven ze hem daar niet de schuld van maar hun ”Bondskanselier”. Die wordt nu al uit volle mond geroemd als ”der Herr der Löcher”. Iedereen weet immers dat de Duitsers het graag in het groot doen. De heer Schröder is zelfs toonaangevend en al met zijn vierde vrouw getrouwd. In de Duitse Bondsdag meldt hij altijd heel trots: ”Meine liebe Genosssen ...!” In het roddelcircuit wordt bovendien beweerd, omdat hij toch vrij klein van stuk is, dat hij slechts toespraken houdt als hij op een kistje kan staan. Sonst vindt hij niet de juiste toon.
Dat kun je van onze Jan Potter helemaal niet vinden, vind ik. Als die zijn zegje niet weet, laat hij zich voorzeggen. Dat wil zeggen, hij zegt gewoon ene Jan Hein na. Die is in het kader van de nieuwe waarden en normen, een soort waarzegger. Die vindt het niks erg om gewoon wat in de ruimte rond te bazuinen, het klinkt immers erg deftig - het weinige dat hij met veel woorden zegt. Eigenlijk eikelt hij, vind ik dan weer zonder eigenlijk wat gevonden te hebben.
Bij de Duitsers is het vinden ook weer beter geregeld. Als je daar iets vind heb je recht op een vindersloon. Vinders is dus een van oorsprong Duitse naam, heb ik daarop gevonden. ”Godju”, sorry, maar nu weet ik ook waarom ze in ons land geen vindersloon betalen. Niemand hier verliest iets dat de moeite waard is!
In het hele land kom je geen enkel mens tegen die ”Verliezer” heet. In het telefoon boek staan de meest exotische namen, bijna allemaal zoekers die al iets gevonden hebben, maar geen Hollander die iets verloren heeft.

21-05-2004
Ik durf het best te bekennen.
Ik heb nog nooit iets belangrijks gevonden.
Als ik al ooit per ongeluk over iets struikelde was het altijd een niemandalletje, een flutstukje, de praat niet waard.
Ik durf dus niet hardop te zeggen wat ik nu vind, daarom schrijf ik het maar op.
”Ik vind namelijk dat koeien op mensen lijken!” Punt aan de lat !
Nogal wiedes, zul jij nu vinden, koeien geven ook melk. Dat vind ik nu net niet. Ik prijs me gelukkig dat ik geen koe eet!
Als je van een koe eet, eet je altijd van een Klaartje, een Gijsje, een Annemie .. . Maar het is altijd een stierentrouwboekje dat leeg raakt.
Dan vind ik dat je een kannibaal ben. Als je persé een mals stukje vlees moet hebben, vind dan wat regenwormen. Maar daar vind je natuurlijk niks aan.
Mijn vinding kwam vandaag omdat ik ging fietsen. Op een dag als vandaag is hier in de contreien van alles te doen. Popfestivals met echte petpop, rommelmarkten zonder echte rommel en communiefeesten met toebehoren. Bovendien wordt ook nog het gat van Stein gedicht en staat de kerk zonder toren te koekeloeren. Genoeg om alles van dichtbij te bekijken om er iets van te vinden.
Op die fietstocht kwamen we langs een zelfkazende boer, die naast eigen kaas op de Maasdijk ook nog pils op zijn erf verkocht. Dan knijp ik sofort in de remmen, want niks doet zo zeer als zadelpijn en met een paar pilsjes verleg je de pijngrens. Ik vind, dat die voor mij zeer hoog mag liggen.
Mijn geleste kijkersblik viel plots op een stelletje broodmagere koeien in een overigens overdadig weiland, vol met heerlijk groen gras en andere voor koeien makkelijk te vinden snuisterijen.
”Wat moest ik daar nou van vinden?”
Het makkelijkste los je een probleem op door het bij een ander neer te leggen. In dit geval de boer.
”Ik heb met de Pasen de stier naar de slager gebracht”, zei hij. ”De koeien vreten sinds die tijd geen gras meer, maar alleen nog vergeetmijnietjes. Ik weet echt niet wat ik er van vinden moet.”
Als je nu vindt wat ik vind, weet je ook wat de boer moet vinden.

