Bank zonder zittenblijvers ...
en een getikte Tikkie
De-buut van huuj (vandaag):
Godju, ik was effu bij het uitroepen van de Nieuwe Prins. Na een hoop ambras en gegoegel was hij boven water. Op slag waren alle droge tranen opgedroogd en
schalden de ”Alaafs” door de verschaalde zaallucht. Bakken, gebakken zaallucht hebben altijd als luchtige nevenwerking een
bepaalde roeswerking op mij. De dynamiek van de gebakken massa! Er geuren dingen met je, die je bij de afwas niet voor mogelijk zou houden,
maar die je bij een pilsje best verdragen kunt en die je zo lang als mogelijk probeert te rekken.
”Enfin”, zei tegen het einde de een tegen zich zelf: ”Uiteindelijk heeft ieder stukje een eindje, alleen een worst
heeft er twee” ... en ga je op zoek naar de weg naar huis.
Het Houterend, dat is een end weg. Ik had geluk en ik had pech. De pech was dat er maar weinig mensen op straat waren die ik de weg naar huis kon vragen.
De enkeling die er was, was net als ik een dolende in het dorp.
Het geluk was dat er nog een maantje was. Omdat ik zo goed als zeker weet dat ik ergens bergop woon kon ik met zekerheid alle wegen naar
beneden uitsluiten. En verder was het een kwestie van de multiple choice. Op een kruispunt kan het hooguit drie keren misgaan. Toen ik na
een aantal bergopjes, voor de tweede keer, ergens mijn auto buiten zag staan wist ik zeker dat ik in de goede buurt kwam.
Enfin, weer een tijdje later had ik ook het slot van de voordeur los, kom binnen en tref mijn daar lief met een schrobber aan. Ik was
hoogst verwonderd op dat vroege uur en vroeg nieuwsgierig of ze al bezig was de hal te dweilen of dat ze op het punt stond om weg te
vliegen.
Vraag me nu niet waarom je op zo'n moment aan zoiets denkt. Ik geloof dat je soms beter niks kunt vragen. Als je mij nu vraagt wie de
nieuwe Prins is, weet ik het niet meer. Ik denk dat ik een vergeten klap van de schrobber (een schrobbering dus) heb gehad ...
Mijn vriend Hayke kon gisteravond niet mee. Die zit met een hoop ambras thuis voor de TV. Zijn boos lief heeft hem huiswacht aangezet,
weet ik.
Ik heb niks op met wachtcommandanten. In het ouwe vroegere leger, letterlijk onder de vlag van de majesteit, is dat al vroeg misgegaan en
eigenlijk nooit meer goedgekomen nadat ik de nationale driekleur na een hijspartij verkeerd om had opgehesen. De heisa na het gehijs gaf
toen toch een hoop driftig gehijg zeg, ... dat wil je echt niet weten.
Dat was natuurlijk een bezopen toestand, net als daarnet toen hij zogenaamd argeloos kwam informeren wie de nieuwe Prins is. Ik kan geen
geheim bewaren maar omdat dit geen geheim meer is, bewaar ik het ook niet en vergeet het gewoon. Hayke zei dat hij vermoedde dat ik
binnenkort ook een thuisblijver ben.
Om de brommer in mijn kop te dempen, ging ik na de middag naar de apotheek en vroeg een doosje prostaglandinesynthetaseremmers.
”U bedoelt Aspro?” vroeg de apotheker, een sombere man in een fantasieloze, witte jas. Waarom dragen apothekers, net als
schilders, een witte jas? In het ziekenhuis dragen ze groen en dat staat goed, zelfs veel beter.
Waarom hebben ze in de gezondheidszorg niet een universele kleur? Bloedrood bijvoorbeeld. Hebben ze bij de politie toch ook, nietwaar?
Welwaar!
En in de politiek ook. We hebben paars gehad, die papten nat aan met alles en iedereen. Het groen van het CDA, dat de hele zorg zwart
gemaakt heeft.
Ik heb waarschijnlijk een witte vlek in mijn geheugen. Ik kan dat domme woord As-pro niet onthouden, daarom vraag ik altijd als ik een klap
gekregen heb eenvoudig naar prostaglandinesynthetaseremmers. Daar is toch niks mis mee? Of mag je dat ook al niet meer vragen?
 |
Ich zigk mer zoè.
Draag elkanders overgewicht ...
|