18-05-2004
Godju! Neem me niet kwalijk dat ik het weer zeg, maar ik doe het uit gemeende bewondering en niet zoals anderen ... uit gemene afgunst. Ons Stein, eigenlijk het balkon van Europa door de linkse afwijking van de Maas, staat weer midden in de belangstelling. Krant en TV rennen zich de zolen onder de schoenen uit om een stukje gloednieuwe verslaggeving van de Steinse Torenbrand te doen. Heet van de camera krijgen we op deze zonnige dagen het laatste hotnews voorgeschoteld. Alleen de uitheemse schotelbezitters, die hun blik op het Zuiden gericht houden, blijven verstoken van ons manmoedig gedragen leed, de van boven gapende en van onderen gesloten Martinuskerk.
Omdat mijn grote hond niet meer zo ver loopt, liep ik met hem kort over het weitje langs de kerk. Aangrenzend ligt het kerkplein. Daar was me toch een bedrijvigheid, zeg! Ik dacht eerst aan een pasar malem, maar dat kan niet op maandag. Mijn tweede gedachte was de sabbath, maar daarvoor moet het vrijdag zijn en dat heet hier weer ”happy hour”. Toen wist ik het. Het is de rommelmarkt, die ze aan het opbouwen zijn! Dan moet je vlug zijn, de beste koopjes vind je aan het begin. Ik maande mijn grote hond met hoge nood aan tot grote spoed, desnoods afknijpen die hap.
Tussen de kramen, die keten bleken te zijn, stond een grote stalen kooi. Twee stoere kerels, met ferme buiken, waren er net ingekropen en met grote leren riemen vastgesnoerd. Een moment schrik je dan, je denkt dat er iets ergs gebeurd is. Dwangbuisneurose noem ik dat dan. Ik lig niet graag aan de riem. Nog veel erger was dat die kooi in een grote haak aan een dikke kabel hing. Tot overmaat van schrik kende ik die stoere binken. Het was onze zeer eerwaarde bisschop ”Frans” en de voorzitter van het kerkbestuur ”Juul”. Alles wees erop dat beide heren op het punt stonden verbannen te worden. Waarheen was me echter nog een raadsel.
Aan de zenuwachtige projectleiders en de projectmatige zenuwleiders, die ik ook al herkend had, maakte ik op dat er een spoedklus op het punt van uitvoering stond. En jawel hoor! Onder een gespannen stilte, alleen het dreunende geronk van de kraan verstomde de lucht, werd de kabel van de kooi aangespannen en kreeg het duo ”take off”, richting heaven.
Dan ben ik toch zo trots, als pas aangekomen Steindenaar! Twee Zuid-Limburgse jongens, beide goed van de tongriem gesneden, zwaaien ten bate van het goede doel hun met beste beentjes door de lucht en gunnen ons een riante uitzicht over de mooie Steinse omgeving met de ruime bocht der Maas.
En wat erger ik me vandaag weer over onze Jan Potter. Die verleende weer meteen een lintje aan een andere Hollandse hemelbestormer, de astronaut André Kuipers. De Rijksvoorlichtingsdienst meldde dat de astronaut vanochtend op Paleis Huis ten Bosch een bezoek brengt aan koningin Beatrix en prins Willem-Alexander. Die man heeft toch eigenlijk niks bijzonder gepresteerd. Die is in een soort gesloten limousine door de lucht gezeild.
Ik hoop dat onze Steinder luchtvaarders te zijner tijd royaal onthaald en geridderd zullen worden in ”de Orde van de Steinder Bök” in onze tempelkroeg van Jan de Put. Dan zullen wij voor onze Frans het ”Am Arsch der Welt” blazen zo himmelhoch, dat hij het de verdere rest van zijn leven niet meer vergeten zal. Dat is voor zijn afwisseling eens van een heel andere notenbalk dan het klagende ”Kyrië Eleison”.

16-05-2004
De afgelopen week was er eentje met veel geluk. Het grootste geluk, bijna een godsgeschenk zou je zeggen, was dat er nog mensen naar de kroeg gaan terwijl dat bijna onbetaalbaar is geworden. De meeste calculerende mensen zetten altijd de voors en de tegens tegen elkaar op en besluiten dan of ze uitgaan om ergens bij elkaar te komen. Als je vindt dat dit raar leest, dan moet je er mij niet op aanschrijven, ik schrijf slechts op wat ik zie.
In dit geval, dat ik op wil schrijven, heb ik echter niks gezien. Ik lag in bed en heb slechts de sirenes horen gillen terwijl ik sliep. Daarom dacht ik dat ik droomde en daardoor weer veel gemist in tegenstelling tot die mensen die niet op hun oor lagen. Die kwamen namelijk de kroeg uit en zagen dat de toren van de kerk in de hens stond.
Je durft het bijna niet hardop te schrijven maar het is weer het ouwe liedje. Onze Vader die normaal in de hemel zijt, was waarschijnlijk zelf ook nog in de kroeg en lette niet op zijn winkel. De beminde parochinanen zitten nu met de zwart gebakken balken op het kerkhof.
”Wie zal dat allemaal betalen?” is de nieuwe smeekbede van de pastoor.
”Wij allen tesamen”, kan hij vergeten want wij moeten naar de kroeg om op te letten als er weer iets mis gaat en je kunt een Euro ook maar een keer uitgeven. Dat is een groot ongeluk.
Het frappanste is dat ongeveer tegelijkertijd het Catshuis van onze Jan Potter afbrandde. En die lette toevallig ook niet op zijn winkel want hij was ergens in den vreemde om meer bekendheid te vergaren. In het Catshuis zijn de rapen wel erg aangebrand. Dat pandje is namelijk niet verzekerd. Hoeft ook niet want Jan Potter heeft niet de ongelukkkige zorgen van onze pastoor. Lucky Jan Potter legt de rekening van 16 miljoen gewoon bij Jan Alleman op tafel.
Of dat dan moet kunnen in het kader van de nieuwe waarden en normen? Zonder dat ik iets overheb zal ik het er toch in de kroeg over hebben!

14-05-2004
Ik heb weinig vrienden! Waarschijnlijk omdat ik niet vriendelijk ben en tegen vrienden moet je altijd vriendelijk doen. Ook als je daarvoor geen tijd hebt. Andersom moet je wel vriendelijk voor je vrienden blijven als zij geen tijd voor jou hebben. Dan is een vriend voor mij geen vriend meer, maar een soort ... pak hem beet ... echtgenote. En met echtgenotes moet je weer goeie afspraken maken om vriendjes te blijven. Zucht ... wat een man toch allemaal kan overkomen!
Omdat ik ook weet dat iedereen over het toeval kan struikelen (dus waarom ik niet?), ga ik vaker een blokje om. Het toeval help je echt niet als je thuis geraniums stekt, zeg ik bij gebrek aan een vriend altijd vriendelijk tegen mezelf. Precies op de helft van het blokje om, ligt mijn stamcafé. Het geeft dus niet of ik links- of rechtsom van huis ga. Ik kom er altijd langs en als je tenminste nog een beetje vriendelijk voor jezelf bent, ga je ook naar binnen. Ik heb meestal geluk, bij het helpen van het toeval. Er staat of zit bijna altijd iemand op me te wachten die niks van me nodig heeft. Integendeel, ik kan zo dorstig kijken dat ik er eentje van hem krijg. Kijk, dan leer je je echte vrienden kennen.
De man die ik aantrof verkeerde in gelukkige omstandigheden. Hij gaf zelfs een tweede en een derde en wilde niks terug. Bijna tot tuitens toe geroerd vroeg ik hem wat hem in mijn stam stamineeke gedreven had.
”Mijn vrouw”, zei jij. ”Zij ondergaat op dit moment een facelift. Ik laat haar velletje helemaal opnieuw spannen.” ”Godju”, viel ik in dezelfde herhaling van gisteren. ”Dan kom jij minstens een schuit duiten aan het schuiven.” Een moment dacht ik dat hij toch geen vriend zou zijn en dat ik aan het einde van zijn gelach mijn gelag zelf zou moeten betalen.
”Ik hepput er graag voor over zei de man, want tegelijk wordt ze ook van haar stembanden verlost.”
Ik lig nu met een toevallige keelpijn en kan moeilijk slikken. Ga morgen toch eens informeren of de spoelbak wel helemaal kosjer is.

13-05-2004
”Filosofisch werken is het oudste denkpatroon van de wereld”, prevelde de man mij voor. ”In het begin was er wel veel, maar de mensheid wist van niks. Wist zelfs niet of ze er al echt was. Moet je nu komen”, hoonde de man. ”Alles staat op internet. Je Googled waar wat en het flikkert op je scherm. Het vak is helemaal naar de kloten gegaan. Vroeger was een filosoof iemand die iets van veel wist, waar verder niemand iets van wist. Tegenwoordig heb je specialisten, die alles van niks weten en iedereen is specialist. Goeie raad krijg je zelfs dagelijks gratis.”
”Maarru ... hoe dachten ze dan eigenlijk vroeger”, wilde ik weten. Het moet toch ergens vandaan komen, nietwaar? Als het niet in de boeken staat, als niemand zelfs kan lezen, hoe weet je dan dat iets is zoals het is?”
”Vroeger waren de mensen erg leergierig”, zei de man. ”Ze zochten overal iets achter. Achter een dikke kei ...
”Hebbu ze daar ook wat gevonden?” Ik kon mijn eigen nieuwsgierigheid amper bedwingen.
”Wormen”, zei de man. ”Ze maakten een dikke kei of een grote boom tot opperwezen, want ze dachten dat er ergens eentje was die aan de touwtjes trok. Overal zochten ze hem en nergens vonden ze hem, en toch moest hij er zijn. Daarom hebben ze toen de hemel bedacht. Waren ze van een hoop denkellende af en toen dat idee aansloeg hebben ze de zetbaas - Onze Lieve Heer - genoemd. De omschrijving van zijn profielschets noemden ze het - Onze Vader!”
Ik slikte een brok weg en kon alleen maar weer ”Godju” herhalen want de man was nu echt op dreef gekomen.
”Ja Godju” zeidie, ”je zegt het goed. Vroeger kon je zeggen - Onze vader die in de hemel zijt - maar als je tegenwoordig de krant leest” en hij sloeg een vlieg krantplat in de asbak, ”Dan zou je denken - Ach Vader lief, toe drink niet meer ...”
De kastelein bracht me een vers, koel getapt Alfaatje. Ik vatte haar beet en tegelijk de koe bij de horens. ”Mijnheer de Onze Lieve Heer, drink je er eentje van mij”, vroeg ik beleefd.
”Das goed”, zei hij genadig, ”breng mij dan maar een pul van een halve liter”.
Godju, ik zit misschien wel met Bachus aan de tafel, flitste het door mijn kop. Dat geloven ze me thuis nooit.
Ik heb dus thuis maar gedaan als Hannus de gek en ... dat was filosofisch helemaal niet zo moeilijk.

12-05-2004
Mijn boxer wordt langzaam een dagje ouder en loopt over langere stukken langer omdat hij op het laatste stuk een heel stuk langzamer wordt. Dat is allemaal erg logisch en omdat ik van logische zaken hou vind ik dat niet erg, vooral niet als we op het langste stuk ook nog een lekker stuk tegenkomen. Afhankelijk van de begeleiding van het stuk slaan we soms zelfs twee stukken in een klap, hij kan lekker snuiven en ik kan mijn ogen de kost geven. Kijken mag nog altijd in dit land en snuiven wordt binnenkort ook gelegaliseerd. Nieuwe waarden en normen, nietwaar? Welwaar! Een norm is een nieuwe norm als hij als gezegde bij de LPF gejat is, bij het CDA onderwerp van gekak en lijdend voorwerp volgens de SP.
Ik dwaal vaak erg af en zodoende kwam ik op weg terug naar huis bij mijn stamcafé langs. Om strategische reden ligt mijn stamkroeg maar honderd meter bij ons vandaan. Bij bijzonder zwaar weer kan ik zelfs ruggelings, watertrappend weer thuis komen, als daar de nood aan de man is. Als bgm (bijzonder goed mens) let ik erg op het wel en wee van mijn boxer en zag aan de lengte van zijn tong dat hij erg dorstig was. Dan vraag ik altijd (voor we thuis zijn) een bak vers getapt water en een pilsje voor mij. Ik ben ook maar een eenvoudig mens, vlug tevreden en kiepte mijn glaasje leeg. Het eerste smaakt nooit, moet je mond spoelen en keel ontsmetten.
Terwijl ik met mijn ogen naar het tweede (temperatuur stabiliserende) uitkeek, viel mijn blik op de man in de hoek. Die hield een krant op zijn kop voor zijn gezicht. Omdat de zon niet in zijn gezicht scheen en er op dat moment ook geen andere verblindende verlichting onstoken was, het zicht was immers meer dan tien meter, zat ik met een probleem want mijn grootste ondeugd is ... nieuwsgierigheid. Ik ben als ouwe vent ook een oud wijf maar omdat ik veel drink kan ik het tegen elkaar afschrappen en blijf ik jong, als een nieuwsgierig kind. Gratis tip van vandaag! Try it.
Ik schoof bij de man aan en vroeg of hij mischien een speciale bril had om kranten te lezen. De man legde de krant neer, schoof zijn bril op en zei duidelijk: ”Nee! Als je de krant moet geloven, staat de wereld op zijn kop en daarom lees ik de krant op de kop, dan blijft mijn wereld recht op zijn benen.”
Ik was met stomheid geslagen en zei ”Godju!” en vroeg om bedenktijd te krijgen aan de kastelein of hij de glazen wel goed gespoeld had. Die was helemaal niet zeker van zijn waterbak, hield een paar glazen tegen het darklight en spoelde ze opnieuw, zag ik in het UV van de jukebox. Ik leverde fluks mijn lege tweede in en meldde dat er een rotlucht aan zat.
”Ik ben filosoof”, zei de man. ”Hik”, kon ik slechts als kort antwoord geven en ... als je ook lang jong wilt blijven zul je morgen hier terug moeten komen. Voor vandaag ben ik aan mijn emotionele einde gekomen.

10-05-2004
Ik heb vertoornd ons tuinhuisje binnenste buiten gekeerd en de stapel kachelhout ontstapeld. Als ik had gevonden wat ik zocht had ik vanavond de kachel aangemaakt met een zelf gebroken ... klomp. Godju, het is bij de wilde spinnen af. De PvdA, dat is in mijn beleving een club van kwezels die iets met vuur en zwaard bestrijden tot ze het zelf bereikt hebben, heeft een nieuw beginselprogramma. Zes kantjes proza, net genoeg om de kachel aan te maken, te weinig om hem tien minuten brandend te houden.
In hun nieuwe leer wordt nu verkondigd dat iedereen recht heeft op ”Een fatsoenlijk bestaan”. Welke partij onderschrijft dat niet? En dan te bedenken dat voorganger Kok in acht jaren bewind zich veel moeite gedaan heeft om van veel fatsoenlijk bestaan een heel onfatsoenlijke samenleving te creeren. Als je een schrijnend voorbeeld wilt zien, ga eens een dagje in een verzorgingstehuis bij dementerende oudjes de handen uit de mouwen steken.
De rooie boodschap van Kok was dat iedereen er beter van zou worden, zolang hij geen hulp van anderen nodig had. Daar zit geen adertje socialisme in, evenmin als christelijkheid staat voor de C in het CDA. Machtsblokken gaat het niet om primair welzijn maar om primitieve macht. Zodra de gedelegeerde macht aan de kiezer is ontfutseld snijdt het mes ook aan de ander kant om die kiezer het mes op de keel te zetten.
Als ik dus vandaag mijn klomp gevonden had ... had de rooie haan in onze tuinkachel zijn kraaienmars gekukeld.

09-05-2004
Wij, inmiddels afgedankte oudgedienden, moesten vroeger als onnozele kereltjes in dienst. Den Vaderland getrouwen zouden wij de Russen, onze naaste aartsvijanden, wel tzt mores leren. Daartoe moest we wel enige kennis vergaren. Om die kennis op te doen werden we als fillers ”aan het einde van de wereld, voor eeuwig en drie dagen” opgeborgen.
In die eeuwigheid werden we regelmatig uitgescholden voor ”Hondendinges” als de schoenen niet glimmend gepoets waren, de strozak er ondanks kartonnen vulling niet vierkant genoeg bij lag. Eigenlijk is er weinig nieuws in de wereld, wat wij oefenden voor het geval het echt menens werd, doen de Yankezen nu gemeen echt, laten een gevangene liefdevol uit aan de lijn.
Hoe kom je op zo'n rare vergelijkingen? Gewoon op koninginnedag, na de jaarlijkse prijsuitreiking, bij het gemeentehuis op een bankje gaan zitten. Menige oudgediende komt daar zijn laatste zegje doen. We herkennen ons aan onze ouwe stompenhouding, ons hoef je niks meer op te mouw te spelden. We zijn niet meer gevoelig voor medailles of strepen. Ons wapen is de spitse humor. Wij hebben de hele wereld afgestroopt in naam van de nu zo bezoedelde vrijheid.
Weet bijna zeker dat dit alles weer passend gemaakt wordt in de nieuwe waarden en normen van onze op blind bestek varende roerganger, de heer JP Potter. Voor mij hoeft hij geen uilen naar Athene te brengen. Als hij een vent was, zoals wij zouden willen, zou hij nu bij zijn vriend - Sjors dubbel Joe - met de vuist op tafel slaan.
Ons bijgebracht ”Geef Acht!” is anders gedegradeerd tot ”Enne datte we toffe jongus zijn ... dattu wille we weettu ..”

07-05-2004
Weliswaar ben ik al oud, maar schijnbaar nog niet te oud om veel te leren. Het meeste leert een mens als hij jong is, zegt men. Gegeven het feit dat ik nu nog veel leren moet, neem ik aan dat ik jong oud of oud jong ben. En omdat ik nog veel leren moet kan ik nu niet uitleggen wat het verschil tussen het een of het ander is. Volgens mijn vermoedelijke eigen ik, die ik overigens vermoedelijk van mijn vader heb, ben ik beiden. Van mijn moeder kan ik me namelijk maar weinig herinneren, zij stierf erg jong en dan ben je als jong vroeg oud.
Maar goed ik liep dus met mijn boxer vroeg langs de Maas. Is ook eigenlijk niet belangrijk. In de Maas staat zo weinig water dat statig zeewaarts vloeit, dat het geen moer uitmaakt of je er vroeg langs of er laat door loopt. Wist je overigens dat Maaswater eigenlijk helemaal geen Maaswater is? Ik wil dat wel effe uitleggen. Een groot chemisch bedrijf hier neemt ontzettend veel kanaalwater in als bedrijfswater. Via heel ingewikkelde processen maken ze dat eerst heel vuil en vervolgens weer schoon, zeggen ze. Dat opgeschoonde kanaalwater laten ze dan in de Maas lopen.
Je bent nooit te oud om wat op te steken, dus zitten een aantal vissertjes op een stekkie langs de Maas en luisteren of ze de Maas ”hueurre rroesjche”. Wat dat is kan ik ook nog niet uitleggen, maar dat heeft met mijn gehoor te maken. Diverse Maasbendsje klanken moet ik nog leren thuis te brengen en daarom loop ik dus regelmatig met mijn boxer langs de Maas. Weet ik de weg terug niet meer dan ruikt hij waar we vandaan komen. Tenminste als de wind van DSM afwaarts waait. Je moet het allemaal toch maar geleerd hebben.
Ik bleef beleefd achter een eenzaam vissertje staan. Vroeg me af of hij misschien bevroren was, hij verroerde namelijk geen vin. Misschien wel een diepvries vissertje, peinsde ik. Dat zijn vissers, heb ik gehoord, die met vriesweer diep vissen. Dat is weer heel logisch want de bovenkant van het water is dan bevroren en daar schaatst geen vis.
Het vissertje dat ik gadesloeg was echter geen echte visser want plots kwam hij uit zijn verstijving, greep een handvol rotzooi uit een emmer en wierp een soort dieptebom tussen de ondiepe Maasstenen. Die man was ongetwijfeld van de dierenbescherming en joeg een eventuele vis die tegen zijn haak zou zwemmen weg.
Ik probeerde wat zekerheid in al die onzekerheden te brengen en vroeg beleefd: ”Mijnheer, bijten de vissen ook?” Hij keek met geruststellend aan: ”Welnee jong, je kunt ze rustig aaien!”
Of je het gelooft of niet, ik ben van voor de helft van de vorige eeuw, maar dit had ik niet geweten. Godsalmemakrele!

03-05-2004
Als ik alles moet geloven wat mij wil doen geloven zou ik me nu een grote bofkont moeten voelen. En dat is nou net mijn sterkste punt niet. Ik voel me zelden een bofkont, daarom ben ik ook al lang geleden gestopt met roken. Te vaak rookte ik dikke sigaren uit de eigen doos en daar werd ik echt niet vrolijk van. Argwanend als ik geworden ben vermoed ik dat er weer een aantal zware sigaren in den aantocht zijn.
Op de dag dat de koningin niet jarig was, maar toch haar verjaardag vierde was nog niks aan de hand. Geen echte Hollander werkt dan, houdt zich veelal bezig met de tradities en cultuur van ons kleine land en probeert op een rommelmarkt van zijn oude troep en rotzooi af te komen. Wat hij niet aan de man, c.q. vrouw en of kind gebracht krijgt, laat hij bij het scheiden van de markt gewoon als cadeau achter. De volgende dag wordt het dan door de gemeente gratis opgeruimd. Koninginnedag heeft dus toch zijn nut, het land is opgeschoond.
Op de dag van de Arbeid werkt de rest van Europa niet, behalve dus wij Nederlanders. Wij zijn niet voor niks de Chinezen van Europa. Maar we krijgen stevige concurrentie want uitgerekend op die dag moesten de grenzen open. Europa moet nu echt Europa worden en de Balkan moet aan de Veluwe gaan grenzen. Let op mijn woorden, daar gaan we nog een zware pijp aan krijgen.
Daar komen hele rare jongens vandaan. Jongens die heel anders tellen en normen dan wij. Jongens die onze dure Euro's gratis namaken en in onze sigarendoos leggen. En dan heb je pas een echt Europees probleem. Brussel en Zalm hebben van alles geregeld en beloofd, de Euro was van ons allemaal, weet je nog? Maar een vals Eurobiljet is van jou alleen. Balkaneuro's tellen net zo goed als onze echte Euro's. Echter je mag ze niet uitgeven, daarvoor wordt je zwaar gestraft.
Vroeger hadden we echte vijanden, die zaten in het oosten. Alles was duidelijk. Daar kon je niet naartoe en die konden niet hier naartoe. Maar we hebben ons vergist, bij nader inzien predikte de nieuwe leer dat het vrienden zijn. En van je vrienden moet je het hebben ... als bofkont met een vals honderd Eurobiljet.

02-05-2004
Vroeger was veel anders dan nu, denk ik vaak vroeg. Vroeger stond ik vroeg op, tegenwoordig ben ik soms blij dat ik vroeg naar bed kan, als ik door omstandigheden zelfs niet laat ben thuisgekomen. We hadden iemand een serenade gebracht. Die iemand had toevallig s'morgens al vroeg voor het raam gestaan en de burgemeester zien aanlopen. Dat vond hij heel vreemd vertelde hij ons 's avonds laat. Dat was vroeger niet zo.
Onze late serenades zijn nu altijd een verrassing en daarom brengen we ze met de bolderkar. Onze begunstigde rekent misschien op niks en het is een vraagpunt of hij genoeg voor onze droge kelen in de koeling heeft. Daarom brachten we een aantal kratjes van ons lievelingsmerk, als eigen liefdewerk, naar de nieuw gedecoreerde.
Onder het over en weer geklets sta je dan te vergelijken. Wat is het verschil tussen een oranjeorde van nu en een carnavalsorde van vroeger? Met beiden is niks mis en ze zijn ook niks bijzonders, ze passen op iedermans borst. Mijn persoonlijke voorkeur zou naar die van de dolle dagen gaan, echter koninginnedag gaat ook steeds meer op een zoveelste carnavalsdag lijken. Mijn hemel! Wat mensen toch kunnen verzinnen. Menige carnavalsvereniging zou er jaloers op kunnen worden.
Wat me ook opvalt is dat in beide categorieën de zwaarste ordes aan de dikste borsten geprikt worden. Dat is ook rechtvaardig, de sterkste schouders moeten nu eenmaal ook de zwaarste lasten kunnen torsen. Dat staat in ieder verkiezingsmanifest. En aangezien die van voor tot achter vergeten worden, zegt Jan Splinter dat de duivel altijd op de grootste hoop ... zijn grote hoop doet.
Onze bejubelde had, ondanks zijn fors postuur, slechts een kleintje gekregen. Was gewoon lid geworden bij de Oranjes en daarom vond ons Ambras hoofdlid dat hij best ook gewoon niet blazend, maar wel betalend lid bij ons kon worden en trok hem een Ambraspetje over het vel boven de oren. Ons Ambras blauw vloekte niet bij het Oranje blik en de man nodigde ons diep geroerd uit zijn home te betreden. Daar waren we uiteraard voor gekomen, ergens moest de bolderkar ontlast kunnen worden.
Er was een klein probleempje. De man, van degelijke vooroorlogse stempel, had net als vroeger met het onvoorziene rekening gehouden en veel keelolie ingeslagen. Zo'n degelijk iemand mag je niet beschamen, die laat je niet met zijn orde in de rats zitten of met het pils in de kelder. Je zorgt dat alles goed in orde blijft en drinkt voor de goede orde op zijn nieuwe orde. Proost op de oude koningin en onze nieuwe Ambras!


terug naar Tikkies
terug naar Tikkies